Geen coschap, wel bingo spelen in het verzorgingshuis of assisteren op de IC

Studenten geneeskunde Honderden studenten geneeskunde werken, nu hun studie grotendeels stilligt, als vrijwilliger in de zorg.

Zesdejaarsstudent geneeskunde Danielle Steerenberg helpt nu met de patiëntscreening bij het Scheperziekenhuis in Emmen.
Zesdejaarsstudent geneeskunde Danielle Steerenberg helpt nu met de patiëntscreening bij het Scheperziekenhuis in Emmen. Foto Ilvy Njiokiktjien

Joppe Vodegel (21) en Elisa ter Kuile (23) wisten niet wat hun overkwam toen ze drie weken geleden de website Covidvrijwilliger.nl hadden gelanceerd. Al binnen een dag waren de eerste vijfhonderd aanmeldingen binnen. Vodegel en Ter Kuile, beiden bachelorstudent geneeskunde in Groningen, kwamen op het idee voor de site toen hun studie tot stilstand kwam door de coronacrisis. Maar op zoveel enthousiaste reacties hadden ze niet gerekend.

Terwijl het grootste deel van de studenten nu online colleges volgt en online tentamens maakt, ligt het onderwijs voor ouderejaarsgeneeskundestudenten vrijwel volledig plat. De fase na de driejarige bachelor bestaat vooral uit coschappen in ziekenhuizen, waarbij fysiek contact met patiënten vereist is. Dat is in de huidige situatie te riskant, vinden de opleidingen. Komt bij dat de druk op intensivecare-afdelingen zo groot is, dat veel specialisten van andere afdelingen bijspringen. Er zijn daardoor minder artsen beschikbaar om de ‘co’s’ te begeleiden.

Vodegel en Ter Kuile hebben inmiddels zo’n vierhonderd studenten geneeskunde, verpleegkunde en van andere zorgopleidingen gekoppeld aan zorginstellingen. De studenten werken verspreid over de vier noordelijke provincies in ziekenhuizen, verpleeghuizen, de thuis- en gehandicaptenzorg en bij apothekers – overal waar ze de extra hulp goed kunnen gebruiken. „Toen we de eerste officiële match konden maken, waren we ontzettend blij en trots”, vertelt Ter Kuile.

Veel studenten zullen moeten wachten op een plaats voor een coschap

De vraag naar studenten komt in alle soorten en maten: ze spelen bingo en bakken taarten in verzorgingshuizen, ze assisteren op de intensive care van het ziekenhuis, werken als telefonist in verpleeghuizen. Of ze staan familie te woord van bewoners van verzorgingstehuizen die geen bezoek mogen ontvangen. „Vooral de kleinere zorginstellingen buiten de steden vinden het heel fijn dat wij deze hulp kunnen bieden”, vertelt Vodegel. „Die hadden geen idee hoe ze aan extra handen konden komen.”

Inmiddels overstijgt het aanbod – 1.100 studenten meldden zich aan – de vraag. „Onze inbox staat vol met studenten die vragen wanneer ze aan de slag kunnen”, zegt Ter Kuile.

Ook vanuit andere universitaire ziekenhuizen worden geneeskundestudenten ingezet voor coronagerelateerde zorg. Zo werken via het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam vierhonderd geneeskundestudenten als vrijwilliger in het ziekenhuis en de regio.

Studievertraging

Een deel van de studenten geneeskunde loopt studievertraging op nu de coschappen zijn gestaakt. Amir Abdelmoumen (24), vijfdejaarsstudent geneeskunde en voorzitter van belangenvereniging De Geneeskundestudent, zit al sinds half maart thuis. Zijn coschap, op de afdeling oogheelkunde in het Oogziekenhuis in Rotterdam, werd geannuleerd vanwege het coronavirus. „Het ziet er naar uit dat ik minstens drie maanden studievertraging oploop”, zegt hij. „Dat gaat me geld kosten. Snel een bijbaan vinden is lastig vanwege de coronacrisis, terwijl het collegegeld en de kamerhuur gewoon doorgaan.”

Geneeskundestudenten steken zich al vaak royaal in de schulden, zegt Abdelmoumen, omdat ze door hun coschappen geen tijd overhouden voor een bijbaantje. Het is zuur, vindt hij: normaal zijn coassistenten gewild, nu mogen ze hun werk niet meer doen. „Dat begrijp ik heel goed, maar ik maak me ook zorgen.”

Abdelmoumen vindt het „prachtig” dat zoveel geneeskundestudenten nu werken als vrijwilliger bij huisartsenposten en ziekenhuizen, „maar we krijgen er vooralsnog geen studiepunten voor.” Bijkomend probleem, zegt hij, is dat er straks veel studenten zullen moeten wachten op een plaats voor een coschap. „We kampen al met lange wachttijden voor coschappen, omdat er te veel geneeskundestudenten zijn, en die gaan nu nog langer worden. De co’s kunnen immers niet verder, terwijl de bachelors wel gewoon doorgaan.”

