Recensie

Recensie

De Mini is bloedsnel, maar heeft alle logistieke ongemakken van dien

Autotest De Mini heeft een matige actieradius, maar hij laadt én rijdt wel beter dan concurrenten, schrijft .
De Mini Electric.Foto Merlijn Doomernik
De Mini Electric.Foto Merlijn Doomernik

Traditioneel staat het begrip kilometerprijs voor de totale gebruikskosten per kilometer van een auto. Voor elektrische auto’s zou je het kunnen herdefiniëren als het bedrag dat je betaalt per kilometer actieradius. Deling van de rijklaarprijs door de WLTP-bereiksopgave geeft dan enig zicht op de initiële lasten van een schoon geweten. Daarmee indirect ook van de ecologische prestatie, ervan uitgaande dat een gunstige uitkomst een positieve invloed heeft op de aantrekkingskracht van emissievrij rijden.

Gaan we. Voor de goedkoopste Tesla Model 3 kom je op 120,47 euro per km, voor de nieuwe VW e-Up op 90,28 euro, voor de duurdere Hyundai Kona Electric dankzij zijn grote actieradius op 86 euro. De Mini Electric blijkt ondanks een relatief behapbare startprijs van 35 mille de duurste klant; 149 euro. Oorzaak: met de 32,6 kWh-accu van de voorlaatste BMW i3 komt hij maar 234 kilometer ver, drie minder dan de trip van importeur naar huis. Na het instappen ontmaskert hij onthutsend eerlijk dat al niet veelbelovende verschiet als een utopie. Bij vertrek geeft de testauto met een voor 89 procent geladen accu een bereik van 142 kilometer op.

Oude tijden herleven. De thuisreis wordt, als in de vroegste jaren van het stroomtijdperk, weer een handicaprace met lange laadpauze. De praktijk valt overigens mee. Onderweg lijkt de actieradius te stabiliseren. Pas halverwege begint de tegenwind te zuigen aan zijn uithoudingsvermogen. De kilometers vliegen eraf als kilo’s bij een hongerstaker. Voor het navigatiesysteem mag Mini extra Duracells monteren. Na inschakeling schrapt de boordcomputer plompverloren tien procent van de actieradius. Ik hoor mij hardop prevelen: „Hoe kan dit?”

Marathons

Je zou kunnen betogen dat elektrische stadsauto’s nooit zijn bedoeld voor interprovinciale marathons. Je koopt een Mini voor de stijlritten van Amstelveen naar Zuidas. Hoe dan ook lijkt deze stroomflitser nog niet het triomfantelijke keerpunt in de innovatierecessie bij moederbedrijf BMW, in 2013 voorhoede met de toen gewaagde i3. Anderen lopen in de klasse Klein Elektrisch harder. Renault heeft de Zoe, VW de Up! en zijn zusjes Mii en Citigo, PSA voor hetzelfde geld of minder een Peugeot 208 of Opel Corsa Electric, elk met een WLTP-actieradius van ruim 300 kilometer.

Wacht, twee dingen kan de Mini wél veel beter dan een aantal concurrenten; rijden en laden. Stroom tappen doet hij met een overgave die zijn actieradiusprobleem relativeert. Bij de laadstop schiet het accupeil in 17 minuten van 41 naar 81 procent. Boven de tachtig procent, waar andere EV’s hun tempo soms ernstig vertragen om oververhitting van de batterijen te verhinderen, blijft hij stug doorstomen. Na een half uur zit hij op 95 procent. Ter vergelijk; de elektrische Corsa deed er – met een grotere accu, toegegeven – ruim een uur over om van 59 op 95 te komen. En zo lang had ik met 120 kilometer te gaan niet hoeven wachten. Op 80 procent lading was ik thuisgekomen. Nu heb ik een royale reserve van 215 kilometer in de hip ‘green’ genoemde eco-modus. Komen we toch in de buurt van de fabrieksopgave en kan ik zonder geknepen billen het pedaal intrappen, een in de Mini onweerstaanbare verleiding. Hij is met 184 pk bloedsnel en stuurt walgelijk lekker. Bij aankomst staat de rest-actieradius op 102, uitstekende score. Verheugend ook de korte laadtijd aan niet-snellaadpalen. Bij het aankoppelen belooft hij twee uur en tien minuten later vol te zijn en dat is hij.

Verder blijft dit een Mini, met alle logistieke ongemakken van dien. Achterin zitten is voor niet-slangenmensen onmogelijk. De lichtschakelaar zit onbereikbaar in een krocht links van het stuur, en op zo’n afstand dat voor mijn bijziende blik de lichtsymbooltjes onleesbaar blijven. Ik zet hem op goed geluk in de stand die voor het stadslicht blijkt te zijn, waarmee de woedende grootlichtsignalen van medeweggebruikers in de avondschemer zijn verklaard. De cradle voor de draadloze oplader in de middenarmsteun is een draak van een ding. Mijn burgerlijke Samsung past natuurlijk net niet in de Applemensenhouder. Waarom niet een mooi, voor alle smartphones tolerant plateautje op zijn Koreaans? Te gewoontjes zeker.

Enfin, je wilde een Mini, geen brave Opel of Hyundai. De Mini Electric moet het van de sadomasochistische liefhebbers hebben. Je betaalt voor de amusementswaarde, die het geleden ongemak ruim compenseert met onverbeterlijke rijeigenschappen. Hoe dat kostbare geschenk aan de leisure culture in coronatijden aankomt – Lidewij Edelkoort mag het zeggen. Ik heb toch van hem genoten.