De lastige vragen liggen nu bij het kabinet

Outbreak Management Team De virusverspreiding lijkt onder controle, maar nieuwe vragen dringen zich op. Vragen die het OMT niet kan beantwoorden. De Haagse uitweg? Het klassieke, onoverzichtelijke polderoverleg.

Jaap van Dissel en Aura Timen van het RIVM, respectievelijk voorzitter en secretaris van het OMT, tijdens een persconferentie in maart.
Jaap van Dissel en Aura Timen van het RIVM, respectievelijk voorzitter en secretaris van het OMT, tijdens een persconferentie in maart. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Al zeven weken gaat het zo: op maandagochtend vergaderen de medische experts van het Outbreak Management Team (OMT). Deze artsen, epidemiologen, virologen en microbiologen sturen diezelfde dag nog hun advies door aan de directeur-generaal van de Volksgezondheid. Die speelt het via een ambtelijk voorportaal weer door aan het kernkabinet dat de coronacrisis bestrijdt. Op dinsdagmiddag presenteert premier Mark Rutte de OMT-adviezen grotendeels als kabinetsbeleid.

Nu de acute crisis in de ziekenhuizen beheersbaar lijkt en maatschappelijk ongenoegen over de lockdown hier en daar zichtbaar wordt, neemt het ongemak met deze grote feitelijke macht van een select en grotendeels onbekend groepje medici toe. Ook bij het OMT zelf. Zij vinden dat Rutte en het kabinet te zeer op hun medische adviezen leunen en dat ze zich door andere deskundigen zouden moeten laten adviseren over de economische en sociaal-psychologische effecten van kabinetsmaatregelen. In hun laatste advies hebben ze die zorg in nette woorden opgeschreven: „De afschaling van de maatregelen moet bekeken worden vanuit een breder perspectief waarin het OMT een van de deskundige medische adviseurs is.”

De voltallige Tweede Kamer schaarde zich woensdag achter dit idee. Nu Nederland moet kiezen hóé het weer opstart, zou er naast het OMT een ‘impact management team’ moeten komen, zei ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Hij dacht aan „bijvoorbeeld de inbreng van een gedragswetenschapper, een bedrijfseconoom, een ethicus, een adviseur voor internationale samenwerking, een pedagoog, een psycholoog” om het kabinet te adviseren over „welbevinden, sociale verhoudingen, en sociaal-economische gevolgen van maatregelen”. Dat past bij een pleidooi dat de veiligheidsregio’s al weken geleden richting het kabinet deden om deskundigen uit verschillende disciplines sámen het kabinet te laten adviseren over het beperken van de maatschappelijke schade.

De afgelopen anderhalve maand nam de directe crisisbeheersing alle tijd en mentale ruimte in. Van ver vooruit kijken kwam het niet.

Tijdens het Kamerdebat leek Rutte nu wel mee te bewegen. Leek, want „gelijkwaardig” aan het OMT moest zo’n IMT zeker niet zijn, benadrukte hij tot twee keer toe. „Geef mij even de kans om dat precies te structureren”, zei Rutte.

Uit het beeld dat betrokkenen schetsen, lijkt de kans groot dat een IMT er niet komt. Het kabinet kiest vooralsnog voor de klassieke Haagse benadering van moeilijke problemen.

Overzichtelijk

Hoe moeilijk het ook was, de afgelopen zeven weken waren toch relatief overzichtelijk, zeggen betrokkenen bij de crisisbeheersing. Eerst moest een dreigende overstroming van de zorgsector worden bestreden en een dodelijk virus worden afgeremd. Daarna kwam al het andere. Ook veel Nederlanders die niet zelf ziek waren of in de zorg werkten, bleken bereid offers te brengen.

Nu de virusverspreiding onder controle lijkt, dringen zich nieuwe problemen op. Hoelang houden mensen zich aan de maatregelen, als het weer mooier wordt en de verveling groter? Hoelang kan de horeca gesloten blijven zonder dat er straks duizenden zaken failliet gaan? Hoe weeg je het belang van de economie, van de culturele sector, van de psychologische belasting van binnen opgesloten gezinnen of vereenzamende ouderen in verpleeghuizen?

Lees ook: Een reconstructie van de eerste maand crisisbeheersing

Het zijn vragen die het kabinet niet meer bij haar corona-adviseurs van het OMT kan neerleggen. Dat team kreeg volgens betrokkenen de afgelopen tijd al vragen waarvan ze dachten: waarom moeten wij die beantwoorden?

Dat gevoel leeft ook bij de bestuurders die dagelijks de maatschappelijke schade van de maatschappelijke ‘lockdown’ moeten bestrijden. Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en als voorzitter van het Veiligheidsberaad deelnemer aan de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCB): „Er moet kennis bij komen. Alleen virologische kennis is onvoldoende. Ik moet denken aan de woorden van voormalig CDA-politicus Pieter van Geel: in de democratie is de politiek het enige gremium dat appels met peren mag vergelijken. Is in psychische nood opgesloten zijn in een verpleeghuis vervelender dan virusverspreiding? Dat soort vragen.”

