Europa is het eens over een Marshallplan, maar niemand weet wat het inhoudt

EU Een zogenaamd ‘Marshallplan’ moet Europa uit de crisis trekken. De term is vaag genoeg om breuklijnen te overbruggen. „Politici hebben geen flauw idee waar ze het over hebben.”

Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog: Griekse kinderen krijgen brood uitgereikt dat bereid is met Amerikaanse bloem.
Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog: Griekse kinderen krijgen brood uitgereikt dat bereid is met Amerikaanse bloem. Foto Bettmann

Hoe krijg je alle Europese lidstaten op één lijn over het redden van de economie? Voor Charles Michel was het deze week duidelijk: begin over een ‘Marshallplan’. „En als ik zeg Marshallplan, dan bedoel ik een plan met grote ambitie”, aldus de EU-raadsvoorzitter.

Het is de oplossing voor de economische crisis waar iedereen enthousiast van wordt. Je hoort het zowel in Noord- als Zuid-Europa, ter linker en rechterzijde. De sociaal-democratische premier Pedro Sánchez (Spanje) pleit ervoor, maar ook de Franse liberaal Emmanuel Macron. De Duitse voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, net als de Nederlandse ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Deze week spraken Europese regeringsleiders voor de zoveelste keer over een gezamenlijk antwoord op de economische klap van de coronacrisis. De uitwerking van een ‘herstelfonds’ schoven ze weer voor zich uit en de ideeën over hoe dat gefinancierd moet worden lopen sterk uiteen. Maar over een ding is men het wel eens: zo’n fonds moet een ‘Marshallplan’ worden.

Het is een buzzword, vaag genoeg om breuklijnen te overbruggen. Een Marshallplan, dat appelleert aan gezamenlijkheid, solidariteit, iets dat werkt, waarmee heel Europa écht geholpen is. Een soort stopmiddel, waarmee elke mankement aan het continent kan worden hersteld.

Symbool van durf

Het oorspronkelijke Marshallplan hielp de Europese economie er immers bovenop, na de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog. Op initiatief van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Marshall pompten de Verenigde Staten in de jaren tussen 1947 en 1952 miljarden in de Europese economie.

Wat politici er nu mee bedoelen blijft vaak onduidelijk. Is het een fonds gevuld met gezamenlijke Europese schulden (‘eurobonds’) , zoals Spanje en Frankrijk willen? Of betekent het een Noord-Europese gift aan het zuiden, een gebaar van goede wil, zoals Segers betoogde?

De kern, denkt Benn Steil, is dit: „De behoefte aan massale overheidsinvesteringen.” De Amerikaanse econoom is verbonden aan de denktank Council on Foreign Relations en publiceerde in 2018 een goed ontvangen boek over het Marshallplan. Hij volgt de Europese discussie op het moment met enige verwondering. Niet dat hij de aantrekkingskracht van het Marshallplan niet begrijpt. „Het was een grootse, nobele onderneming. Misschien kan het als symbool van durf een inspiratiebron zijn. Maar als sjabloon is het absoluut onbruikbaar.”

Bovenal natuurlijk omdat er in 2020 geen gulle Amerikaanse oom is die Europa er weer bovenop wil helpen. De Marshall-doctrine is bijna 75 jaar na dato veranderd in America First. Juist daarom heeft de roep om een Marshallplan ook iets ongemakkelijks, is het een confrontatie met hoezeer Europa er in de huidige geopolitieke jungle alleen voor staat. „Niet zo gepast”, noemde een EU-topdiplomaat de inflatie aan Marshallverwijzingen deze week. „Het zou vooral betekenen dat we weer heel veel Amerikaanse producten zouden moeten kopen.”

China ruikt zijn kans

Het ongemakkelijke, zegt Jan Techau, Europadirecteur van het German Marshall Fund, „is dat Europa nu juist voorzichtig moet zijn en zich moet weren tegen te goedkoop geld van externe partijen. Al voor de coronacrisis zagen we een groeiende invloed van China en Rusland, vooral in Zuid- en Zuidoost-Europa. Nu zal China nog sterker zijn kans ruiken.”

Dat gaat uiteindelijk alle landen aan, benadrukt Techau: een armer Europa betekent ook een kwetsbaarder Europa voor externe invloed. Hij vreest dat het geopolitieke element vergeten wordt, in het vaak venijnige Europese gevecht om fondsen. „Hier wordt geen top over georganiseerd. Maar het is cruciaal voor de toekomst van Europa.”

