Reportage

Op Goeree-Overflakkee ging het na de kerkdienst in het verpleeghuis mis

Zorg Na een kerkdienst brak Covid-19 uit in een verpleeghuis in Goeree-Overflakkee. Het enige hospitaal op het eiland werd in één klap ‘coronaziekenhuis’.

IC-verpleegkundigen werken met Covid-19 patiënten op de intensive care-afdeling in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland op Goeree-Overflakkee.
IC-verpleegkundigen werken met Covid-19 patiënten op de intensive care-afdeling in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland op Goeree-Overflakkee. Foto Ilvy Njiokiktjien

De grote corona-uitbraak in verpleeghuis Nieuw Rijsenburgh op Goeree-Overflakkee moet begonnen zijn bij de avondmaalviering. Het was zondag 8 maart, de dag voordat premier Rutte opriep geen handen meer te schudden.

Om vijf uur ’s middags leidde predikant Leendert Jan Lingen (63) de dienst in de Lukaskapel, een ruim vertrek in het verpleeghuis in Sommelsdijk, met een pijporgel en een wandvullend glas-in-loodraam. Er waren 13 bewoners en 26 kerkgangers van buiten.

De dienst ging over Psalm 25, herinnert Lingen zich. „Over de weg die wij mensen gaan, waarvan we nooit weten hoe die loopt, die soms smal is en soms diepe da len heeft. Maar die weg van ons valt ook samen met de weg van God. Dat was zo’n beetje de boodschap.”

De zondag daarop werd de eerste bezoeker ziek. Tot nu toe is bij 65 van de 300 bewoners van Nieuw Rijsenburgh besmetting vastgesteld. Negentien mensen zijn in het verpleeghuis overleden. „Vreselijk”, twitterde vicepremier Hugo de Jonge die naar Sommelsdijk afreisde.

Goeree-Overflakkee (50.000 inwoners) is een van de zwaarst getroffen gemeenten buiten Brabant. Slechts zo’n 10 van de ruim 350 gemeenten in Nederland hebben in verhouding meer geregistreerde besmettingen, volgens RIVM-cijfers.

Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis, het enige op het eiland, met standaard vijf intensivecarebedden, werd ondanks voorbereidingen overvallen. „Het is in één weekend een coronaziekenhuis geworden”, zegt bestuurslid Ellen Hoogervorst van CuraMare, de grootste zorgkoepel van het schiereiland waar ook Nieuw Rijsenburgh onder valt.

Nu er „stabiliteit in de crisis” is, wil het bestuur vertellen over de uitbraak. Voorzitter Koos Moerland werkt er 22 jaar en dit is de heftigste periode die hij heeft meegemaakt. „Er zit echt een gevoel bij van: gaan we het wel redden?”

Lees de reportage Worden de kwetsbaarste mensen wel genoeg beschermd?

‘Super spreading events’

„Er wordt gezegd dat kerkdiensten super spreading events zijn”, zegt predikant Lingen. „Maar in deze dienst zaten voornamelijk wat oudere mensen. Je moet je voorstellen dat die niet luidkeels zingen.” De bezoekers zaten verspreid aan tafels, sommigen in een rolstoel.

Wie de bron was of waren, weet Lingen niet, zegt hij. Een week eerder had hij al besloten na afloop bij de deur geen handen meer te geven. Een schaal met brood en bekertjes wijn, het lichaam en bloed van Christus, ging wel rond langs de tafels. Na de dienst dronken bezoekers zoals altijd samen koffie.

Zelf was de predikant anderhalve week geveld door corona. „Hoofdpijn, doodmoe, ademhalingsproblemen.” Maar dat viel mee in vergelijking met andere zieken, benadrukt hij. Onwerkelijk vindt hij de affaire. „Ik ben er heel veel mee bezig geweest – en nog. Ook omdat we er nog niet zijn.”

