Eerst belasting ontwijken en dan om steun vragen? Niet in Denemarken

Coronacrisis Denemarken is na Polen het tweede land ter wereld dat eisen op het gebied van belasting betalen stelt aan het helpen van bedrijven in crisistijd. Ook in Nederland gaan daar stemmen voor op. „Het is een belangrijk signaal, Denemarken wijst hier anderen de weg.”

De Deense koningin vierde haar 80ste verjaardag vorige week in paleiselijke kring.
De Deense koningin vierde haar 80ste verjaardag vorige week in paleiselijke kring. Foto Ólafur Steinar Gestsson/Ritzau Scanpix/AFP

In goede tijden proberen zo min mogelijk belasting te betalen en vervolgens, als er moeilijker tijden aanbreken, bij de overheid aankloppen voor hulp? In Denemarken stuiten bedrijven die dit doen op een dicht loket.

Bedrijven die actief zijn in Denemarken maar hun hoofdkantoor hebben in een belastingparadijs worden sinds vorige week uitgesloten van de staatssteunregelingen voor bedrijven die in problemen zijn geraakt door de coronacrisis. „Als we miljarden euro’s van de belastingbetaler uitgeven om bedrijven en banen te redden, moet dat geld natuurlijk wel dáárheen gaan en niet naar een belastingparadijs aan de andere kant van de wereld”, aldus Rune Lund, van de linkse partij Rood-Groene Alliantie en architect van de maatregel. Zijn plan kreeg steun van alle partijen in het Deense parlement.

Denemarken is daarmee het tweede land dat eisen stelt op het gebied van belasting betalen voor noodhulp aan bedrijven. Belasting ontwijken, door het verschuiven van winsten naar landen met fiscaal gunstige regimes, is niet verboden, belastingontduiking is dat wel. Maar het wordt internationaal wel steeds meer gezien als groot probleem. Volgens het Tax Justice Network, een internationale groep voorvechters van eerlijkere belastingheffing, lopen overheden wereldwijd jaarlijks zo’n 500 à 600 miljard dollar mis, doordat bedrijven – legaal – winsten wegsluizen naar belastingparadijzen. De Deense eis past binnen de veranderende maatschappelijke sentimenten over ‘eerlijk’ belasting betalen.

Poolse primeur

Polen, in Europa een van de fanatiekste pleitbezorgers voor eerlijker belastingheffing, had eerder deze maand al de primeur. Daar zijn de regels net iets anders: grote bedrijven die hulp willen, krijgen die alleen als ze de afgelopen twee jaar belasting hebben betaald in Polen zelf. Het woord ‘belastingparadijs’ komt officieel in de eisen niet voor. Maar de Poolse premier Mateusz Morawiecki liet er geen misverstand over bestaan dat de eis mede is ingegeven uit ongenoegen over de wijdverbreide praktijk van belastingontwijking. „We moeten een einde maken aan belastingparadijzen. Die zijn de vloek van de moderne economie”, zei hij in een toelichting.

Denemarken introduceerde ook andere opvallende eisen. Zo mogen bedrijven die staatssteun ontvangen de komende twee jaar geen dividend uitkeren en geen eigen aandelen inkopen – ook een veelgebruikte manier om aandeelhouders tevreden te stellen. De gedachte is dat de lasten óók gedragen worden door de aandeelhouder, die ook de lusten heeft in goede tijden.

Ook Nederland stelt zulke eisen. Afgelopen vrijdag is duidelijk geworden dat KLM „tussen de 2 en 4 miljard euro” steun krijgt van de Nederlandse regering. Voorwaarde is dat de luchtvaartmaatschappij geen dividend of winstdeling uitkeert zolang de staatssteun duurt, en geen bonussen. Verder zijn er eisen gesteld op het gebied van arbeidsvoorwaarden en duurzaamheid.

Zwarte lijst

De Deense en Poolse maatregelen zijn andere landen niet ontgaan. In Nederland riep GroenLinks-leider Jesse Klaver het kabinet vorige week in tv-programma Jinek op het Deense voorbeeld te volgen. „Ik vind dat als wij als samenleving grote bedrijven steunen, ze zelf fors moeten meebetalen en ook in goede tijden gewoon belasting moeten betalen in Nederland.”

Klaver wil ook dat de regering duurzaamheidseisen gaat verbinden aan hulp en bedrijven verbiedt bonussen uit te keren als ze overheidssteun nodig hebben. Eerder ontstond ophef toen bleek dat noodlijdend KLM voornemens was de maximale bonus van topman Pieter Elbers voor volgend jaar te verhogen. Klaver kreeg hierbij bijval van PvdA-leider Lodewijk Asscher.

Maar hoe streng is de Deense regeling? Het land gebruikt voor het bepalen van wat een belastingparadijs is de zwarte lijst van de EU van ‘niet-meewerkende belastingjurisdicties’. Daarop staan landen als Bermuda, de Seychellen, Panama en de Maagdeneilanden.

„Maar iedereen weet dat de landen op die lijst slechts een beperkte rol spelen in het mondiale probleem van belastingontwijking”, zegt Duncan Wigan, universitair hoofddocent aan de Copenhagen Business School en gespecialiseerd in internationaal belastingbeleid. „In Europa zijn de echte boosdoeners landen als Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Malta, Cyprus en Luxemburg. Als die ook op de lijst hadden gestaan, zou de overgrote meerderheid van de Deense bedrijven waarschijnlijk niet in aanmerking komen voor steun.”

