Recensie

Recensie Boeken

Kroniek van de dolende babyboomgeneratie die god afzwoer maar reiki importeerde

Ernst Timmer Op slinkse wijze verwerft Lodewijk Wolff het recht om een biografie te schrijven over de oud-premier van Nederland (die wel erg veel op Ruud Lubbers lijkt). Deze vermakelijke roman gaat over de geestelijk dolende babyboomgeneratie.

Ruud Lubbers in 2000, toen hij al zes jaar geen premier meer was.
Ruud Lubbers in 2000, toen hij al zes jaar geen premier meer was. Foto ANP

Er zullen niet al te veel fictieschrijvers zijn die erop vertrouwen dat nu net een biograaf de alwetende verteller van een mensenleven kan zijn. Zo wond Philip Roth zich in Exit Ghost (2007) op over het biografische geroer in iemands privéleven, schilt Michel Houellebecq al jarenlang een mand appels met zijn ongeautoriseerde biograaf Denis Demonpion (in een brief aan Bernard-Henri Lévy noemde hij hem ‘één van mijn eczeemblaasjes’) en stroopte in ons land Willem Otterspeer zijn biografenhuid radicaal af met de roman (!) Een ontgifting (2018). Arie Storm trad misschien wel het passendst op: die liet iedereen jarenlang in de veronderstelling leven dat hij een biografie over Frans Kellendonk aan het schrijven was – en kwam vervolgens met een dunne roman over de man op de proppen. U had koffie besteld? Hier, wijn.

Ernst Timmer (1954) is een schrijver die in het verleden een paar boeken uitbracht waarin dezelfde personages optraden, maar die zich in Magma – een dikke roman met een Madurodamse lettergrootte – met een geheel nieuwe cast stort op de mores van de biografie.

Geslepen zus

Het begint allemaal heel leep, met de introductie van Lodewijk Wolff, een biograaf die samen met zijn al net zo geslepen zus Oda het recht verwerft om een boek te schrijven over Rien van Bers, een voormalige staalmagnaat en de oud-premier van Nederland die zich laat interpreteren als een smeltkroes van diverse ex-premiers van Nederland, maar vooral als Ruud Lubbers (‘Ik ben ook van de nabijheid’, zegt hij. ‘Dat is me nog eens lelijk opgebroken’). Wolff pakt de vrouw van Van Bers met boter en suiker in, waarna die de biografie-op-komst bij wijze van luxegeschenk aanbiedt aan haar man, die tachtig wordt.

Broer en zus Wolff nemen hun intrek in het tuinhuis van de familie, maar die hadden nog beter de deur open kunnen zetten voor de builenpest, want al snel nemen de werkzaamheden van het duo harmonie-ondermijnende vormen aan. ‘Als in een gezin een schrijver wordt geboren’, luidt het bekende maxime van Czeslaw Milosz, ‘dan is het gedaan met dat gezin’. Het in de arm nemen van een biograaf, wil Timmer maar zeggen, zal uitmonden in ellende van vergelijkbare proporties. En: contract is contract. Je bent niet zomaar van die lui af.

Op lichte toon formuleren over Magma mag, je wordt ertoe aangemoedigd door Timmer zelf, die het in aanleg ernstige en ogenschijnlijk toch ook morele vraagstuk van wat er zoal toegestaan zou mogen zijn bij een levensbeschrijving verrassend kluchtig uitwerkt. Eens temeer verrassend omdat er uit de omvang en de constructie wél een serieuze inzet spreekt.

Zo is Magma via de motto’s ingebed in de Edda, de oude mythologische vertellingen uit IJsland, en wordt er in de hoofdstuktitels verwezen naar allerlei bekend volk: Max Brod, de man die zich ontfermde over de boedel van Kafka, kreeg een hoofdstuk naar zich vernoemd, maar ook George Orwell, Wieslaw Mysliw-ski (er worden in Magma volop bonen gedopt), Isabelle Huppert en Tarkovski.

Het kluchtige komt tot uitdrukking in het centraal stellen van de plot (iets ingewikkelds met een aangenomen kind) en het tegen de klippen op willen vermaken, met een kerkdeur die ‘knarst als een krolse kater’, het gebruik van slome woorden of woordconstructies als ‘persmuskieten’, ‘olijk snoetje’ of ‘struise’ personages die à la de Donald Duck Wouter Poezemuis heten en een handvol ridicule scènes, zoals die waarin de gehandicapte Oda de bejaarde Rien aftrekt om zo aan hem een DNA-staal te ontfutselen – trek die man in godsnaam een haar uit. Timmer is ontzettend bang om voor saai te worden versleten.

Lees ook: En nu zijn wij de meest egoïstische generatie

Tussen neus en lippen

Té bang, want aan de randen van het plot, waar hij nou net niet de nadruk legt, openbaart zich een behoorlijk talent. Hij schrijft over het algemeen vloeiend en tussen neus en lippen is Magma óók een kroniek van de geestelijk dolende babyboomgeneratie, die de christelijke god afzwoer maar die daarna reiki uit de Oost importeerde, omdat men het tóch niet helemaal zonder metafysica kon rooien.

Timmer steekt met zijn weergave van het troebele esoterische gereutel het recente Chalet 152 van Anton Valens naar de kroon. En ironisch-vilein (en dus vermakelijk) schrijven kan Timmer ook. Oda observeert een zogenaamd sympathieke vrouw: ‘Ze gunt haar man zijn jukebox en zijn jeugdherinneringen en gaat er zelf lekker retro bij zitten spinnen en weven. Dit moet een gelukkig huwelijk zijn, ondanks de menopauze die haar zo nu en dan een bolbliksem naar het hoofd jaagt waardoor ze zomaar ineens kan opstaan om iets uit de keuken te pakken.’