Recensie

Recensie Boeken

Hoe de nikab oprukte: een onmisbaar boek over de geschiedenis van het Midden-Oosten (•••••)

Midden-Oosten In 1979 maakte een fundamentalistische revolutie een einde aan de relatief seculiere, tolerante en kosmopolitische Arabische wereld. Kim Ghattas schreef er een standaardwerk over.

Vrouwen met chador in Teheran tijdens het gebed aan het eind van de Ramadan.
Vrouwen met chador in Teheran tijdens het gebed aan het eind van de Ramadan. Foto Abbas/Magnum

Een oude man zit met zijn wandelstok op een trap in Bab el-Oued, een verarmde wijk in de Algerijnse hoofdstad Algiers. Hij lijkt in gedachten verzonken, staart voor zich uit terwijl een vrouw in een zwarte nikab langsloopt. Wie goed kijkt ziet in de spleet van de gezichtsbedekking dat het waarschijnlijk om een jonge vrouw gaat. Achter haar loopt een iets oudere vrouw de trap af, ook sober in het zwart gekleed maar dan zonder gezichtsbedekking.

Het is een van de zwart-witfoto’s van de Franse fotograaf Romain Laurendeau, die jarenlang de onvrede van jonge Algerijnen vastlegde. Hij won daarmee onlangs de World Press Photo Serie van het Jaar.

De oude man op de trap is er de afgelopen decennia getuige van geweest hoe langzaam maar zeker de allesbedekkende nikab een vast onderdeel van het straatbeeld is geworden. Het zwarte kledingstuk, dat sterk contrasteert met de karakteristieke witte muren van de oude binnenstad van Algiers, staat symbool voor het fundamentalisme dat sinds de jaren tachtig stevige voet aan de grond kreeg in Noord-Afrika. En niet alleen daar.

Het in toenemende mate door religie gedomineerde straatbeeld van Algiers is ook dat van andere hoofdsteden in de Arabische wereld en het Midden-Oosten. De jonge generatie weet niet beter, maar het is ooit anders geweest, zo begint de gerenommeerde Nederlands-Libanese journaliste Kim Ghattas (1977) in de inleiding van haar recente boek Zwarte golf (Black Wave). En niet eens zolang geleden.

We gaan terug naar de roerige jaren zestig en zeventig. Ghattas schetst in haar inleiding een kleurrijke wereld die weliswaar met religie was doordesemd, maar in de praktijk ook seculier, tolerant en kosmopolitisch was. Een cultureel continuüm, met in bruisende steden als Algiers, Cairo, Teheran, Lahore, ja zelfs in het Saoedische Jeddah, een open en intellectueel klimaat. Ook wanneer de burgeroorlog uitbreekt in Ghattas’ geboorteland Libanon heerst er volgens ooggetuigen nog aanvankelijk een romantische sfeer van revolutie en joie de vivre.

Die wereld bestaat niet meer.

Vrijheid en vooruitgang

Hoe heeft het dan zover kunnen komen, is een veelgestelde vraag als het gaat om de opkomst van het fundamentalisme en extremisme in de islamitische wereld. Een vraag die Ghattas in haar twintig jaar als Midden-Oosten-correspondent voor de BBC en de Financial Times ook keer op keer hoorde van de generatie die zich nog een tijd herinnert van ontluikende vrijheid en vooruitgang. In Zwarte golf doet Ghattas een ambitieuze poging om daar antwoord op te geven, door de lezer op verhalende wijze mee te nemen door het turbulente Midden-Oosten van de afgelopen veertig jaar, met in de hoofdrol de twee grootste rivalen in de regio: Saoedi-Arabië en Iran.

1979 is het sleuteljaar in Ghattas’ verhaal. In dat jaar vonden namelijk drie afzonderlijke gebeurtenissen plaats die voor een dramatische omwenteling in de geschiedenis van het moderne Midden-Oosten en uiteindelijk de wereld zouden zorgen.

In januari 1979 wierp een volksrevolutie het door de Verenigde Staten gesteunde schrikbewind van de sjah in Iran omver. In de machtsstrijd die daarop volgde rekenden sjiitische fundamentalisten onder leiding van ayatollah Khomeini af met rivaliserende groepen en vestigden zij de eerste moderne theocratie. Islamisten wereldwijd zagen plots dat het kon: een alternatief voor absolute monarchieën en seculiere dictaturen.

In november 1979 bezetten gewapende zeloten uit verschillende Arabische landen de Grote Moskee in Mekka en gijzelden twee weken lang duizenden gelovigen. De gijzelnemers riepen op tot het omverwerpen van het Saoedische koningshuis, dat zij beschouwden als gecorrumpeerd en van het ware geloof afgedwaald. De opstand werd bloedig neergeslagen. De monarchie, pijnlijk in de verlegenheid gebracht, vergrootte vervolgens de invloed van de ultra-orthodoxe wahabitische geestelijkheid om zo toekomstige extremisten de wind uit de zeilen te nemen.

