Analyse

Groot gat, maar kabinet blijft uitgeven

Begrotingstekort Nederland stevent af op een tekort van 12 procent op de begroting, het hoogste sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar: „We hebben ruimte.”

Gesloten terrassen op het Neude in Utrecht. Horeca is één van de sectoren die zwaar wordt getroffen door de coronacrisis.
Gesloten terrassen op het Neude in Utrecht. Horeca is één van de sectoren die zwaar wordt getroffen door de coronacrisis. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN / ANP

De economie krimpt met 7,5 procent. De staatsschuld loopt op naar ruim 65 procent tot 489 miljard euro. En het zorgvuldig opgebouwde begrotingsoverschot slaat om in het grootste tekort sinds de Tweede Wereldoorlog: 11,8 procent van het bruto binnenlands product, ofwel 92 miljard euro.

De Voorjaarsnota 2020 bevat alarmerende cijfers voor de overheidsfinanciën. De coronacrisis slaat diepe gaten in de rijksbegroting. Die worden veroorzaakt door een combinatie van drie factoren: de snel oplopende overheidsuitgaven – de teller voor alle reeds aangekondigde noodmaatregelen staat in de eerste drie maanden al op ruim 20 miljard euro. Slinkende belastinginkomsten – in principe tijdelijk, want bedrijven en ondernemers krijgen uitstel van belastingbetaling, geen afstel. En een onvermijdelijke krimp van de economie. De van het IMF overgenomen prognose van 7,5 procent krimp zal zorgen voor structureel minder belastinginkomsten en méér sociale uitkeringen.

De schrikbarende getallen zijn nog maar een voorzichtige schatting, schreef minister Wopke Hoekstra in zijn inleiding. Het kan in de loop van het jaar nog veel erger worden. Over de enorme stijging van de staatsschuld, met ruim 112 miljard euro ten opzichte van eind vorig jaar, stelde Hoekstra vrijdag in een begeleidend perbericht: „De enige zekerheid die we hebben, is dat ook deze weer zal worden bijgesteld.”

En toch reageert het kabinet opvallend koel en zakelijk op de angstaanjagend grote getallen waarmee het coronavirus ook de economie en de schatkist aantast. „Een enorme dreun voor de overheidsfinanciën”, zei premier Rutte op zijn wekelijkse persconferentie. Maar hij wees ook meteen op een positief gegeven. „We hebben gelukkig wat ruimte op onze begroting en die gaan we ook gebruiken.” Rutte doelt op de relatief lage staatsschuld die Nederland tot voor kort had. Eind vorig jaar lag het saldo veilig onder de 50 procent van het bbp. Dat is inderdaad een stevige buffer voor magere tijden. Volgens de Europese begrotingsregels mag de staatsschuld niet hoger zijn dan 60 procent. Dat betekent voor Nederland financiële ruimte van zo’n 90 miljard euro.

Die wordt nu weliswaar heel snel opgesoupeerd en zelfs in ruimere mate dan strikt genomen mag (tot ver over de 60 procent), maar de Europese ministers van Financiën spraken vorige maand al af om soepel en flexibel met de begrotingsafspraken om te gaan. De norm voor het begrotingstekort zal nog veel harder worden overschreden: een tekort van 11,8 procent waar het plafond op 3 procent ligt.

Met het gebruikmaken van de financiële ruimte wilde Rutte maar zeggen: het kabinet hoeft niet meteen te gaan bezuinigen om de bestrijding van de corona-uitbraak en de economische gevolgen daarvan te financieren. „Er is niemand die denkt: we gaan een nieuwe bezuinigingsronde starten. Dat zou ook niet helpen.”

Overheidsuitgaven blijven intact

Dat laatste is een interessante toevoeging. Het kabinet lijkt er alles aan te doen om de economie draaiende te houden. Sowieso met de vele noodmaatregelen voor bedrijven die hun omzet zien verschrompelen, met het overnemen van grote delen van de salarissen voor werknemers, met het bieden van uitstel van belastingbetaling. Het kabinet denkt daarnaast ook: als de overheid zelf zou stoppen met investeringen draait de economie verder in het slop. De rijksuitgaven zullen dus gewoon doorgaan in deze uitzonderlijke crisis.

En dus blijven al eerder beloofde extra overheidsuitgaven intact, zoals geld voor de aanpak van ondermijning (jaarlijks 150 miljoen), een half miljard voor compensatie van gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire en 450 miljoen euro extra per jaar om een structurele tegenvaller op de onderwijsbegroting weg te werken.

De doorgaans zo strenge en zuinige minister Hoekstra schrijft nadrukkelijk in de tussenstand van de lopende begroting: „Juist ook in deze uitzonderlijke tijden is het belangrijk om geplande investeringen en voorgenomen beleid zoveel mogelijk door te laten gaan en om gemaakte afspraken na te komen.”

Het meest concreet was premier Rutte daarover in zijn persconferentie. Hij koppelde de eveneens op vrijdag aangekondigde stikstofmaatregelen – voor 5,1 miljard euro in de komende tien jaar – rechtstreeks aan de barre economische omstandigheden waarin veel sectoren nu dreigen terecht te komen. „Dat zal hopelijk ook wat ruimte geven aan de bouw.” Rutte zei ook dat het kabinet in zijn laatste regeringsjaar vooral wil doorgaan met de hervormingsplannen van de arbeidsmarkt, het moderniseren van het pensioenstelsel en het uitvoeren van het klimaatakkoord.

Hoe anders was het beleid van de overheid na de vorige grote economische dip: de financiële crisis van 2008 met als gevolg een acuut begrotingstekort van ruim 5 procent. De immense noodinvesteringen in de financiële sector leidden vanaf 2012 tot grote bezuinigingen en lastenverzwaringen. De overheidsfinanciën waren in 2016 weer op orde, maar er volgde veel kritiek. De rigoureuze bezuinigingen zouden het economische herstel hebben vertraagd.

Lees ook: IMF schetst gitzwarte toekomst voor economie

Rutte vindt het geen goede vergelijking. Die vorige crisis was een langdurige geweest, met jarenlange krimp als gevolg. Over de huidige coronacrisis was hij ondanks alles optimistisch: „Als we als samenleving verstandig met alle noodzakelijke maatregelen omgaan, dan zou de economisch schade beperkter kunnen zijn.”