‘Belastingbetaler moet profiteren van redding van bedrijven’

Interview Margrethe Vestager, Eurocommissaris voor Mededinging, verwierf faam door fusies tegen te houden en het op te nemen tegen techgiganten. In de coronacrisis moet ‘strenge scheidsrechter’ Vestager beslissen over staatssteunmaatregelen. „Lidstaten kunnen niet uitgeven wat ze maar willen.”

Margrethe Vestager, eurocommissaris voor mededingszaken.
Margrethe Vestager, eurocommissaris voor mededingszaken. Foto Andreu Dalmau

Margrethe Vestager heeft haar persvoorlichter beloofd haar antwoorden kort te houden. En vlak voor het eind van het telefonische interview is de lunch voor de ‘Pizza Friday’ op haar kantoor al gearriveerd. De laatste vraag zal dus al helemaal kort moeten zijn, waarschuwt ze. „Je staat nu tussen mij en mijn pizza margherita in”, lacht de Eurocommissaris voor Concurrentie en Digitalisering.

Het team van Vestager werkt „de klok rond”, zegt ze tijdens het gesprek met verschillende Europese media meerdere keren, om alle verzoeken voor het goedkeuren van staatssteun af te handelen. Overal in Europa zetten overheden zwaar geschut in om bedrijven tijdens de coronacrisis overeind te houden. De regels voor staatssteun werden de afgelopen weken fors opgerekt, waardoor lidstaten veel meer ruimte dan normaal hebben om bedrijven te hulp te schieten. Maar dat betekent niet dat alles mag. En alle verzoeken belanden op het bureau van de Deense, die moet beoordelen of de staatssteun geoorloofd is.

De afgelopen jaren ontwikkelde Vestager zich tot misschien wel het bekendste gezicht van de Europese Commissie, vooral vanwege de manier waarop ze het opnam tegen grote multinationals als Google, Apple en Starbucks. Ze toonde zich onbuigzaam als het ging om mededinging. Zelfs toen dat kritiek uitlokte van lidstaten: sommigen zagen graag soepeler fusieregels om het ontstaan van wereldwijd concurrerende ‘Europese kampioenen’ mogelijk te maken.

Nu bevindt ‘strenge scheidsrechter’ Vestager zich plotseling in een heel andere rol en is ze eerst en vooral bezig ervoor te zorgen dat overheden hun bedrijven overeind kunnen houden. Dat is cruciaal, zegt Vestager, om Europeanen door deze crisis heen te helpen. Tegelijk benadrukt ze tijdens het gesprek het belang van een eerlijk speelveld en betekent de coronacrisis allerminst dat lidstaten hun industrie onbeperkt kunnen steunen.

Via een speciaal ‘tijdelijke raamwerk’ dat halverwege maart werd gepubliceerd, keurde de Commissie de afgelopen weken al 77 bijzondere regelingen goed, goed voor 1.800 miljard euro aan steun door lidstaten. Bovenal gaat het nu nog om liquiditeitsregelingen waarmee bedrijven tijdelijk in de lucht worden gehouden. Nu de crisis zich verdiept en ook grootschalige herkapitalisatie van bedrijven noodzakelijk wordt, zijn nieuwe richtlijnen nodig. zegt Vestager. Daarover wordt op dit moment nog met lidstaten overlegd, maar ze laat duidelijk weten wat de inzet van de Commissie is.

„Als geld van de belastingbetaler wordt gebruikt om een bedrijf te redden, dan moet die er uiteindelijk ook van profiteren wanneer het weer beter gaat. Daarom willen we eisen stellen voor het uitkeren van bonussen en dividend en het inkopen van de eigen aandelen. De overheid moet er bovendien goed op letten dat de markt op de lange termijn niet verstoord blijft. Daarom moet er ook een verbod komen op overnames door het bedrijf dat ondersteund is. De eigenaar van een bedrijf moet een zo groot mogelijke prikkel hebben om uiteindelijk weer zelf verder te gaan.”

In welke omstandigheden is een nationalisatie geoorloofd?

„De EU-wetgeving verbiedt nationalisaties niet: dat mag gewoon, als het onder marktomstandigheden gebeurt. Maar als het meer neigt naar steun, en dan gaat het vaak om een gedeeltelijke nationalisatie, dan willen we dat er eisen aan verbonden worden. Als de staat, en dus de belastingbetaler, zich er in mengt en risico loopt, dan moet de winst uiteindelijk ook daarheen gaan.”

