Recensie

Recensie Muziek

Depri-rockers Katatonia pauzeerden gelukkig kort

Albumrecensie De Zweedse band Katatonia nam drie jaar pauze, en is terug met het sterke album ‘City Burials’, waarop je struikelt over de sterke hooks.

Het bleek een break van niks, die Katatonia drie jaar geleden met een boel drama afkondigde. Gelukkig maar. De Zweedse band ontwikkelde zich in bijna drie decennia van gruizige death/doom metal naar progressieve en uiterst catchy depri-rock, en juist op het album dat ze er vlak voor uitbrachten, The Fall of Hearts (2016), bleek aan creativiteit geen gebrek.

Het was in elk geval lang genoeg om het sterke nieuwe album City Burials op te nemen. Dit twaalfde album is een volvette versie van Katatonia’s al bekende rock voor chagrijnen, met de immer in knuffelnood verkerende zanger Jonas Renkse als melancholisch middelpunt. Daarbij struikel je over de sterke hooks, die netjes zijn afgewerkt met mooie details: de rikketikkende beats in het door strijkers gedragen ‘Lacquer’, de kristallen stem van gastzangeres Anni Bernhard in ‘Vanishers’, de schaduwrijke dubbele zanglijnen van opener ‘Heart Set to Divide’. En tegen het einde wordt het alleen maar beter, als het meeslepende ‘Neon Epitaph’ overgaat in ‘Untrodden’, een intense klaagzang waar The Cure vrolijk bij afsteekt, met de lekkerste gitaarsolo die de band in jaren op plaat heeft gezet.