Het crisisteam van verpleeghuis Nieuw Rijsenburgh in Sommelsdijk vergadert nu in de Lukaskapel waar het virus vermoedelijk is uitgebroken.
Foto Ilvy Njiokiktjien
In verpleeghuis Nieuw Rijsenburgh in Sommelsdijk loopt een medewerker in isolatiekleding.


Foto Ilvy Njiokiktjien
Poster in de kapel
foto Ilvy Njiokiktjien
Het crisisteam van verpleeghuis Nieuw Rijsenburgh in Sommelsdijk vergadert nu in de Lukaskapel waar het virus vermoedelijk is uitgebroken.
Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Buiten Nieuw Rijsenburgh zijn op het eiland geen besmettingshaarden bekend, volgens CuraMare. De wintersport en de nabijheid van Brabant kunnen wel een rol hebben gespeeld in de brede verspreiding; het ziekenhuis kreeg coronapatiënten vanuit het hele verzorgingsgebied en verder. De GGD komt binnenkort met een onderzoek naar de uitbraak in de Zuid-Hollandse gemeente en geeft geen commentaar.

Gemeenschappelijke rouw

Goeree-Overflakkee heeft een hechte gemeenschap – inwoners van buiten noemen ze ‘overkanters’. Iedereen kent wel iemand met corona, zeggen de mensen. Van bijvoorbeeld de voetbalclub en het café, de dorpsraden en buurtverenigingen, de zangkoren en de kerken.

„Er is gemeenschappelijke rouw”, zegt burgemeester Ada Grootenboer-Dubbelman (CDA). „Maar bewoners zijn ook veerkrachtig, zorgzaam en nuchter.” De oudere risicogroep voor corona heeft in 1953 de watersnood doorstaan. Dat relativeert nog steeds, zegt ze. „Hier wordt echt gesproken van vóór en ná de ramp.”

Ooit waren Goeree en Overflakkee twee eilanden en verschillen zijn er nog steeds. Op ‘de kop’ in het westen zitten de stranden en duinen, de haven en visafslag van Stellendam. In het oosten staan tulpenvelden in bloei tussen omgeploegde akkers met lange groeven.

Beide delen worden nu hard getroffen door de coronacrisis. In het westen zijn stranden gesloten – en horeca, campings en vakantieparken ook. In het oosten zitten boeren met hun oogst, omdat de voedselproductie voor restaurants stokt.

Nico Vogelaar is maar wat onkruid aan het besproeien, zijn vrouw laat hun Haflinger draven. Hun boerencamping bij Stad aan ’t Haringvliet zou nu anders vol zijn, zegt hij. Ze hebben net weer tafelaardappelen geplant, voor de supermarkt. „Je moet door. Als de akkerbouw niet loopt en de camping draait niet, dan komt het niet goed.”

Net als Zeeland wilde Goeree-Overflakkee eerst nog wel dagtoeristen toelaten. De noodverordening van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, waar het eiland onder valt, gold letterlijk alleen voor „nachtverblijf”. Maar CuraMare, huisartsen en andere zorgverleners vreesden voor een ramp en schreven de veiligheidsregio aan. Goeree-Overflakkee ging overstag: sinds 8 april, een week later dan in de rest van de regio, zijn recreatieterreinen verboden gebied.

Het besluit raakt niet alleen toeristen, maar ook Flakkeeërs met een bootje. Oud-binnenvaartschipper Adrianus Oomen uit Oude-Tonge motort graag over het Volkerak. Maar de kleine jachthaven voor zijn huis is gesloten. „Het is wel te begrijpen”, zegt hij. „Maar wij wonen hier, en mijn bootje ligt daar, veertig meter verder.” Op zijn ladder schildert hij nu de raamkozijnen.

125 lammetjes tussen de diensten

De schapen van huisarts Kasper Bruggeman waren net aan het lammeren tijdens de coronauitbraak. Hij werkt bij Westplaat, de grootste praktijk van het eiland, en coördineert de huisartsengroep in het midden van het eiland. Op zijn boerderij in Oude-Tonge houdt hij negentig fokschapen. „Een uit de hand gelopen hobby”, zegt hij.

