Eerste proces wandaden Assad

Oorlogsmisdaden Voor het eerst staan, in Koblenz, twee Syriërs terecht voor meervoudige moord en marteling. Ze werkten voor het Assad-regime.

Boven: verdachte Eyad A. houdt zijn gezicht verborgen in de beklaagdenbank, woensdag in Koblenz. Midden: zitplaatsen op afstand voor de pers. Onder: Duitse aanklagers praten met elkaar aan het begin van de rechtszaak.
Boven: verdachte Eyad A. houdt zijn gezicht verborgen in de beklaagdenbank, woensdag in Koblenz. Midden: zitplaatsen op afstand voor de pers. Onder: Duitse aanklagers praten met elkaar aan het begin van de rechtszaak. Fotos’ Thomas Frey / AP en Thomas Lohnes / Reuters

Voor het eerst sinds het uitbreken van de Syrische burgeroorlog in 2011 staan twee mannen terecht voor misdaden tegen de menselijkheid, begaan namens het regime van president Bashar al-Assad. In het proces, dat donderdag begon in de Duitse stad Koblenz, gaat het om moord, marteling en verkrachting op grote schaal.

De twee aangeklaagden zaten, om coronabesmetting te voorkomen, achter plexiglas in de rechtszaal, waar ze de aanklachten aanhoorden. Om dezelfde reden was het aantal toeschouwers beperkt tot 29, en zaten alle aanwezigen op afstand van elkaar. Gezien het grote internationale belang van de zaak was de rechtbank er veel aan gelegen om het proces niet te hoeven uitstellen.

De twee verdachten werkten in Syrië voor de beruchte geheime dienst. Beiden waren met hun gezinnen naar Duitsland gevlucht. Hoofdverdachte Anwar R. (57), die van 2011 tot 2012 een schrikbewind gevoerd zou hebben als hoofd van een gevangenis in Damascus, werd in een asielzoekerscentrum in Berlijn herkend door een voormalig slachtoffer.

Het proces wordt grote internationale betekenis toegekend, onder meer omdat een Duitse rechtbank nu eindelijk doet waar het Internationaal Strafhof in Den Haag – vanwege verdeeldheid in de VN Veiligheidsraad – niet toe in staat was: in de Veiligheidsraad heeft Assads bondgenoot Rusland een vetorecht.

58 moorden, 4.000 martelingen

Tegenstanders en slachtoffers van het Syrische regime hopen dat van bestraffing van de twee een signaalwerking uitgaat, en dat de misdaden van Assad en zijn geheime diensten niet onbestraft blijven. Maar het signaal in Syrië kan ook zijn: als je het regime de rug toekeert, zoals deze mannen twee jaar geleden deden, kom je in de problemen: blijf dus trouw aan Assad.

Zitplaatsen op afstand voor de pers. Foto Thomas Lohnes

De twee Syriërs kunnen in Duitsland worden berecht dankzij het beginsel van ‘universele jurisdictie’. Dat betekent dat een Duitse rechter volgens de Duitse wet kan rechtspreken over misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden die in een ander land zijn begaan, ook als hier geen Duitser bij betrokken is.

De 57-jarige R. wordt 58 gevallen van moord ten laste gelegd en 4.000 martelingen. Hij zou opdracht hebben gegeven gevangenen te slaan met zware kabels, elektrische schokken toe te dienen, aan hun armen op te hangen, seksueel te mishandelen en langdurig slaap te onthouden. Naar schatting werden in Syrische gevangenissen meer dan 14.000 mensen omgebracht.

Lees ook: Toenadering tussen EU-landen en het Syrische regime van Assad

De tweede verdachte, Eyad A. (42) was minder prominent. Hij zou zich hebben beziggehouden met het oppakken van critici van het regime, om die af te leveren bij de gevangenis, waar ze gefolterd werden. Hem word medeplichtigheid ten laste gelegd aan marteling in 2.000 gevallen, en moord in twee gevallen. In 2012 ontvluchtte hij Syrië, in 2018 kwam hij als asielzoeker naar Duitsland.

Beide mannen hebben zich jaren geleden van het regime gedistantieerd. Enkele maanden nadat R. ontkomen was naar Jordanië, liet hij zich interviewen door Der Spiegel. Hij sprak kritisch over hoe het regime op grote schaal burgers ombracht die niets met terrorisme of de oppositie te maken hadden. Hij wist zelfs een rol te spelen in de oppositie in ballingschap, en maakte als zodanig zelfs deel uit van een delegatie die voor vredesbesprekingen naar Genève reisde.

Eenmaal in 2014 met zijn gezin in Duitsland aangekomen, leefde R. openlijk onder zijn eigen naam. In 2015 stapte hij zelfs naar de politie toen hij zich bedreigd voelde. Hij vreesde niet zijn slachtoffers, maar Assad-getrouwe Syriërs in Duitsland. Hij verklaarde tegenover de politie dat hij onder Assad officier van de veiligheidsdienst was geweest en hoofd van een gevangenis. In februari 2019 werd hij opgepakt. De verklaring die hij toen aflegde kan nu tegen hem gebruikt worden.

Lees ook: Leuren met jihadisten: misschien wil Assad ze?

De aanklagers hebben niet alleen tientallen getuigen gevonden die kunnen vertellen hoe ze zijn gemarteld in de gevangenis die Anwar R. leidde vanaf het begin van de Syrische opstand in 2011 tot september 2012. Ze hebben ook veel originele documenten van de Syrische geheime dienst om hun zaak te onderbouwen. En dan zijn er de tienduizenden foto’s van (dodelijke) slachtoffers van martelingen, die een militair fotograaf in Syrië maakte in opdracht van zijn superieuren. Hij nam ze mee toen hij in 2013 vluchtte en publiceerde ze onder de naam Caesar.

Niet alleen de Duitse justitie heeft bewijsmateriaal en getuigen opgespoord. De particuliere organisatie Commission for International Justice and Accountability (CIJA), van de Canadese jurist Bill Wiley, heeft op eigen houtje via onder meer oppositiegroepen massa’s belastende stukken van het Syrische regime weten te verzamelen ten behoeve van strafzaken als deze. Over Anwar R. had Wiley al een uitgebreid dossier toen de Duitse aanklagers aanklopten.

In Berlijn heeft ook de Syrische advocaat Anwar al-Bunni onder Syrische vluchtelingen mensen opgespoord die tegen R. kunnen getuigen. Zelf werd hij in Syrië onder verantwoordelijkheid van R. gemarteld. Hij herkende hem in 2014 in een asielzoekerscentrum in Berlijn-Marienfelde, en kwam hem later nog eens tegen in een meubelzaak. Via zijn netwerk in de Syrische vluchtelingengemeenschap en via Facebook ging hij daarna op zoek naar getuigen die uit eigen ervaring over de gruwelen van het regime konden vertellen.