Opinie

Coronapandemie confronteert burger met onzekerheid

Lockdown

Commentaar

De veelbesproken en veel verguisde eerste vraag van de NOS-verslaggever aan premier Rutte, na zijn persconferentie op dinsdag 21 april, legde in zijn onbeholpenheid een wereldbeeld bloot dat door de coronacrisis op zijn kop wordt gezet. Uit de vraag, die meer een verwijt was en kan worden samengevat als ‘we gedragen ons voorbeeldig en krijgen er huisarrest voor terug’, sprak een gekrenkt rechtvaardigheidsgevoel over niet evenredig gecompenseerde inspanningen.

De reflex spreekt voor het vertrouwen in de meritocratie in Nederland – de verwachting is blijkbaar dat wie door bepaalde hoepeltjes springt, naar rato beloond zal worden. En de coronacrisis betekent nu juist op veel fronten een streep door ieders uitgekiende levensplanning. In het klein, zoals vakantieplannen (Rutte zelf zei berustend: ‘Ik had een paar dingetjes geboekt staan’) of festivalvoornemens. Veel wezenlijker, voor veel mensen, betekent de aanhoudende gezondheidscrisis onzekerheid over het behoud van een baan of opdrachtgevers, en het weerzien van ouders of vrienden.

Na bijna zes weken ‘intelligente lockdown’ wordt duidelijk dat het coronavirus het land nog maanden zal gijzelen, de inspanningen van artsen, wetenschappers, bestuurders en iedereen die thuis blijft ten spijt. De moeite zal zich pas op termijn uitbetalen. Het virus trekt zich niets aan van menselijke logica, het heeft geen motief, er valt niet mee te onderhandelen. Of, zoals Mark Rutte het in padvindersbeeldspraak stelde: „Het is niet Mark Rutte die dat virus bij de grens tegenhoudt en dat virus pakt ook niet een rugzakje en loopt boos weg: ‘Oh, ze motten ons hier niet’.”

Voor het kabinet en alle betrokken communicatieadviseurs zal het de komende tijd de vraag zijn hoe zij de aanhoudende beperkende maatregelen als draaglijk zullen voorstellen nu er geen zicht is op snel resultaat of grote versoepelingen. En voor iedereen is de nieuwe realiteit dat grote en kleine plannen op losse schroeven komen te staan of naar de prullenbak kunnen. De komende tijd oogt net zo leeg en dor als de akkers in de maand april.

Uit onderzoek blijkt dat mensen geneigd zijn te kiezen voor zekerheid boven vrijheid, ook al blijft de vrijheid verleidelijk. Zekerheid impliceert voorspelbaarheid en sleur, terwijl vrijheid onzekerheid en spanning met zich meebrengt.

De coronacrisis betekent onzekerheid en tegelijkertijd sleur voor velen, en vraagt vooral om uithoudingsvermogen en gelatenheid. De adviezen die het internet beheersen om de tijd te doden (bakken, puzzelen, doe-het-zelven, dit alles het liefst zo ambachtelijk mogelijk) zijn net zo kinderlijk eenvoudig als de verveling waartegen ze worden ingezet. De inspanningen zullen alleen binnen het eigen huishouden worden gezien, misschien ook worden gewaardeerd.

Aan de onzekerheid waarmee de epidemie confronteert zijn weinigen gewend, zeker in een welvarend land waarin problemen vaak oplosbaar zijn. Behalve om discipline en zelfbeheersing vraagt het kabinet ook om het vermogen nu even af te wachten en alle plannen op te schorten. Dat is misschien nog wel het moeilijkst.