Meer dan om het daadwerkelijke plan lijkt het Europese politici bij hun verwijzingen naar het Marshallplan te gaan om het resultaat: een opnieuw florerende economie. Maar ook economisch is er weinig inspiratie te halen uit het Marshallplan, zegt Steil. „Het probleem was dat [na de oorlog] de industrie in puin lag. De productie moest daarom met investeringen zo snel mogelijk weer op gang gebracht. Nu hebben we geen oorlogsschade, maar een tijdelijke gestaakte economie. Nu gaat het erom bedrijven voorlopig op de been te houden, via liquiditeit en leningen.”

Deglobalisering

Toch is het juist de huidige economische ‘verwoesting’ waardoor politici pleiten om een wederopbouwplan te gebruiken voor radicale hervormingen. Bijvoorbeeld naar een veel groenere, klimaatvriendelijke economie, zoals Eurocommissaris Frans Timmermans betoogt. Of gericht op deglobalisering, waardoor Europa minder afhankelijk wordt van China bij de productie van cruciale goederen als medicijnen. Ook Techau noemt dat laatste als een belangrijk element van een wederopbouwplan. Maar, zo benadrukt hij: „Het is een illusie te denken dat je als Europa zelfvoorzienend kunt worden. Bovendien willen we ook verbonden blijven met China. Juist daarom moeten we onze eigen machtspositie versterken.”

Een modern Marshallplan, dat betekent volgens Techau daarom ook ongemakkelijke vragen over de manier waarop Europese overheden geld uitgeven. „In Europa hebben we eigenlijk nog altijd post-oorlogsbegrotingen: veel sociale zekerheid, pensioenen, de verzorgingsstaat. Als je echt een Marshallplan wil, dan moet je daar kritisch naar kijken en veel overheidsgeld verplaatsen naar grote investeringen in onderwijs en onderzoek, technologie en het omscholen van mensen. Dat wordt een pijnlijke discussie, maar die zou wel gevoerd moeten worden.”

Lees ook:De oproep van de Spaanse premier Sánchez voor een Marschallplan

Albrecht Ritschl kan er kort over zijn: „Politici hebben geen flauw idee waar ze het over hebben. Want als ze wisten wat het Marshallplan inhield, zouden ze er nooit over beginnen.”

Ritschl is hoogleraar Economische Geschiedenis aan de Londen School of Economics, gespecialiseerd in de Duitse wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Kijk je naar de bedragen van het oorspronkelijke plan, zegt hij, dan waren die „verbazingwekkend klein.” „Het geld was een afleidingsmanoeuvre voor het politieke plan dat erachter zat. De Amerikanen wilden de Europese markt zo snel mogelijk opbouwen, en daartoe dwongen ze de Europeanen samen te werken. Ze smeten niet simpel met geld: bovenal schermden ze de Europese markt af van mondiale handelslijnen, om die in afzondering opnieuw te kunnen opbouwen.”

Eurobonds

Zowel de door Zuid-Europa gewenste ‘eurobonds’ als de door het noorden aangeboden giften behelzen volgens Ritschl daarom precies het tegenovergestelde als het Marshallplan. „Liefdadigheid is nou juist wat de Amerikanen niet wilden. Het ging er vooral om Europa snel weer onafhankelijk te maken van de donateur.”

Een moderne variant zou daarom volgens Ritschl een radicale oplossing zijn, waar hij zelf best iets voor voelt: het afzonderen van Zuid-Europa. „Je zou de financiële integratie binnen Europa voor tien jaar moeten opschorten, en het zuiden in die periode de kans geven zich zelf te ontwikkelen. Dat betekent: handelsbarrières en kapitaalbeperkingen. Maar ook: het kwijtschelden van schulden, door Noord-Europa. Want laten we niet vergeten dat het Duitse succes van na de oorlog vooral mogelijk was omdat hun schulden vrijwel volledig werden kwijtgescholden”, aldus Ritschl.

Het zou wederom een paradox betekenen: terwijl het originele Marshallplan Europa dwong tot samenwerken, zou een moderne variant het continent juist uiteendrijven. Ondertussen is de dreiging van een breuk binnen Europa juist waarom politici nu druk zetten op een gezamenlijk plan.

De Amerikaan Steil volgt het met verbazing. „Ook hier voeren we heftige debatten over de verhouding tussen de federale overheid en de staten, bij wie wat moet betalen. Dat is een serieus debat, maar het wordt nooit existentieel. In Europa gaat het steeds weer samen met de vraag naar of men bijeen blijft.”

Het toont volgens hem hoezeer Europa behoefte heeft aan een ‘basismechanisme’ om op terug te vallen in economische zware tijden. „Je wil toch niet steeds weer terug bij af zijn? Ik krijg wel eens de indruk dat er in de VS in de jaren 40 meer behoefte was aan Europese integratie dan op dit moment in Europa.”