Gaan vrouwelijke leiders beter met de coronacrisis om?

Leiderschap Een aantal vrouwelijke regeringsleiders bracht de Covid-19-crisis in hun land snel onder controle. Toeval of niet?

Illustratie Nanne Meulendijks

Vrouwelijke leiders doen het tijdens de Covid-19 crisis beter dan de mannen, kijk maar naar IJsland, Noorwegen, Duitsland, Nieuw-Zeeland en Taiwan.

In verschillende media duiken verhalen op over landen die het virus goed lijken in te dammen. De gemene deler: ze worden geleid door vrouwen. Zo prees zakenblad Forbes het testbeleid van de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de speciale persconferentie die de Noorse premier Erna Solberg hield voor kinderen. Het Taiwan van premier Tsai Ing-wen is het enige Aziatische land waar geen sprake is van een tweede golf besmettingen.

De premier van Nieuw-Zeeland, Jacinda Ardern liet (net als enkele Afrikaanse leiders) twintig procent van haar eigen salaris en dat van haar regering afhalen. Haar leiderschap wordt consistent en helder genoemd.

Lees ook: Corona legt rauwe Britse ongelijkheid genadeloos bloot

Nogal een verschil met de Britse leider Boris Johnson, die meerdere keren crisisberaad van zijn regering over het virus miste, begin maart nog opschepte over zijn handenschudden met Covid-19 patiënten en daarna werd opgenomen met een besmetting. Of de Amerikaanse president Trump, die zijn volk, zigzaggend tussen niet-gevaarlijk en wél gevaarlijk, door de pandemie heen loodst.

Dán liever een vrouw als leider, die ‘van nature’ beter zou kunnen luisteren, werd in sommige artikelen beweerd.

Onzin, zegt Janka Stoker, hoogleraar leiderschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Dit soort conclusies houdt stereotypen in stand: de mannelijke leider als dominant en sterk, de vrouw als invoelend en zacht.” Vrouwen doen het in die landen beter omdat ze waarschijnlijk ook beter zíjn, zegt Stoker. „Uit onderzoek weten we dat vrouwelijke leiders het op weg naar de top moeilijker hebben dan mannelijke collega’s. Als het ze lukt op die hoogste positie te komen, moeten ze héél goed zijn.”

Maar vrouwen op leidinggevende posities wordt minder vergeven. „Mensen verbinden goed leiderschap aan masculiene eigenschappen als daadkracht en dominantie”, zegt Stoker. „Ons idee van wat een goede vrouw is, is daar het tegenovergestelde van: die moet juist zorgzaam zijn, bescheiden, niet te veel op de voorgrond willen treden. Een goede leider zijn én een goede vrouw is dus bijna onmogelijk.”

Sociaal vangnet

De politieke cultuur van het land speelt ook een rol. Wellicht zijn landen met een stevig sociaal vangnet, zoals in Scandinavië, ook landen waar kiezers open staan voor een vrouw aan het roer. Maar een vrouwelijke premier betekent niet automatisch een gender-bewust beleid, benadrukt Maja Vitas van Global Partnership for the Prevention of Armed Conflict, een internationaal netwerk dat vrede promoot – ook dát is een stereotype. „Er zijn genoeg mannelijke leiders die een inclusief beleid voeren.” De Canadese premier Justin Trudeau is een voorbeeld. Terwijl hij ziek thuis zit spelen vrouwen in Canada een zichtbare rol in de coronacrisis. Vitas: „Juist wanneer er grote uitdagingen zijn, is inclusief beleid belangrijk. Van vredesbesprekingen weten we dat vrouwen de fundamentele problemen op tafel leggen die over het dagelijks leven gaan: Is er genoeg eten, onderdak, bescherming voor kinderen en ouderen?”

Lees ook: Vrouwen in de frontlinie, mannen aan het roer

Als het op zorg aankomt hebben vrouwen de meeste ervaring, maar ook de minste macht. „Vrouwen leveren de wereldwijde gezondheidszorg, mannen beslissen erover”, vatte een WHO-rapport de situatie samen. Vrouwen vormen wereldwjid 70 procent van het zorgpersoneel , maar hebben slechts 25 procent van de leiderschapsposities in handen.

Als reactie op de pandemie, stelde de Amerikaanse president Trump een taskforce samen die eerst alleen uit mannen bestond – later kwamen daar twee vrouwen bij. Het Nederlandse Outbreak Management Team dat het kabinet adviseert over de bestrijding van het virus, wisselt van samenstelling. In elk geval vier vrouwelijke artsen en hoogleraren maken er deel van uit. Maar in de persconferenties van de regering zijn het steeds mannen die het woord voeren. In het Verenigd Koninkrijk vroeg Caroline Nokes, een conservatief parlementslid, zich af of het geen probleem is dat bijna alle persconferenties van de regering door mannen worden gegeven. Het stereotype beeld van de masculiene leider ontkracht dit in elk geval niet, zegt Stoker. Anders gaat het in Namibië, waar de 23-jarige onderminister Emma Theofelus de persbriefings doet.

Luxeverschijnsel

„Ergens diep in ons bestaat een hardnekkig idee dat een goede leider masculien – en dus man – is, juist ook in crisistijd”, zegt Stoker. Na de financiële crisis in 2008 was de verwachting dat dit zou veranderen. Uit haar onderzoek bleek het tegenovergestelde: de stereotype ideale leider had nóg minder feminiene kenmerken dan ervoor. „Als we maar genoeg voorbeelden zien van vrouwen op leidinggevende posities raken we dat vooroordeel kwijt, blijkt uit onderzoek. Want als ze hun eigen leidinggevenden moeten beoordelen, weten mensen heel goed wie goede leiders zijn: Mensen die én besluitvaardig zijn én goed kunnen luisteren.”

Na de financiële crisis werd diversiteit als een luxeverschijnsel gezien, ‘omdat het crisis’ was. „De vertegenwoordiging van vrouwen, etnische of seksuele minderheden werd ineens minder belangrijk gevonden, terwijl het dan misschien juist belangrijker is. De media, politici, wij wetenschappers – als samenleving moeten we hier alert op zijn.”