Rekenkamer: minister moet duur medicijn desnoods weigeren

Onderhandelingspositie De minister voor Medische Zorg moet bij farmaceuten meer korting afdwingen op dure medicijnen. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer.

Een vijfjarige Spaanse patiënt met SMA gebruikt een exoskelet. Over de prijs van het middel Spinraza, dat werkt tegen deze spierziekte, is door de Nederlandse overheid onderhandeld.
Een vijfjarige Spaanse patiënt met SMA gebruikt een exoskelet. Over de prijs van het middel Spinraza, dat werkt tegen deze spierziekte, is door de Nederlandse overheid onderhandeld. Foto Toni Albir / EPA

Om de zorgkosten in de hand te houden, moet de minister voor Medische Zorg hogere kortingen afdwingen op dure medicijnen. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer. De minister moet overwegen ‘nee’ te zeggen als een farmaceut een torenhoge prijs blijft vragen. Zo’n stap zou grote gevolgen hebben, aangezien een geneesmiddel dan niet vergoed wordt voor Nederlandse patiënten.

Het ministerie van Volksgezondheid onderhandelt sinds 2012 zelf met farmaceuten die zeer dure nieuwe geneesmiddelen aanbieden. Daarvoor deden alleen zorgverzekeraars en ziekenhuizen dat, maar zij hadden een minder sterke onderhandelingspositie. Het gaat om medicijnen zoals voor chronische hepatitis C, de ziekte van Pompe, de spierziekte SMA of kanker. Afgelopen jaren had Bruno Bruins (VVD) de leiding over deze onderhandelingen, sinds kort is dat Martin van Rijn als tijdelijke minister voor Medische Zorg.

De Algemene Rekenkamer oordeelt in rapport dat deze donderdag is verschenen dat de onderhandelingen scherper moeten worden gevoerd. De komende jaren worden namelijk honderden nieuwe geneesmiddelen verwacht door innovaties als gentherapie. Sommige ervan gaan het Nederlandse zorgstelsel naar verwachting meer dan honderd miljoen euro per jaar kosten.

Volksgezondheid heeft met de zorgsector afgesproken de zorguitgaven slechts beperkt te laten groeien. Daardoor kunnen dure medicijnen andere zorg gaan verdringen, vreest de Algemene Rekenkamer.

Geheim

De resultaten van de onderhandelingen tussen overheid en farmaceuten zijn geheim, maar de Algemene Rekenkamer mocht ze onderzoeken. Die constateert dat de uitkomst wisselend is. Het ministerie slaagde er vijf keer niet in ‘kosteneffectieve’ afspraken te maken. Grofweg is, volgens het Zorginstituut, zorg ‘kosteneffectief’ als een behandeling per gewonnen levensjaar niet meer dan 80.000 euro kost.

Een voorbeeld van een duur middel is Myozyme, tegen de klassieke vorm van de ziekte van Pompe. De farmaceut vroeg daarbij in eerste instantie meer dan 700.000 euro per patiënt per jaar. Farmaceuten geven niet of nauwelijks inzicht in hoe zij tot zulke hoge prijzen komen. Het Zorginstituut oordeelde eerder dat zulke prijzen vooral gebaseerd lijken op het willingness to pay-principe, vrij vertaald: wat de gek ervoor geeft.

Nederland besteedt per jaar ruim 6,5 miljard euro aan geneesmiddelen. De uitgaven aan medicijnen die in ziekenhuizen gebruikt worden, stijgen met 6,4 procent per jaar. Dat gaat steeds meer ten koste van de ruimte elders in de zorg, ziet de Algemene Rekenkamer.

Bij middelen als Orkambi (tegen taaislijmziekte) heeft de minister een zwakke onderhandelingspositie omdat nog geen alternatieven op de markt zijn.

Tot nu toe kwamen alle 32 geneesmiddelen waar de minister over onderhandelde in het basispakket. „Als farmaceuten weten dat de minister er altijd uit moet komen, helpt dat natuurlijk niet voor de uitkomst”, zegt Ewout Irrgang van de Algemene Rekenkamer. Hij vindt dat de minister moet overwegen een eindbod af te wijzen als het te hoog is. „Betrek het parlement hier tijdig bij en leg helder aan de samenleving uit waarom deze keuze gemaakt is”, schrijft de Algemene Rekenkamer.