Recensie

Recensie Boeken

Het tragische verhaal van de vrijgevochten slaafgemaakten die een eiland bij Canada beloofd werd

Slavernij Simon Schama schreef een flamboyante geschiedenis van de ‘slaafgemaakten’ die in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog aan Britse kant vochten en daarna naar West-Afrika trokken.

Foto Smith Collection/Gado/Getty Images

Er zijn historici met een oeuvre dat zo breed is, dat je bijna niet weet of je ze moet bewonderen of wantrouwen. De Britse publiekslieveling Simon Schama is zo’n alleskunner. In ons land al bekend om zijn werk over Rembrandt, de geschiedenis van de Joden, en natuurlijk het Nederland van de 17de eeuw met zijn hit Overvloed en Onbehagen, maar met de vertaling van de De Ruwe Oversteek (Rough Crossings) leren we hem voor het eerst kennen als historicus van de geschiedenis van de slavernij. Of eigenlijk van de weerbarstige vrijheid die komt na de slavernij.

Het boek beschrijft de lotgevallen van duizenden zwarte mannen en vrouwen die zichzelf in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog als ‘derde partij’, zoals Schama (1945) ze noemt, letterlijk hadden vrijgevochten. De Britten beloofden hun land en vrijheid, op voorwaarde dat ze zich onder de Union Jack zouden scharen om te vechten tegen hun vroegere meesters. Tienduizenden gaven aan die oproep gehoor. Ondanks alle chaos, ziekte, onzekerheid en ook wreedheden aan het Britse front leek alles beter dan de Amerikaanse slavernijrepubliek met zijn hypocriete idealen van vrijheid en gelijkheid.

Toen de Britten in 1783 hun nederlaag onder ogen moesten zien, werden deze ‘zwarte loyalisten’ naar Nova Scotia verscheept: een koud, rotsachtig schiereiland ten oosten van het Canadese vasteland. Het beloofde land bleek een bittere teleurstelling. Ze werden er zo goed als aan hun lot overgelaten, grondbezit bleek haast onmogelijk, en in deze nieuwe armoede was er vrijheid in naam alleen.

Ondankbaar lot

Maar daar eindigt het niet. Schama wijdt de tweede helft van zijn boek aan hun pogingen een beter leven op te bouwen in West-Afrika. Onder abolitionisten in Londen groeide de verontwaardiging over het ondankbare lot van de zwarte loyalisten, en zo ontstond het plan om voor hen een kolonie te stichten in Sierra Leone. Vooral abolitionist Granville Sharp had een ideaal voor ogen van een modelstaat met werkelijk democratisch zwart zelfbestuur. De expedities naar West-Afrika begonnen in 1787 en uiteindelijk waagden duizenden Nova Scotiërs de oversteek. Maar andermaal botsten ze op een werkelijkheid die een stuk minder rooskleurig bleek dan hen was voorgespiegeld. Oorlog, hongersnood en ziekte, alles komt langs.

De nederzetting herpakt zich onder de leiding van de witte gouverneur John Clarkson, en in 1792 gloorde er langzaamaan hoop in de hoofdstad Freetown. Voor het eerst werden er verkiezingen gehouden, waarbij zelfs vrouwen mochten stemmen. Vrouwen! Een unicum.

Fascimile van de aanbevelingsbrief van generaal Lafayette voor James Amistead, die in de Onafhankelijkheidsoorlog spioneerde onder slaafgemaakten die aan Britse zijde vochten. Foto Smith Collection/Gado/Getty Images

Lang duurt dat allemaal natuurlijk niet. De geschiedenis van de Nova Scotiërs maakt een ironische lus, want onder de opvolger van Clarkson breekt ook in deze nederzetting uiteindelijk een opstand uit tegen het paternalisme van de Britten. Opnieuw van een zelfbewuste bevolking die niets moet hebben van de hoge belastingen, de bestuurlijke blunders en overheidsbemoeienis in hun kerken. Maar deze rebellie weten de Britten wel succesvol neer te slaan, nota bene met de hulp van vijfhonderdvijftig Jamaicaanse marrons. In 1808 hijst Freetown de vlag van het royal empire: het ideaal van de Britse vrijheid bleek niet opgewassen tegen de realiteit van het Britse Rijk.

Schama’s boek ligt er al sinds 2005, en werd indertijd uitvoerig geprezen in de Engelstalige pers om de manier waarop het deze geschiedenis toegankelijk maakte voor het grote publiek. De BBC wijdde er zelfs een documentaireserie aan, maar blijkbaar zagen Nederlandse uitgevers er geen heil in. Dat De Ruwe Oversteek nu alsnog is vertaald past in een tijdgeest waarin slavernij niet langer wordt gezien als een puur Amerikaans-Britse aangelegenheid.

Slaaf of slaafgemaakte

Toch zie je op verschillende manieren in het boek dat onze nieuwe tijd schuurt met de mores uit 2005. Zelf spreekt Atlas Contact op de achterflap consequent van ‘slaafgemaakten’, het steeds meer gangbare kritische alternatief voor ‘slaaf’, dat benadrukt dat slavernij nooit een natuurlijke staat is. Maar op de eerste pagina van het boek verklaren de vertalers dat op verzoek van de auteur juist zoveel mogelijk het woord ‘slaaf’ is gebruikt. Het zou ‘aanmatigend’ zijn dat niet te doen en zelfs hun ‘heldhaftigheid bagatelliseren’. Een raadselachtige redenering. Ook de achteloosheid waarmee het woord ‘neger’ wordt rondgestrooid, niet alleen in citaten maar ook in sommige parafrasen, lijkt eerder op een reliek uit een vorig tijdperk dan een nieuw perspectief op de historische wortels van racisme.

Ondanks dit alles blijft Schama’s verteltalent ook in vertaling onmiskenbaar. De gruwelen op het slavenschip de Zong, de juridische strijd van abolitionist Granville Sharp tegen opperrechter Mansfield, de angst op de woeste zeereizen en de pijnlijke teleurstelling door het verraad van de Britten; Schama beschrijft het met het pathos van iemand die er zelf bij is geweest.

Lees ook: Een tot slaaf gemaakte man op zoek naar de herinnering aan zijn moeder

Het is daarmee onmogelijk De Ruwe Oversteek een slecht boek te noemen, maar dat maakt het extra frustrerend dat het toch een stuk beter had kunnen zijn. Het grootste probleem is dat Schama geen maat kan houden. Hij presenteert bij vlagen een overvloed aan anekdotes, feiten en personages, met te weinig rust en overzicht. Het lijkt alsof hij in al zijn enthousiasme simpelweg de koelkast van de geschiedenis heeft opengetrokken en zonder al te duidelijk recept vooraf zo veel mogelijk ingrediënten heeft gegrepen. Dat leidt hem nogal eens een zijpad in, en het is niet altijd makkelijk bij te houden waar in het verhaal we precies zijn.

Zonde, want wie zich daar niet door laat afschrikken wordt beloond met een verhaal dat actueel is in zijn aandacht voor racisme en onderdrukking, en universeel in zijn inzichten over menselijke tekortkomingen. Het is een verhaal over opportunisme, hemeltergende hypocrisie en de schijnbare onmogelijkheid idealen in de praktijk te brengen. Maar uiteindelijk gaat het toch ook over de taaiheid van hoop. Het soort hoop op een betere toekomst dat niet geboren wordt uit naïviteit of goedgelovigheid, maar uit bittere noodzaak.