En als klap op de vuurpijl viel de Sovjet-Unie in december 1979 Afghanistan binnen om het wankele communistische regime in Kabul te hulp te schieten. De militaire interventie escaleerde, en ondanks het wrede optreden van het ooit onoverwinnelijk geachte Rode Leger wisten de Afghaanse mujahedeen, gesteund door Saoedi-Arabië, Pakistan en de VS, in de loop der jaren de strijd naar zich toe trekken. Afghanistan werd een van de grote slagvelden van de Koude Oorlog, maar ook de eerste internationale jihad voor duizenden soennitische vrijwilligers uit de gehele Arabische wereld. Een van deze vrijwilligers was de Saoedische miljardairszoon Osama bin Laden.

Petrodollars

De gevolgen van deze gebeurtenissen waren niet te overzien. Niet door de machthebbers in de regio zelf, die de islamitische revival-bewegingen lange tijd als een marginaal dan wel een te beheersen verschijnsel zagen. En zeker niet door de VS, die hun buitenlandse politiek louter baseerden op Koude Oorlog-logica en vooral vreesden voor een communistische overname in landen die hun regionale belangen in gevaar konden brengen.

Pas wanneer Khomeini zijn macht consolideert en geestverwanten in buurlanden zich roeren, beginnen autoritaire leiders in de regio nerveus te worden. Ghattas beschrijft hoe autoritaire leiders in landen als Pakistan en Egypte religie instrumentaliseerden om islamisten te paaien, en zo de angel uit de revolutionaire dreiging probeerden te halen – met wisselend succes. Het Saoedische koningshuis, dat hetzelfde lot vreesde als het sjah-regime, gaat openlijk met Khomeini wedijveren om het leiderschap over de islamitische wereld. Net als de ayatollah beginnen ook de Saoedi’s hun staatsideologie te exporteren. Het met petrodollars gefinancierde salafistische gedachtegoed breidde zich als een olievlek uit over het Midden-Oosten en ver daarbuiten. In de loop der jaren werden bevolkingsgroepen steeds meer langs sektarische scheidslijnen tegen elkaar opgezet, en werden de geesten rijp gemaakt voor geweld. Het afgelopen decennium hebben we kunnen zien wat voor verwoestend effect dat in landen als Irak, Syrië en Jemen teweeg heeft gebracht.

De 1979-generatie

Ghattas weet al deze ontwikkelingen op een intelligente en overzichtelijke manier bij elkaar te brengen. Ze schrijft vlot en prikkelend, met slimme anekdotes en weetjes, de vruchten van twintig jaar correspondentschap. Ook wanneer Ghattas zich waagt aan iffy history doet ze dat slim en zorgvuldig. Wat als niet de compromisloze Khomeini maar de pragmatische Musa al-Sadr, die aan de basis stond van het sjiitische ontwaken in Libanon, de macht had gegrepen in Teheran, vraagt ze zich bijvoorbeeld af. De waterpijp rokende Iraanse geestelijke, met zijn charisma en politieke behendigheid, had Iran wellicht in rustiger vaarwateren kunnen brengen. Maar Sadr ‘verdween’ na een bezoek aan Tripoli in 1978, een van de opmerkelijkste voorvallen die ook na de val van Kadaffi nog altijd in nevelen is gehuld.

Knap is hoe Ghattas haar ‘duizend-en-één-nacht-verhaal van de moderne Midden-Oosten-politiek’ mede vormgeeft aan de hand van ‘gewone’ ooggetuigen van de geschiedenis, of de ‘1979-generatie’, zoals ze die noemt. De vrome maar vrijzinnige gelovige uit Saoedi-Arabië, die na het gijzeldrama in Mekka van dichtbij zag hoe alle facetten van de samenleving in rap tempo werden overgeleverd aan de grillen van de oerconservatieve geestelijken, en zo ook de religieuze diversiteit zag verdwijnen. Of de vrijgevochten Pakistaanse tv-presentatrice, die van de ene op de andere dag door het regime werd gesommeerd om een sobere sluier te dragen. Zij weigerde, gaf uiteindelijk haar baan op, maar bleef strijden voor vrijheid en vrouwenrechten. Ghattas laat hiermee zien dat er van meet af aan verzet was binnen de islamitische wereld, lang voordat het Westen te maken kreeg met jihadistisch geweld en zich afvroeg waar de ‘gematigde’ moslim bleef. Die stond allang in de frontlinie, met gevaar voor eigen leven.

Zwarte golf is daarmee meer dan een kroniek van een door fanatisme en terreur verscheurd Midden-Oosten. Het is ook een eerbetoon aan de schrijvers, dichters, activisten en bannelingen die tegen de door het fundamentalisme en obscurantisme in de hand gewerkte karikatuur van de islam bleven vechten – zoals de Saoedische journalist Jamal Khashoggi, aan wie Ghattas haar laatste hoofdstuk wijdt. Khashoggi moest zijn kritiek op de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman met een gruwelijke dood bekopen.

Kim Ghattas heeft met Zwarte golf een indrukwekkend standaardwerk neergezet. Onmisbaar voor iedereen die de hedendaagse geschiedenis van het Midden-Oosten wil begrijpen.