Nonnetje

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 33: Visser en griet.
Dagboek van een visser

In de vorige aflevering merkte ik op dat vogelaars wel van vogels houden maar vissers niet van vissen. Deze zinsnede deed menig visser in de pen klimmen. Toegegeven, het was wat boud gesteld, maar apekool is het niet: de passie van de visser bewandelt een ander pad dan die van de vogelaar. Kortgezegd: vissers houden van ‘vissen’ als werkwoord en vogelaars houden van ‘vogelen’ als zelfstandig naamwoord. Hieronder enkele notities.

Als een visser hoort over flinke baarzen in een water, wil hij ze koste wat kost strikken. Geen middel of prijskaartje is hem te gortig. Nu staat de baars bekend als ’n notoire hakenslikker, waardoor de haak dikwijls met de langbektang uit de keel moet worden losgewrikt, soms met dodelijk afloop. In de sportvisserij heet dat collateral damage. En soms knapt de lijn, zodat de baars of snoek(baars) de rest (of een deel) van zijn leven doorzwemt met een plug in kieuw of lip.

Nu is ook de vogelaar niet te beroerd diep in de buidel te tasten, een beetje verrekijker kost al gauw een snuiter. Maar de vogelaar laat de kneu wel keurig in zijn habitat. Hij begluurt de kneu van ver en is verrukt door het gezang en het rode baretje op zijn kopje. Geen haar op het (kalende) vogelaarshoofd overweegt om de kneu met strikinstrumenten van de tak af te rukken – louter voor de kick of het kiekje op Facebook – om het vogeltje erna, met mogelijk bebloed snaveltje of geknakt vleugeltje, weer vrij te laten.

Met een zekere daad van geweld hijst de visser de vis uit de diepte op het droge. Zoals een mens minutenlang-onder-water angstig en verstikkend vindt, zo ervaart een vis minutenlang-op-het-droge als angstig en verstikkend. Ook vissen kennen stress, weten we nu, en wat stress met je doet is geen kattenpis.

Veel visfilmpjes op YouTube worden vergezeld van luide, opzwepende muziek, techno, heavy metal, dat spul. De muzikanten brullen vaak onverstaanbare mededelingen. De vissers in deze filmpjes voelen, net als voetballers, opvallend vaak de behoefte om hun tattoos en gespierde torso tentoon te stellen.

Vogelaars gaan nooit uit de kleren en hebben doorgaans een gemiddeld postuur. Ze prefereren als achtergrond Chopin en Franse chansons.

Als een visser een griet ziet, ziet hij een lekker hapje, ik ook, maar geen vogelaar die begint te watertanden bij een nonnetje, al smaakt deze eend, naar men zegt, verrukkelijk aan ’t spit.

Hans Dorrestijn hoorde ik eens zeggen dat hij na zijn dood graag wil terugkeren als staartmees. Ik heb nooit een visser horen zeggen dat hij als wijting wil reïncarneren.

Vogelaars zijn eigenlijk boven-water-snorkelaars, want snorkelaars zijn ware visliefhebbers.