Huisarts en schapenhouder Kasper Bruggeman, bij zijn schapen en lammetjes bij zijn boerderij in Oude-Tonge. Foto Ilvy Njiokiktjien

Tussen zijn diensten door kreeg Bruggeman 125 lammetjes erbij. Wat scheelde, is dat Noordhollanderschapen redelijk zelfstandig bevallen, vertelt hij. „Mijn dochter van veertien is ook handig, en we hebben camerabewaking thuis.”

De eerste coronapatiënt die hij zag, herinnert hij zich nog goed. „Een man van 65-plus. U heeft denk ik corona en moet nú naar het ziekenhuis, zei ik. Maar hij wilde het bijna niet geloven. Hij had milde klachten, was wel heel vermoeid.”

Op Goeree-Overflakkee bellen ze niet zo snel de dokter, zegt Bruggeman. „Niet te snel piepen, dat is echt de mentaliteit. Dat kan ook een risico zijn met dit virus. In een paar uur tijd kun je van matig ziek echt doodziek zijn, echt instorten.”

Ze zagen het ook gebeuren bij huisartsenpost ’t Hellegat in het ziekenhuis, vertelt kwaliteitsmanager Herman Nieuwenhuis. „Als ze je bellen, is er echt wat aan de hand. In het begin hadden we pieken van mensen die zó ziek waren, dat ze helemaal niet naar de huisartsenpost konden komen. Dus moesten we visites rijden, en die patiënten per ambulance hierheen vervoeren.”

Samen met thuiszorgorganisatie Careyn heeft CuraMare ‘coronaroutes’ georganiseerd. Wijkteams gaan langs de huizen om mensen die mogelijk besmet zijn te helpen.

Al weken in crisisstand

Met Brabant om de hoek stond het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis al weken „in crisisstand”, vertelt bestuursvoorzitter Koos Moerland van CuraMare. Het is een financieel gezond ‘basisziekenhuis plus’ met 180 bedden en een protestants-christelijke identiteit. Voor abortus en euthanasie verwijst het Van Weel-Bethesda door.

Op de werkvloer is de sfeer gemoedelijk. „Je ziet saamhorigheid en passie”, zegt Mariska Shekary, die net mídden in de coronacrisis toetrad tot het bestuur van CuraMare. Op printjes aan de muren hangen tips. Tip één: „Denk eens na over zingeving in je eigen leven. Wat betekent dat voor zingeving in de zorg?”

Er lagen verschillende scenario’s klaar – en toch was de uitbraak een klap. De eerste coronapatiënt, niet van Nieuw Rijsenburgh, kwam donderdag 12 maart binnen. Een week later moest hij aan de beademing, en ging het in de nacht van vrijdag op zaterdag „helemaal mis”, zegt Marieke van Splunter, hoofd van de spoedeisende hulp. „Toen kreeg de intensive care de ene na de andere opname met intubatie.”

Ze werkt al wekenlang in de weekenden door en heeft 41 gemiste oproepen in een half uur.

Een IC-verpleegster dient medicatie toe bij een Covid-19 patiënt op de intensive care-afdeling in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland.

Foto Ilvy Njiokiktjien

De afdeling moest direct van de laagste naar de hoogste fase, zegt Van Splunter. Het aantal ic-bedden moest uitgebreid worden van vijf naar elf bedden. Daarvoor moest een verkoeverruimte tot tweede ic worden omgebouwd. „Het stond op papier, het was met iedereen afgestemd. Maar om dat op zaterdagochtend om half zeven te realiseren is een uitdaging.”

Er waren een aantal risico’s, zegt Van Splunter. Het Van Weel-Bethesda ligt drie kwartier tot een uur rijden van de dichtstbijzijnde ziekenhuizen, in Rotterdam en Goes. Voor andere acute patiënten is er standaard één leeg ic-bed nodig, en de afdeling zat al aan haar plafond.

„Hoeveel positieve coronapatiënten zijn er? En hoeveel ic-bedden staan daar tegenover? Ja, daar hadden wij echt een risico.” Tot nu toe zijn zeven patiënten overgeplaatst naar elders, omdat de ic vol was.