Deze week zagen we ook landen die bedrijven die belasting ontwijken uitsloten van staatssteun-regelingen. Is dat een eis die de Commissie zou kunnen stellen?

„Lidstaten kunnen dat zelf doen, maar het EU-verdrag limiteert wat wij als Commissie kunnen doen. We kijken wat mogelijk is en we moedigen lidstaten aan te doen wat zij zelf willen.”

Er klinkt nog altijd kritiek, bijvoorbeeld van de Oostenrijkse regering, dat het goedkeuren van staatssteunregelingen te langzaam gaat, en dat de Commissie te weinig flexibel is.

„Ik wil eerst benadrukken dat we de eerste versoepeling al één week na het verzoek van de lidstaten hebben aangenomen en dat die echt ongekende staatssteun mogelijk maakt. Als we de noodzakelijke informatie hadden, hebben we steeds binnen 48 uur een besluit genomen. Maar we moeten alles wel juridisch kunnen onderbouwen. We moeten ook fragmentatie van de interne markt voorkomen. Want die markt gaan we keihard nodig hebben voor het economisch herstel na deze crisis. En bedenk ook: overheden kunnen veel doen zonder goedkeuring van de Commissie: loondoorbetalingen, het opschorten van BTW en vennootschapsbelasting.”

Vooral in de luchtvaartsector is er nu sprake van de noodzaak tot herkapitalisatie of zelfs nationalisering. Bent u bezorgd dat er door de coronacrisis veel maatschappijen failliet gaan en we daarom monopolies over houden?

„Je moet blind zijn om die zorgen niet te hebben. De luchtvaartindustrie heeft veel vaste kosten en als je zoals nu niet vliegt dan kunnen die niet betaald worden. En: hoe groen we ook willen zijn, we zullen ook willen blijven vliegen. Dus hebben we ook concurrentie nodig tussen verschillende luchtvaartmaatschappijen. Ons raamwerk blijkt tot nu toe ook geschikt om bedrijven die tijdelijk grote schade ondervinden, waaronder luchtvaartmaatschappijen, te ondersteunen. Ik denk dat we ook na deze crisis nog zullen kunnen kiezen met wie we vliegen.”

Klimaatorganisaties bepleiten dat overheden voorwaarden voor vergroening zouden moeten stellen voor het verlenen van steun aan luchtvaartmaatschappijen. Bent u daar voor?

„Als lidstaten dat willen kunnen ze dat doen. Maar op dit moment vliegen maatschappijen nauwelijks, dus gaat de staatssteun alleen naar het in stand houden van de bedrijven. En als het om vergroening gaat is het ook belangrijk dat we concurrentie tussen verschillende maatschappijen behouden. We zullen strengere milieuregels moeten gaan stellen, maar daarnaast ook concurrentie moeten hebben om zo innovatief mogelijk te zijn. Dat zal voor het duurzaam maken van de sector ook heel belangrijk zijn.”

In een interview met de Financial Times sprak u onlangs u zorg uit over mogelijke vijandige overnames door China. Overheden zouden aandelen van bedrijven moeten opkopen om dat af te wenden. Op welke manier kunnen en mogen ze dat doen?

„Als Commissie hebben wij geen mening over overheden die een belang nemen in bedrijven: als ze dat als marktdeelnemer doen hoeven ze ons daarvan niet op de hoogte te brengen. Vorig jaar is al wel afgesproken dat alle Europese overheden werken aan een betere manier om buitenlandse investeringen te screenen. Sommige lidstaten hebben al zo’n instrument, anderen werken er nog aan. En daarnaast kijken we ook naar overnames door buitenlandse partijen die onrechtmatige staatssteun krijgen: hoe kunnen we als Commissie die partijen beter onderzoeken en de overname waar mogelijk tegenhouden? Daarvoor presenteren we binnenkort plannen.

„De boodschap moet zijn: Europe is open for business, maar we moeten wel op hetzelfde speelveld spelen. Concrete voorbeelden hebben we in de coronacrisis nog niet gezien. Behalve dan wellicht de poging het Duitse biotech-bedrijf CureVac over te nemen – maar die kwam van Amerikaanse kant. En u weet hoe dat eindigde: met een forse investering in het bedrijf door de Europese Commissie. CureVac blijft een Europees bedrijf.”