Bij het zoeken naar antwoorden gaat het kabinet tot nu toe improviserend, ongestructureerd en fragmentarisch te werk, zo blijkt uit beschrijvingen van betrokkenen.

De voornaamste plek om verder vooruit te kijken was tot nu toe het informele overleg elke zondagochtend in het Catshuis. Daar laat het kernkabinet – Mark Rutte, Hugo de Jonge, Martin van Rijn, Ferdinand Grapperhaus, en de vicepremiers Carola Schouten en Wouter Koolmees – zich sinds 15 maart wekelijks informeren over aspecten van de crisis. Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Pieter-Jaap Aalbersberg en Jaap van Dissel, hoofd infectieziektebestrijding van het RIVM, zijn er altijd bij. Ernst Kuipers, voorzitter van het landelijk netwerk voor acute zorg en intensivist Diederik Gommers schuiven vaak aan.

In informele sfeer praten ze elkaar bij en kijken ze vooruit. Het is geen toeval dat daar het eerste besluit valt dat tegen een OMT-advies inging. Op 15 maart, bij de eerste sessie, wordt op advies van de aanwezige onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie), besloten alle scholen te sluiten. Een week later, na een zaterdag waarin stranden en natuurgebieden veel drukker waren dan gehoopt, besluiten ze een NL-Alert te versturen: blijf binnen.

De toekomst

Naarmate de crisis vordert wordt er ook steeds meer over de toekomst gesproken. Op zondag 5 april presenteert minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) ideeën die hij een week daarvoor al in de ministerraad heeft ingebracht. Wat kunnen economische sectoren wél doen binnen de opgelegde beperkingen? Laat ze protocollen opstellen over hoe ze veilig kunnen opereren in wat hij de ‘anderhalvemetereconomie’ noemt. In zijn persconferentie twee dagen later maakte Rutte daar de anderhalvemetersamenleving van.

Dat het OMT zwaarder blijft wegen, merkt Wiebes op 19 april, als hij opnieuw in het Catshuis is. Laten we naast de scholen nu ook in ieder geval één sector openen, stelt hij voor. Zo geef je ondernemers én hun klanten perspectief op een zonniger toekomst. Wiebes noemt sportscholen, bioscopen of terrassen als voorbeeld, zeggen betrokkenen. De medische twijfels blijken te groot. Elke stap leidt tot een drukkere bezetting van de openbare ruimte en het openbaar vervoer. Hoe hou je dan nog anderhalve meter afstand? Daar zit de bottleneck.

Lees ook: Hoe het ministerie van Volksgezondheid steeds meer macht naar zich toetrekt

Behalve Wiebes schuiven die zondag in het Catshuis ook SCP-directeur Kim Putters en de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema aan. Zij spreken hun zorgen uit over het maatschappelijk draagvlak voor de maatregelen. Niet overal is het even gemakkelijk wekenlang binnen te blijven, zien zij. De stadsbewoner op driehoog achter heeft er meer moeite mee dan mensen met een tuin. En jongeren popelen om naar buiten te gaan, zeggen ze.

Nieuwe commissie

Een dag later stemmen de 25 burgemeesters in het Veiligheidsberaad in met een nieuw op te richten tijdelijke commissie, waarvan Halsema voorzitter is en Putters een van de leden, net als de Bredase burgemeester Paul Depla, hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, sociaal-psycholoog Hans Boutellier en VNG-directeur Leonard Geluk. Vanuit het kabinet zijn Grapperhaus en Koolmees lid. Ze gaan zich tot zeker 1 september bezighouden met de vraag welke effecten van noodzakelijke maatregelen verwacht kunnen worden voor de kwetsbaarste mensen. Of hun adviezen net als die van het OMT openbaar zullen zijn, is nog onbekend.

Halsema’s commissie is één van de vele overleggen waarin de maatschappelijke impact van de crisis inmiddels wordt besproken. Buiten de ambtelijke crisiscommissie ICCB om denken topambtenaren van meerdere ministeries na over het ‘nieuwe normaal’. De planbureau’s CPB, SCP en PBL werken aan dat project mee.

De SER heeft een denktank opgericht met daarin werkgevers, werknemers, en instellingen als het CPB, het SCP, het Centraal Bureau voor de Statistiek, De Nederlandsche Bank, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Clingendael. En vanuit het RIVM denkt een adviesraad met gedragsdeskundigen mee over het beleid.

Sinds deze week klinken binnen de coalitie ook geluiden om af te stappen van de crisisstructuur, waarin een select groepje ministers in een kernkabinet namens het hele kabinet besluiten neemt. Moet dat geen ministeriële commissie worden die de voltallige ministerraad adviseert? Met de bijbehorende ambtelijke werkgroepen? Zo ging het ook bij de MH17-crisis.

Zo lijkt het kabinet zijn blik weer te richten op de Haagse binnenwereld: een onoverzichtelijk polderoverleg van permanente of tijdelijke clubs en commissies die een grabbelton aan informatie leveren waarmee ‘politiek sensitieve’ ambtenaren hun ministers kunnen bedienen.