Het Van Weel-Bethesda is verder ingesteld op basis-intensive care. Veel coronapatiënten vallen juist in de zwaarste categorie met langdurige, complexe beademing en veel medicatie, zegt Van Splunter: „Het gaat hartstikke goed, maar het is een andere patiëntengroep.”

Er zit echt een gevoel bij van: gaan we het wel redden?

Koos Moerland voorzitter raad van bestuur CuraMare

In korte tijd werd een aantal besluiten genomen. Om patiënten met spoed naar andere ziekenhuizen te kunnen vervoeren, moest er midden in een woonwijk een tijdelijke landingsplek voor traumahelikopters komen. Op het parkeerterrein werden bomen gekapt en oranje pionnetjes neergezet. Er is nog geen luchttransport geweest, maar als het nodig is, kan het.

Speciaal voor vermoedelijke coronapatiënten is er een tijdelijke huisartsenpost bij het ziekenhuis. De receptie zit achter doorzichtige plastic flappen.

„Het ‘wij-gevoel’ zorgde dat dit er in drie dagen stond”, zegt kwaliteitsmanager Nieuwenhuis. „Normaal is het een project van misschien zes maanden.”

„Dan ga je discussiëren en wil iedereen er wat over zeggen”, zegt Van Splunter van de spoedeisende hulp. „Terwijl in zo’n crisis iedereen redeneert vanuit één belang: laten we het zo goed mogelijk regelen voor de patiënt. Ik hoop dat we dat ook gaan vasthouden.”

Extra bedden staan opgestapeld in de hal bij het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland Foto Ilvy Njiokiktjien

Foute horrorfilm

In Nieuw Rijsenburgh is het nu stil. Het complex is al in isolatie sinds 17 maart, twee dagen voordat verpleeghuizen landelijk op slot moesten. De binnentuin – met een oude tractor en een bootje, speciaal voor de eilanders met dementie – is leeg. Besmette afdelingen zijn afgezet met rode waarschuwingsbordjes. „Deze deur gesloten houden”.

Lees ook De pijnlijke afweging in verpleeghuizen: demente oudere mag niet meer ronddwalen

In de Lukaskapel vergadert sinds de uitbraak het crisisteam van CuraMare. Iedere ochtend maken ze een rondje met zo’n vijftien mensen: eerst nieuwe ontwikkelingen, dán vragen, dán besluiten.

Op houten wanden hangen plattegronden van het complex. Roze stickertjes staan voor ‘besmet’. „Híer hadden we héél veel stickertjes”, wijst CuraMare-bestuurslid Ellen Hoogervorst naar de geriatrische woongroepen. Tussen de avondmaalviering en de eerste patiënt had het virus hier vrij spel.

„Het voelt alsof je in een foute horrorfilm bent terechtgekomen”, zegt Irene Knijn, specialist ouderengeneeskunde bij CuraMare. „Dat je door iets bedreigd wordt, wat overal vandaan kan komen. En als het je grijpt word je heel ziek en kun je dood gaan.” Die stress en de isolatie maken het een nare tijd voor bewoners én personeel, zegt ze.

Maar er is ook hoop bij CuraMare. De eerste besmette afdeling in Nieuw Rijsenburgh is schoon en mag weer open. De 107-jarige bewoonster Cornelia Ras, die in maart bij de dienst in de Lukaskapel was, genas en kwam landelijk in het nieuws.

Het verpleeghuis en het ziekenhuis zien meer mensen opknappen. Het zorgpersoneel krijgt steun en bedankjes van het hele eiland. De moeder van een verpleegkundige bakte veertien cakes. „Helden in het wit”, stond erop in suikerletters.

„Maar ik ben er niet helemaal gerust op, omdat er nog een tweede piek kan komen als we onvoorzichtig worden”, zegt CuraMare-bestuurslid Ellen Hoogervorst. „Dat kan de zorg in deze regio gewoon niet aan.”