Twee miljoen jaar geleden was de mens zijn tanden al aan het stoken

Antropologie Tanden stoken vergt handigheid: de tong moet voelen waar vuil zit en de handen moeten een strootje tussen de tanden krijgen.

Tandfragmenten van OH62, een 1,8 miljoen jaar oude Homo habilis, met daarop sporen van tanden stoken.
Tandfragmenten van OH62, een 1,8 miljoen jaar oude Homo habilis, met daarop sporen van tanden stoken. Foto Almudena Estalrrich

Het wordt de oudste gewoonte van de mensheid genoemd: tanden stoken. De oudste aanwijzing voor die activiteit zijn groeven op een losse Homo habilis-tand van 1,84 miljoen jaar geleden (OH60) uit de Olduvaikloof in Tanzania.

Vanaf dan worden deze typerende tandbeschadigingen regelmatig aangetroffen, bij Homo erectus, neanderthalers en ook moderne mensen: Homo sapiens, tot in China toe. Maar waaróm begon het modernemensengeslacht Homo ooit met tandenstoken? Die vraag behandelen drie Spaanse onderzoekers onder leiding van Almudena Estalrrich (Universidad de Cantabria, Santander) in hun analyse van een nieuw bewijs van de oeroude tandenstokerij, ditmaal bij twee tanden van een ander Homo habilis-fossiel: OH62 – 1,8 miljoen jaar oud, ook uit de Olduvaikloof. Zij denken dat het tanden stoken heeft te maken met toenemen van vlees eten, zo schrijven ze in het nieuwste nummer van het Journal of Human Evolution.

Een reconstructie van Homo habilis, gebaseerd op resten die in Kenia gevonden zijn. Foto E. Daynes

Vlees eten is een belangrijke stap in de menselijke evolutie. Nauwverwante primaten zoals de bonobo en de chimpansee zijn nog primair vruchten- en bladereneters. De oudste aanwijzingen voor vlees eten bij menselijke voorouders zijn ouder dan drie miljoen jaar, uit de tijd van de nog aapachtige Australopithecus, maar een belangrijk onderdeel van het dieet was het niet. Het modern-menselijke geslacht Homo dat vanaf 2,5 miljoen jaar geleden op het toneel verschijnt lijkt zich meer toe te leggen op vlees eten (door eigen jacht of door aas eten). Pas vanaf ongeveer twee miljoen jaar geleden verschijnen grote slachtplaatsen. De onderzoekers van de tanden van OH62 merken op dat door de wijze waarop vlees wordt gekauwd, vleesresten makkelijker dan ander voedsel tussen de kiezen raken, zeker als de kronen al een beetje zijn afgesleten.

Grotere behendigheid

Ook andere belangrijke veranderingen in de menselijke evolutie rond twee miljoen geleden moeten het tandenstoken gestimuleerd hebben, aldus Estalrrich en haar collega’s. Zij noemen de grotere behendigheid die rond 1,8 miljoen in ieder geval bij Homo erectus (níet bij H. habilis overigens) leidde tot een geavanceerder type stenen werktuigen (het acheulien-type). Om die complexere werktuigen te maken én om de smalle grasstrootjes in de spleten tussen het habilis-gebit te manipuleren zijn relatief moderne mensenhanden nodig, schrijven de onderzoekers.

Homo habilis vormt waarschijnlijk de evolutionaire schakel tussen de kleine Australopithecus met aapachtige hersenen en de al flink grotere Homo erectus, die ook een groter brein had. Op grond van skeletdelen die van hem over zijn, wordt OH62 zelfs ingedeeld bij het meer primitieve type binnen Homo habilis en dus niet bij het meer geavanceerdere habilis-type dat al lijkt op de opvolgersoort Homo erectus.

Bovenkaak van OH62 met resten van tanden. Rechtsonder de geanalyseerde tandfragmenten. Foto Almudena Estalrrich

Maar handig genoeg om te tanden stoken was OH62 dus wel. Handbeentjes zijn er niet van hem over, maar een paar jaar geleden is er ook in Tanzania een even oud handbeentje gevonden dat wél alle kenmerken van een modern handbeentje toonde. Het werd tot nu toe niet waarschijnlijk geacht dat dit botje hoorde bij een primitieve Homo habilis zoals OH62, maar zijn tandenstookvaardigheid lijkt die toewijzing nu niet meer uit te sluiten, zo schrijven Estalrrich en haar collega’s.

Overigens is ook al eens betoogd dat de voorliefde voor tandenstoken óók zou kunnen samenhangen met het ontstaan van gesproken taal. Want door de veel gedetailleerdere spierbesturing van tong en lippen die daarvoor nodig is, zou ook de gevoeligheid voor ongerechtigheden tussen de kiezen verhoogd moeten zijn. En inderdaad, taal kan zijn ontstaan vanaf twee miljoen jaar geleden, maar zeker is dat allerminst.

Grasstrootjes en dierenpezen

De diepte van de groeven, bij OH62 maar ook bij andere mensachtigen, geven aan dat tandenstoken in ieder geval een regelmatige activiteit moet zijn geweest, waarschijnlijk vooral met grasstrootjes, maar mogelijk ook met dierenpezen of kleine takjes. Bij OH62 werden bij twee kiezen typerende slijtsporen gevonden, die volgens de onderzoekers door schurende grasstrootjes moeten zijn veroorzaakt omdat de maximale breedte van de groef maar 2,8 mm is. Opmerkelijk genoeg zijn bij huidige mensen die regelmatig hun tanden stoken, nooit vergelijkbare groeven gevonden zoals wel bij alle andere vertegenwoordigers van het geslacht Homo. Misschien omdat er in de huidige industriële tijd daarvoor relatief zachte houtsoorten worden gebruikt, zo opperde de bioloog Leslea Hlusko (University of California, Berkeley) al in 2003.

In Indonesië is een java-aap gezien die tanden poetste met twijgen

Overigens zijn bij nu levende primaten zoals chimpansees en kapucijnaapjes bij uitzondering ook wel eens tandenstook-activiteiten gezien, zo blijkt uit een recent overzicht, maar nooit zijn er diepe groeven op hun tanden gezien zoals bij prehistorische mensen. In de Democratische Republiek Congo is eens een bonobo geobserveerd die twee keer met twijgjes zijn gebit schoonmaakte. In Indonesië is een java-aap gezien die tanden poetste met twijgen en ook bij orang oetans is een paar keer gezien hoe zij stokjes als tandenstoker gebruikten. En bij een kapucijnaapje in Brazilië kon worden gezien hoe zij zich helemaal uitleefde met stokjes en grasstrootjes waarmee zij herhaaldelijk in haar neus stak (en daarmee een kennelijk gewenste nies opriep) en ook haar kiezen en tandvlees leek schoon te maken. Opmerkelijk was dat ze daarbij herhaaldelijk het gebruikte stokje of sprietje aflikte.

En bij chimpansees is twee keer gezien hoe zij bij een ánder met twijgjes de tanden schoonmaakten. En één keer gebeurde dat wel op een heel bijzonder moment: bij een jonge chimp die op dat moment al was overleden. Die intieme en haast liefkozende handeling werd toen geïnterpreteerd als een uiting van een worsteling met de dood van een naaste, die kennelijk ook chimpansees kunnen voelen.

Lees ook: De oudste slagerij en de oorsprong van het vleeseten