Nederland staat internationaal bekend als een land met een zeer ‘vriendelijk’ fiscaal beleid voor grote bedrijven, al verzet Den Haag zich vurig tegen het predicaat belastingparadijs. Met zijn zogeheten rulings – omstreden, geheime afspraken tussen de fiscus en grote bedrijven, waarbij volgens deskundigen de effectieve belastingdruk van bedrijven soms met tien, vijftien procentpunt daalt – is Nederland al jaren in trek bij grote internationale concerns.

Voor hoeveel bedrijven de Deense regel wel geldt, is niet duidelijk. Het voorstel vermeldt daar niets over. Parlementslid Lund erkende eerder wel dat ook volgens hem de lijst nog (lang) niet compleet is.

Belastingexpert Wigan is niettemin positief over de regel. „Het is een belangrijk signaal, Denemarken wijst hier anderen de weg.” Hij vindt het vooral goed dat landen nu al, aan het begin van de crisis, méér nadenken over eventuele eisen aan hulp. Tijdens de vorige grote crisis, de kredietcrisis van 2008 en de recessie die daarop volgde, tastten overheden wereldwijd diep in de buidel om het bedrijfsleven overeind te helpen. Volgens Wigan werden daar weinig eisen aan gesteld.

Dat beleid, in combinatie met de zware bezuinigingen, heeft er volgens hem voor gezorgd dat de impact van de coronapandemie vele malen erger zal zijn. Veel bedrijven staan er daardoor nog altijd financieel slecht voor en zullen snel omvallen in deze nieuwe depressie. „We gaan deze veel heftigere crisis in met een zwakkere en minder veerkrachtige economie.”

In dat licht kan Wigan zich moeilijk voorstellen dat beleidsmakers „dezelfde fouten” zullen maken. Sterker, als er straks een golf van bedrijfsfaillissementen volgt, zal de publieke druk om voorwaarden te stellen aan steun alleen maar groter worden, denkt hij. „Rechtse partijen hebben er de afgelopen jaren steeds op gehamerd dat hulp geen recht is. Wie een uitkering kreeg, moest bijvoorbeeld een tegenprestatie leveren. Straks worden de bedrijven uitkeringstrekkers.” Logisch als van hen dan ook iets teruggevraagd wordt, bedoelt hij.

Flinke vinger in de pap

De Deense hoofddocent zou gelijk kunnen krijgen, al is het slechts ten dele. De Europese Commissie, die een flinke vinger in de pap heeft als het gaat om staatssteun, werkt aan een voorstel bonussen aan topfunctionarissen en dividenduitkeringen Europa-breed te verbieden bij bedrijven die hulp krijgen in de coronacrisis, zo lekte eerder deze maand uit. In verschillende landen liggen deze opties ook op tafel.

Afgelopen weekend zei Margrethe Vestager, Eurocommissaris voor Mededinging, hierover in NRC: „Als geld van de belastingbetaler wordt gebruikt om een bedrijf te redden, dan moet die er uiteindelijk ook van profiteren wanneer het weer beter gaat. Daarom willen we eisen stellen aan het uitkeren van bonussen en dividend en het inkopen van de eigen aandelen.” Over de mogelijkheid om bedrijven die belasting ontwijken uit te sluiten van steun zei ze: „Lidstaten kunnen dat zelf doen, maar het EU-verdrag limiteert wat wij als Commissie kunnen doen.”

Lees ook dit interview met Margrethe Vestager: ‘Belastingbetaler moet profiteren van redding van bedrijven’

In Nederland heeft de Tweede Kamer vorige week woensdag in een breed gesteunde motie het kabinet opgeroepen de verlenging van de steunmaatregelen te koppelen aan een verbod op dividenduitkeringen en het inkopen van eigen aandelen. Eurocommissaris Frans Timmermans opperde zelfs dat de Europese stimuleringspakketten misschien wel het best gebruikt zouden kunnen worden voor het heruitvinden van een nieuw, duurzamer economisch model, in plaats van „wanhopig proberen te vechten om datgene wat we hadden terug te krijgen [...]”

Belastingeisen lijken misschien een brug te ver voor veel landen. Maar indirect heeft de crisis het probleem wel weer op de beleidsagenda’s gezet. De Italiaanse premier Giuseppe Conte haalde in een interview met de Duitse krant Süddeutsche Zeitung hard uit naar Nederland, dat dwarsligt bij een plan op Europees niveau schuld uit te geven en met de opbrengst daarvan landen in problemen te helpen (zoals Italië).

Volgens Nederland moet Italië meer financiële discipline betrachten, dan had het wellicht diepere zakken gehad om zelf de crisis te bestrijden. Conte wees er de facto op dat de Italiaanse zakken misschien minder goed gevuld zijn, omdat Italiaanse bedrijven de fiscale wijk naar Nederland konden nemen. Zo is de bv van de Italiaanse familie achter het Fiat-imperium gevestigd in Nederland. Volgens het Tax Justice Network lopen de Zuid-Europese landen waar Covid-19 het hardst heeft toegeslagen – Italië, Spanje en Frankrijk – gezamenlijk jaarlijks 10 miljard euro aan belastingen mis doordat bedrijven daar hun inkomsten laten wegstromen naar Nederland.

En Spanje deed onlangs een schot voor de boeg in de onderhandelingen over de meerjarenbegroting van de EU. Spanje vindt dat de crisis en het economische infarct dat daarop dreigt te volgen hét moment is om de belastingparadijzen in Europa voor eens en voor altijd aan te pakken. „De EU moet toewerken naar een volledig geharmoniseerd belastingbeleid en het uitroeien van alle oneerlijke belastingheffingspraktijken tussen EU-landen”, aldus de Spaanse regering.

Dit artikel is geactualiseerd op maandag 27 april 2020.