Kabinet zegt 200 miljoen euro toe voor aanpak dakloosheid

Dak- en thuislozen Gemeenten werken de plannen nog uit, maar het kabinet zegt alvast 200 miljoen toe om dakloosheid te voorkomen en verhelpen.
Een dakloze in de opvang Open Hof in Groningen.
Een dakloze in de opvang Open Hof in Groningen. Foto Kees van de Veen

Het kabinet trekt de komende twee jaar 200 miljoen euro uit om dak- en thuisloosheid terug te brengen. Het geld is vooral bedoeld om meer mensen aan een eigen woning met begeleiding te helpen, heeft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ChristenUnie) donderdag aangekondigd. Hoe de aanpak er precies uit zal zien, wordt nog nader uitgewerkt, laat het ministerie weten.

Met het geld moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat mensen zonder huis komen te zitten. Als dat toch gebeurt, is het idee dat mensen zo kort mogelijk (liefst niet langer dan drie maanden) in de opvang zitten en snel permanent onderdak vinden. Het kabinet heeft 43 zogenoemde centrumgemeenten, die ook namens omliggende gemeenten kunnen optreden, gevraagd om plannen in te dienen. 21 daarvan hebben dat al gedaan, aldus het ministerie. De gemeenten hebben, net als woningcorporaties en hulpverleners, meegedacht over de aanpak.

Blokhuis zegt vaart achter het daklozenbeleid te zetten omdat de groep mensen zonder woning groeit. Hij verwijst daarbij naar onderzoek van het CBS, waaruit in augustus bleek dat het aantal daklozen tussen 2009 en 2018 ruim is verdubbeld, van 17.800 naar 39.300 mensen. Dat aantal is „onacceptabel hoog”, schrijft hij in een verklaring. De nood is volgens hem nog hoger geworden door de coronapandemie. „Iedereen moet momenteel zoveel mogelijk binnenblijven, maar deze mensen kúnnen vaak niet eens binnen blijven.” Door nu al geld toe te zeggen, kunnen gemeenten meteen met hun aanpak beginnen zodra de financiering daadwerkelijk beschikbaar komt, aldus Blokhuis.

Hulpverleners wijten de stijging in het aantal daklozen onder meer aan het gebrek aan goedkope woningen. Ook lijkt de bezuiniging op de geestelijke gezondheidszorg een rol te spelen. Patiënten moeten vaker thuis wonen, waar de kans dat ze afglijden en hun huis verliezen groter wordt. Van de daklozen is 80 procent man, 37 procent woont in een van de grote steden en ongeveer de helft heeft een niet-westerse migratieachtergrond. Vooral het aantal jongere daklozen steeg sterk.