Het verdwenen vertrouwen in de papyruspaus

Klassieke oudheid De Amerikaanse kenner van papyrusteksten Dirk Obbink is in korte tijd van zijn voetstuk gevallen. Zijn positie in Oxford is hij voorlopig kwijt. Hij zat zelfs in de cel.

Dirk Obbink toont een papyrus.
Dirk Obbink toont een papyrus. Foto Geraint Lewis

De zaak lijkt eenvoudig: Oxford-professor Dirk Obbink is gearresteerd geweest op beschuldiging van diefstal van papyri en dat is vorige week bekend geworden. Maar schijn bedriegt. Erachter zit een complexe affaire, met vervalste Dode Zee-rollen, een christelijke verzamelaar en zijn museum die illegale oudheden kochten, schimmige verwervingen van papyri met Sappho-teksten, geleerden die te goed van vertrouwen zijn geweest en een wetenschappelijke uitgeverij die te weinig aandacht had voor de herkomst van artefacten en papyri die in hun uitgaven werden gepubliceerd. Met als gevolg retracties, disclaimers en schorsingen, en dus wetenschappelijke schade.

De 63-jarige Amerikaan Obbink stond lang bekend als een tikje wereldvreemde, maar zeer vooraanstaande papyroloog en graecus. Hij is ook de man die begin 2014 de pers haalde met de ontdekking van een papyrustekst met twee nieuwe gedichten van de Griekse dichteres Sappho (ca. 630-ca. 575 v.Chr.). Verder was hij belast met de tijdrovende publicatie van ongeveer een half miljoen papyri, die sinds 1896 bij de vroegere Griekse stad Oxyrhynchus in Egypte zijn gevonden.

Afvalkuilen bij de vroegere Griekse stad Oxyrhynchus in Egypte, waar veel papyri zijn gevonden.

In november maakte de Egypt Exploration Society (EES, een Britse non-profit) bekend dat minstens 120 papyri uit de Oxyrhynchuscollectie, die in Oxford wordt bewaard, waren gestolen. Dertien daarvan waren teruggevonden in de collectie van het Museum of the Bible in Washington DC. Het museum zei dat ze de papyri te goeder trouw had gekocht – van Dirk Obbink.

Het museum is het geesteskind van Steve Green, president van Hobby Lobby, een keten hobbyzaken. Green, een evangelische christen die sinds 2009 allerlei teksten en artefacten verzamelt die volgens hem de feitelijkheid van de Bijbel bewezen, bouwde in korte tijd een grote privécollectie op. Hij besloot tot de bouw van het Museum of the Bible, dat in 2017 is opengegaan. Ook kwam er een Green Scholars Initiative, waarbij vooraanstaande wetenschappers met studenten aan door Green verzamelde teksten konden werken. Dirk Obbink was een van die wetenschappers. Obbink was er ook bij, toen in 2012 in Leiden een contract werd getekend met de wetenschappelijke uitgeverij Brill voor de publicatie van verschillende series. Vier jaar later verscheen de publicatie van de zestien Dode Zee-rolfragmenten uit de collectie van het museum. De fragmenten hadden geen goed gedocumenteerde herkomst die verzekerde dat ze niet vals of illegaal opgegraven waren.

Niet legaal op de markt

Intussen plaatsten op internet verschillende wetenschappers vraagtekens bij de collectie van Green. Papyrologe Roberta Mazza van de Universiteit van Manchester vond het verdacht dat Green in vijf jaar tijd duizend papyri had verzameld: zoveel waren er niet legaal op de markt geweest.

In the Days of Sappho van John William Godward (1904). Dichteres Sappho is wel de tiende muze genoemd. Foto J. Paul Getty Museum

Opvallend was ook dat vier kleine fragmenten van de door Obbink ontdekte Sappho-teksten uit Greens collectie kwamen. Obbink heeft die in 2014 gepubliceerd in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik (ZPE), samen met de papyrus met de meeste tekst, nu bekend als P.Sapph.Obbink, die het bezit is van een anonieme zakenman. P.Sapph.Obbink en de fragmenten in de Green-collectie zijn volgens Obbink afkomstig van dezelfde papyrusrol.

De verdenkingen dat er iets mis was met oudheden in de Green-collectie bleken te kloppen: in 2017 moest Greens bedrijf, dat officieel de oudheden kocht, drie miljoen dollar boete betalen voor de illegale invoer van duizenden kleitabletten uit Irak.

Slechte adviseurs

De afgelopen maanden zijn Green en het Museum of the Bible ineens heel open geweest over hun verzameling. In maart maakte het museum bekend dat na nader onderzoek is gebleken dat alle zestien Dode Zee-rolfragmenten vals zijn, en dat 5.000 papyrifragmenten en 6.500 artefacten zonder duidelijke herkomst teruggegeven worden aan Egypte en Irak. Miljardair Green voegde er in een persoonlijke verklaring aan toe dat hij zich door slechte adviseurs heeft laten leiden. In november heeft het museum ook nog de Oxyrhynchuspapyri aan de EES teruggegeven.

