Opinie

Het laatste wat we nu kunnen gebruiken, is een rafelende Unie

In Europa

Stel, je buurman houdt van hardrock, liefst keihard en met de ramen open. Je hebt hem vaak gevraagd om de ramen dicht te doen. Maar het haalt weinig uit.

Op een dag verdrinkt die buurman bijna. Wat doe je? Zeg je: „Alleen als je eerst dit contract tekent dat je nooit meer harde muziek draait met de ramen open”?

Natuurlijk niet. Je redt hem, klaar. Daarom was de Nederlandse reflex van „geen transferunie” en „eigen broek ophouden” zo misplaatst toen Italië hulp vroeg.

Lombardije, het epicentrum, is een van de rijkste regio’s van Europa. Tussen Triëst en Turijn staat het vol moderne fabrieken en kantoren. Maar wat je ook ziet: alle openbare voorzieningen zijn verwaarloosd. Wegdek vol gaten. Afbladderende ziekenhuizen en scholen. Aftandse streekbussen met loszittende stoelen. Italië heeft een hoge staatsschuld. Om die in te tomen, geeft het al jaren zo weinig mogelijk uit. Afgelopen tien jaar waren de begrotingstekorten van Italië bijna altijd lager dan het Europese gemiddelde. Ook daarom hakt het coronavirus erin.

Alle EU-landen moeten astronomische bedragen uitgeven om de klap sociaal en economisch te boven te komen. Sommigen kunnen dat makkelijker dan anderen. Duitsland heeft meer geld voor herstel dan Italië of Spanje. Dat vergroot de verschillen tussen landen en zet druk op de interne markt en de euro – slecht voor iedereen. Je kunt moeilijk volhouden dat „die landen” dit onheil over zichzelf hebben afgeroepen. De coronacrisis is een schok van buiten.

Daarom is het plan dat Europese regeringsleiders donderdag bespraken – een reconstructiefonds binnen de Europese begroting – een uitstekend idee. We hebben dit in Europa al vaak gedaan, allereerst tijdens de oliecrisis van 1973: met de Europese begroting als onderpand leent de Europese Commissie goedkoop geld op financiële markten, en leent dat goedkoop door aan EU-landen. Elke cent is terugbetaald. Tijdens de bankencrisis is het opnieuw gebruikt. Nu moeten we het weer doen.

Ja, dit zijn „eurobonds”. So what? Ook de Europese Investeringsbank en het euronoodfonds geven al jaren gezamenlijk schuld uit. Daar valt nooit iemand over.

En ja, dit is een „transferunie”. Maar die hebben we altijd gehad. In de jaren vijftig hebben we afgesproken dat we elkaar helpen. Dat staat in het Europese verdrag. Mooi toch? We doen dit met structuurfondsen, cohesiefondsen, Erasmus en nog veel meer. Nederland vaart hier wel bij. Het krijgt ook EIB-projecten, mag de Europese douanegelden die het in Rotterdam voor heel Europa heft deels zelf houden (en voert het deel dat het naar Brussel stuurt, zelfs ten onrechte op als „Nederlandse bijdrage” aan de EU) en sleept veel meer Europees onderzoeksgeld binnen dan de meeste andere landen.

Het laatste wat we nu kunnen gebruiken, is een rafelende Unie. Als iedereen nu zijn eigen broek moet ophouden, weet je wie er van de gelegenheid gebruik gaat maken. Aan Chinese leningen en investeringen zijn politieke voorwaarden verbonden, die strijdig zijn met Europese regels en beginselen. Ook daarom, vanwege geopolitieke risico’s, moeten we de Europese begroting gebruiken om iedereen weer op de been te helpen. Met extra leningen en subsidies.

Dit betekent dat EU-landen meer aan de Europese begroting moeten betalen en dat de Commissie eindelijk „eigen inkomsten” moet krijgen: Europese belastingen. Zodat ze niet meer constant met de bedelnap langs hoofdsteden moet. De Griekse oud-minister van Financiën George Papaconstantinou pleitte deze week voor Europese digitale belastingen, en een Europese CO2-belasting. Dit moet sowieso gebeuren, en het kan niet eens nationaal.

Duitsland wordt in juli EU-voorzitter. Bondskanselier Merkel gaat deze dingen pushen. Ze heeft al gezegd dat ze meer aan de begroting wil betalen. Als Nederland slim is, dimt het vast een beetje. Want dit is waar het heengaat.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Correctie, zondag 26 april, 14.30 uur: de zin ‘Veel EU-landen hebben begrotingstekorten, maar Italië heeft meestal een overschot’, in een eerdere versie van deze column is vervangen door ‘Afgelopen tien jaar waren de begrotingstekorten van Italië bijna altijd lager dan het Europese gemiddelde’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.