De afgelopen weken namen de zorgen toe dat er te grote verschillen zijn in de manier waarop lidstaten hun bedrijven kunnen ondersteunen waardoor de interne markt verstoord raakt. Hoe kunt u dat voorkomen?

„Ik denk dat die zorgen absoluut terecht zijn, maar helaas is dat in normale tijden ook al zo. Niet elke lidstaat benut de mogelijkheden voor staatssteun volledig op dezelfde manier. Maar in deze tijden van ernstige economische schok zijn de risico’s groter. Des te belangrijker dat wij steeds beoordelen of de gegeven staatssteun proportioneel is: lidstaten kunnen niet uitgeven wat ze maar willen, daar zitten grenzen aan. En we moeten bekijken hoe steun die in één land wordt gegeven, ook bedrijven in andere landen kan helpen.

„Dat gezegd: er kunnen concurrentieproblemen ontstaan, en daar zullen we scherp op moeten blijven letten. Daarom ben ik ook blij met de opdracht die de Europese Commissie deze week heeft gekregen om te kijken naar hoe we het Europese begroting in kunnen zetten om geld beter her te verdelen.”

Lidstaten spraken af dat de Commissie werkt aan een herstelfonds. Wat ziet u voor zich?

„Mijn collega’s werken aan verschillende instrumenten. Bijvoorbeeld door met de Europese begroting extra geld te lenen, zodat we de begroting zelf kunnen inzetten voor onze eigen strategische prioriteiten als de Green Deal en digitalisering. We moeten een balans vinden tussen leningen en giften. Maar ik kan er niet op vooruit lopen waar we over een paar weken mee komen.”

Om hoeveel geld zal het gaan?

„Daar moeten we het ook nog over hebben. Ik wil ervoor uitkijken dat we nu al een heel precies getal gaan noemen, zonder te hebben onderzocht wat waar nodig is. Mensen horen de miljoenen en miljarden door de lucht vliegen, maar waar ze daadwerkelijk iets aan hebben is dat we met iets komen waardoor ze bijvoorbeeld hun baan of bedrijf kunnen behouden.”

Een van uw kerntaken is het beoordelen van fusies. Is dat in de huidige tijd lastiger geworden en verandert deze crisis uw opvatting over de mogelijkheden voor het creëren van ‘Europese kampioenen’?

„Ik weet niet meer wie het ooit zei, maar ik herinner me de uitspraak: crisissen gaan voorbij, fusies blijven. De afgelopen weken hebben we nog 38 fusies goedgekeurd, en er lopen allerlei onderzoeken. Laten we niet vergeten: we nemen de mondiale markt altijd al mee bij het beoordelen van fusies. Als de consument een concurrent kan vinden op de wereldmarkt dan speelt dat al een rol bij onze beoordeling. Maar zoals eerder al aangekondigd kijken we op dit moment opnieuw naar hoe we een markt moeten definiëren. Ik hoop nog voor de zomer met de publieke consultatie daarvan te beginnen.”

De afgelopen weken hoorden we felle verwijten uit Zuid-Europa richting het Noorden, en toonde het Noorden onbegrip over de Zuid-Europese begrotingsmoraal. Begrijpt u die frustraties, en wellicht ook de teleurstelling in landen als Italië en Spanje?

„Ik begrijp alle frustratie en op een bepaalde manier begrijp ik ook de teleurstelling. Dit is niet het moment voor het naspelen van de financiële crisis. Niemand draagt deze keer schuld, iedereen kon geraakt worden door dit virus, onafhankelijk van hoe goed je wel of niet hersteld bent van de vorige crisis. Daarom is het mandaat wat we hebben gekregen van de lidstaten om te werken aan een nieuw herstelfonds ook zo belangrijk. We hebben met de Europese begroting al een goede basis: een vertrouwd instrument voor herverdeling. Onze Unie kan niet alleen een Unie van zonneschijn of alleen een marktplein zijn. Als je buren in hoge nood zitten dan help je ze. Onze eerste reactie op deze crisis was rommelig. Maar ik ben ervan overtuigd dat onze vervolgstappen nu beter zullen gaan.”