Een fragment op papyrus met twee gedichten van Sappho.

Die laatste teruggave en het onderzoek door de EES hebben Green en het museum afgelopen zomer zelf op een indirecte manier in gang gezet. Enkele onderzoekers die de laatste jaren op hun blogs Green en het museum kritisch hebben gevolgd, onder wie Roberta Mazza en Brent Nongbri van de Norwegian School of Theology, Religion and Society, kregen vanwege een naderend wetenschappelijke congres een e-mail van een medewerker van het museum. De inhoud mochten ze vrij verspreiden. Het kwam erop neer dat Obbink de Green-collectie had bedrogen: hij had papyri verkocht die niet van hemzelf bleken te zijn. Het ging onder meer om een papyrus waarover in christelijke kringen al lang geruchten gingen: uit een mummiemasker was een eerste-eeuws fragment van het Evangelie van Marcus losgeweekt, een stuk tekst zo ongeveer uit de mond van de evangelist. Het bewuste fragment kwam echter niet uit een mummiemasker en bleek tweede-eeuws te zijn. Belangrijker: de papyrus was tot verbazing van de Green-collectie in 2018 als P.Oxy. 5345 gepubliceerd in deel 83 van The Oxyrynchi Papyri, en dus het bezit van EES. De papyrus die Obbink van hen voorlopig in Oxford had mogen houden voor nader onderzoek en nog twaalf andere waren nooit echt van hen geweest. Bij de e-mail zaten aankoopdocumenten, waarbij veel was doorgehaald, maar niet de handtekening van Obbink.

Ook met de Sappho-papyri is iets aan de hand, want Roberta Mazza meldde op 28 maart op haar blog dat ook Greens Sappho-fragmenten tot de papyri behoren die aan Egypte worden teruggegeven. Ze zouden zijn gekocht bij een Turkse handelaar op eBay en afkomstig zijn uit een illegale opgraving in Egypte.

Dat zou betekenen dat ook P.Sapph.Obbink waarschijnlijk afkomstig is uit een illegale opgraving. Volgens Obbink waren de Sappho-papyri door de eigenaar losgeweekt uit een papier-machéachtige boekband die de Amerikaanse archeoloog David Robinson rond 1950 had verworven en die via Duke University in 2011 bij Christie’s was geveild. Met die verklaring op eerst een congres in New Orleans en later in een tweede artikel in ZPE (2015) kwam Obbink pas een jaar na de bekendmaking van de vondst; eerder gaf hij geen of andere verklaringen.

„Mijn vertrouwen in de publicatie van 2015 is kapot”, reageert Jürgen Hammerstaedt, hoogleraar in Keulen en een van de redacteuren van ZPE. De zaak is echter te gecompliceerd om zonder consultatie van de hele redactie te zeggen wat ZPE gaat doen, voegt hij er aan toe. „We wachten ook op een artikel van een collega met nieuwe informatie over de herkomst.”

Onzekere herkomst

André Lardinois, hoogleraar Grieks aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, zag geen reden te twijfelen aan de uitleg over de herkomst door Obbink, die hij als een vriend beschouwt. „Ik vond zijn verhaal plausibel.” Daarom verscheen in 2016 bij Brill in het door Lardinois geredigeerde The newest Sappho ook een artikel van Obbink over de herkomst en authenticiteit van de papyri. „Voor mij blijft Obbink onschuldig tot zijn schuld is bewezen, maar in de open-accessuitgave van het boek komt wel een disclaimer dat de herkomst niet meer zeker is. Die verschijnt deze zomer ook in de tweede druk van een vertaling van Sappho’s gedichten die ik met een collega bij Cambridge University Press heb gepubliceerd.”

Ook Brill heeft zich de ontwikkelingen rond Obbink en de Green-collectie aangetrokken. De richtlijnen voor de publicatie van unprovenanced artefacts zijn aangescherpt, zegt publishing director Loes Schouten. „Verder zijn de contracten met het Green Scholars Initiative niet verlengd, zijn we bezig met de retractie van de publicatie van de Dode Zee-rolfragmenten, en zit Obbink niet meer in de redactie van de sectie Religion van de Fragmente der griechischen Historiker IV.”

Obbink, wiens contract als redacteur bij de EES al in 2016 niet is verlengd, is hangende verder onderzoek vrijgelaten. Vorig jaar is hij geroyeerd door de internationale vereniging van papyrologen, ook doceert hij momenteel niet in Oxford. Op een verzoek om commentaar heeft hij niet gereageerd. Lardinois heeft in november nog per e-mail contact gehad. „Alles zou een groot misverstand zijn.” In een verklaring van oktober vorig jaar heeft Obbink gezegd dat men zijn carrière probeert kapot te maken. De Green-documenten van de aankoop zijn volgens hem vervalst.