Een paar weken geen les is wel te overzien, vindt Marjolein van de Pol, opleidingsdirecteur geneeskunde aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. De meeste faculteiten starten deze of volgende week al met alternatief onderwijs, zegt ze. „Denk aan een minor over ethiek in de zorg, of over palliatieve zorg.” Dit alternatieve onderwijs willen de faculteiten inzetten als vervanging voor een deel van de keuzevakken uit de master geneeskunde. Ook zijn de opleidingen met elkaar in gesprek om te kijken of de studenten die nu als vrijwilliger werken, dit kunnen inzetten als vervangend onderwijs. En het geld dat ze mislopen? Van de Pol begrijpt de zorgen op de korte termijn, maar: „Onze studenten hebben een rooskleurige toekomst.”

Wiebrich van Netten (26) Werkt op de Acute Opname Afdeling van Medisch Spectrum Twente, Enschede

Vijfdejaarsgeneeskundestudent Wiebrich van Netten helpt als vrijwilliger in het Medisch Spectrum Twente. Foto Ilvy Njiokiktjien

Ze verwachtte een soort kippenhok, een chaos van door elkaar rennende mensen, rinkelende bellen en stervende patiënten. Maar toen vijfdejaarsgeneeskundestudent Wiebrich van Netten (26) voor haar eerste werknacht het Medisch Spectrum Twente in Enschede binnenkwam, overheerste de stilte. Het ziekenhuis was uitgestorven, behalve op haar afdeling.

Van Netten assisteert verpleegkundigen op de Acute Opname Afdeling, een plek voor patiënten die acute zorg in het ziekenhuis nodig hebben, maar ook duidelijke coronaverschijnselen vertonen. Hier worden de patiënten zo snel mogelijk getest. Van Netten is de ‘runner’: zij rent zo snel mogelijk door het ziekenhuis om de afgenomen tests op de goede plaats af te leveren.

Achter de gesloten deuren op de afdeling werken ondertussen de verpleegkundigen in beschermende pakken met de patiënten van wie vermoed wordt dat ze corona hebben. De een hoest er de longen uit het lijf, de ander ligt aan de zuurstof. „Er liggen echt hele zieke mensen”, vertelt Van Netten. „Omdat we nog niet weten welke patiënten corona hebben, behandelen we iedereen hier alsof ze positief getest zijn.”

De communicatie gaat via babyfoons. „Zo houd ik contact met de verpleegkundige, zonder dat de deur open hoeft. Zij roept hoe het met de patiënten gaat, ik noteer dat op de gang.”

„De verpleegkundigen zijn enorm blij met ons”, vertelt Van Netten. „We doen geen moeilijk werk, maar er zijn nu gewoon heel veel handen en voeten nodig. Ik leer ook heel veel van de verpleegkundigen. Ik beleef de geneeskunde nu van hun kant, dat zou ik tijdens mijn coschappen nooit hebben meegemaakt.”

Danielle Steerenberg (25) patiëntscreening Scheperziekenhuis, Emmen

Verkleed als maanmannetje en gewapend met een thermometer in haar hand staat Danielle Steerenberg, zesdejaarsstudent geneeskunde, in „de tent” vóór de hoofdingang van het Scheperziekenhuis in Emmen. Alle zorgmedewerkers, patiënten en bezoekers die het ziekenhuis in willen, moeten eerst langs haar en haar collega’s. „Heeft u keelpijn? Moet u hoesten?” Niemand komt zonder strenge controle het ziekenhuis binnen. Bij klachten nemen de studenten een kweek af. Zelfs artsen en verpleegkundigen sommeert Steerenberg om terug naar huis te gaan, als dat volgens het protocol nodig is.

„Als coassistent ben je ondergeschikt aan de arts”, zegt ze. „Nu dragen we echt wat bij. We worden serieus genomen.” Ondanks haar mondkapje, handschoenen, spatbril en beschermende kleding realiseert Steerenberg zich dat ze met haar werk nu een behoorlijk risico op besmetting loopt.

Gek en onwerkelijk, zo omschrijft ze de sfeer in de tent. „Patiënten zijn vaak een beetje angstig als ze langs volledig ingepakte mensen met thermometers moeten. Iedereen houdt minimaal anderhalve meter afstand, terwijl dat juist bij ons niet hoeft.”

De meeste mensen zijn dankbaar en begripvol, vertelt ze. „We kregen al stroopwafels, paaseitjes en bloemen. Laatst kregen we zelfs handcrème van de dermatologen.”