Analyse

Nog veel vragen rond herstelfonds EU

EU-top Zal het door de EU-leiders aangekondigde herstelfonds de Zuid-Europese landen helpen hun schulden te dragen? Dat is hoogst onzeker.

Commissievoorzitter Von der Leyen kondigt het herstelfonds aan.
Commissievoorzitter Von der Leyen kondigt het herstelfonds aan. Foto Olivier Hoslet

Is dit genoeg om een nieuwe eurocrisis te voorkomen? Er komt zeker een „biljoen” (duizend miljard) euro in een herstelfonds voor de Europese economie, zei Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie, na een videotop van EU-leiders donderdagavond. De voorzitter van de top, Charles Michel, twitterde de inmiddels tot cliché geworden hashtag #whateverittakes. Met die woorden bezwoer Mario Draghi, de oud-chef van de Europese Centrale Bank, de eurocrisis in 2012.

Maar of dit weer zo’n whatever it takes-moment is, valt nog te bezien. De hamvraag: kan het herstelfonds-in-oprichting voorkomen dat de zwaar door het virus getroffen Zuid-Europese landen bezwijken onder de miljardenschulden die ze nu maken, terwijl hun economieën instorten?

Daarvoor is er nog (veel) te veel onduidelijk in het besluit. Het door Von der Leyen genoemde getal van duizend miljard staat niet op papier. Het herstelfonds moet een „toereikende omvang” hebben om de zwaarst getroffen „sectoren en geografische delen van Europa” bij te staan, aldus een verklaring van Michel na de top. De Commissie gaat een voorstel maken om het fonds te koppelen aan de bestaande EU-begroting.

Eurobonds gesneuveld

Het hoogst omstreden idee van ‘eurobonds’ – waarbij eurolanden gezamenlijk lenen op de kapitaalmarkt en gezamenlijk de risico’s delen van die schuld – is nu officieel gesneuveld: Duitsland, Nederland en andere Noord-Europese landen hielden het tegen. Een eerder door de Eurogroep (de ministers van Financiën van de eurolanden) afgesproken noodpakket van maximaal 540 miljard euro werd door de EU-top bekrachtigd, maar dit wordt, gezien de schaal van de economische ellende, door economen en beleggers beschouwd als onvoldoende.

Lees ook: Italië kan vonk zijn van eurocrisis 2.0

Géén eurobonds – dat betekent dat Zuid-Europese landen zélf de kapitaalmarkten op blijven moeten gaan en dat staatsschulden blijven stijgen. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat de Italiaanse staatsschuld dit jaar oploopt van 135 naar 155 procent van het bbp. Eigenlijk is het enige vangnet voor Italië de ECB, die bijsprong met een ‘pandemie-noodopkoopprogramma’ ter waarde van 750 miljard euro. Terwijl de regeringen de tijd nemen om te knutselen aan hun herstelfonds, doet de ECB het echte brandbluswerk door staatsleningen op te kopen.

Belangrijker dan de hoogte van de staatsschulden zijn de kosten daarvan: de rentelasten. De ECB drukt de rentes nu actief met de noodopkopen. Zij zegt niet te zullen „tolereren” dat de Italiaanse rente op staatsschuld teveel gaat afwijken van de Duitse.

Helpt het herstelfonds, dat waarschijnlijk pas volgend jaar in werking treedt, bij vermindering van de rentelasten van Zuid-Europa? Guntram Wolff, directeur van denktank Bruegel, toonde zich vrijdag in een webinar optimistisch. Waarschijnlijk zal de Europese Commissie een deel van de nieuwe EU-meerjarenbegroting gebruiken als garantie voor leningen op de kapitaalmarkten. Met dat geleende geld kan het herstelfonds worden gevuld. De miljarden in het fonds kunnen vervolgens, tegen een zeer laag tarief, worden doorgeleend aan kwetsbare landen. Dat zou je een indirecte variant van eurobonds kunnen noemen.

Overigens is dit niets nieuws: ook in de jaren zeventig werd deze route genomen om Italië en Ierland te steunen na de oliecrisis. Toen heette dit Community Loan Mechanism.

Subsidies

Naast leningen kunnen uit het herstelfonds mogelijk ook subsidies worden uitgekeerd, zoals nu ook al uit de EU-begroting gebeurt (denk aan landbouwsubsidies of Erasmusbeurzen ). Omdat deze niet hoeven worden terugbetaald, zou dat óók de begrotingen verlichten, aldus Wolff.

Maar of het herstelfonds écht de begrotingsdruk in Zuid-Europa zal verlichten, hangt af van zeker vier heikele vragen.

Ten eerste: hoeveel geld komt in het fonds? Angela Merkel, de Duitse bondskanselier, bereidt de publieke opinie al voor op een „duidelijk hogere” Duitse afdracht aan de EU-begroting om het herstelfonds te financieren. Ook Nederland kan zich opmaken voor een pittig debat hierover. Een andere manier om geld op te halen voor het fonds is invoering van directe EU-belastingen, bijvoorbeeld op CO2-uitstoot. Maar ook dat ligt politiek gevoelig.

De tweede vraag: komen er vooral leningen of giften uit het fonds? Géén giften, zei Rutte na de top. Von der Leyen hield het op een „een mix van giften en leningen”.

De derde vraag: wíe krijgt precies geld uit het fonds? Want ook binnen rijke landen bestaan arme of extra zwaar door het virus getroffen regio’s (denk aan Brabant). De verdeelsleutel bepaalt alles.

Een vierde vraag: hoe effectief wordt het fonds in het stimuleren van de economie? Want hoe groter het effect, hoe sneller Zuid-Europese landen weer gaan groeien, hoe beter ze hun schulden kunnen dragen. Dat geldt overigens ook voor Nederland en Duitsland.

Intussen kijken beleggers naar de institutie die in deze crisistijden zorgt voor de echte actie: de ECB, die volgende week donderdag vergadert. ABN Amro voorspelt dat de ECB binnenkort, mogelijk donderdag al, nog eens 500 miljard euro aan noodopkopen zal aankondigen.