Opinie

De grote crisis vereist grote daden, geen grote woorden

De pandemie heeft geleid tot een enorme vraag naar internationale solidariteit, schrijft Michel Kerres. Kan de wereld die vraag aan?

Michel Kerres

De grote crisis leidt tot grote woorden. „Het moment van de waarheid voor Europa”, proclameerde de Franse president Emmanuel Macron vorige week. „Een proef voor de grote menselijke familie”, zei de paus met Pasen. En columnist Paul Krugman van The New York Times zag snel in dat de pandemie om een nieuwe tijdrekening vraagt: Voor Corona en Na Corona.

De breuk betekent helaas niet dat onaangename vraagstukken in de oude tijd achterblijven. Het betekent alleen maar dat de wereld er snel nieuwe problemen bij krijgt. Zo was er altijd al behoefte aan solidariteit tussen rijk en arm en de ongemakkelijke waarheid is dat daar zelden genoeg van was. Met Covid-19 is de vraag naar solidariteit hard gestegen, net zo hard als de prijs van olie is gedaald. Kan de wereldgemeenschap - als zoiets al bestaat – die vraag aan?

In Europa wordt van het rijke Noorden verwacht dat het bijdraagt aan oplossingen voor het getroffen Zuiden. Solidariteit met Italië en Spanje is logisch. Uit goed Europees nabuurschap. Uit humanitair fatsoen. En natuurlijk uit eigenbelang. Het rijke Noorden is, om met voormalig DNB-chef Wellink te spreken, nergens als het Zuiden instort.

De VN houden bij hoe groot de behoefte aan solidariteit op wereldschaal is. Volgens directeur David Beasley, van het Wereldvoedselrogramma dreigen dit jaar „meerdere hongersnoden van Bijbelse proporties”. Hij schat dat 130 miljoen mensen extra door corona afhankelijk worden van voedselhulp. Nu zijn al 135 miljoen mensen afhankelijk van hulp en gaan 820 miljoen mensen met honger naar bed. De rapporteur voor armoede en mensenrechten, Philip Alston meldde dat Covid-19 een half miljard mensen onder de armoedegrens zal duwen.

Hoever loopt het aanbod van solidariteit achter op de vraag? Veertien humanitaire VN-organisaties vroegen vorige maand om 2 miljard dollar. Er kwam tot nu toe 500 miljoen binnen. Een kwart dus.

UNCTAD, de VN-club voor handel en ontwikkeling, drong eerder aan op verlichting van schulden voor arme landen. De rijke landen, verenigd in de G20, besloten daarop dat arme landen tot eind dit jaar hun verplichtingen niet hoeven na te komen. Dat was winst. Alleen: arme landen hebben niet alleen schulden bij overheden, maar ook bij commerciële partijen die niet zomaar schulden kwijtschelden. Het IMF stelde 100 miljard dollar beschikbaar. Ook dat helpt.

Schenkingen, leningen en schuldverlichting, daar zijn experts het over eens, zijn nog lang niet genoeg om corona in al zijn gevolgen in bedwang te houden. Hoe dwing je meer solidariteit af?

Met grote woorden moet je in elk geval voorzichtig zijn – grote woorden zijn hypergevoelig voor inflatie. Beasly’s ramp van „Bijbelse proporties” zou kunnen plaatsvinden dit jaar. Het is ook denkbaar dat Afrika minder zwaar geraakt wordt dan in het allerdonkerste scenario. Ook dan blijft solidariteit nodig. En wat zeg je dan? ‘We collecteren vandaag voor Bijbelse plagen-light’?

In Europa is onderlinge steun op zijn plaats, maar mag de roep om solidariteit niet ontaarden in emotionele chantage. Het is slecht voor Europa als het Noorden geen oog heeft voor het Zuiden, maar het is ook niet duurzaam om solidariteit af te dwingen met het pistool op de borst. Ook dat leidt tot frictie of erger.

Als het waar is dat we nog maar aan het begin staan van mondiale corona-ontwrichting, dan is dit de tijd voor grote daden. Want als je nú niet over je eigen grens kijkt, wanneer wel?

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.