De autofabriek komt langzaam weer op gang

Autoproductie Europese automakers bereiden zich voor op een herstart. De eerste fase is óók bedoeld om nieuwe werkwijzen te testen.

Medewerkers van de Volkswagenfabriek in Zwickau in Duitsland met beschermende kleding. Na een sluiting van vijf weken hervat de Duitse autobouwer maandag de productie.
Medewerkers van de Volkswagenfabriek in Zwickau in Duitsland met beschermende kleding. Na een sluiting van vijf weken hervat de Duitse autobouwer maandag de productie. Foto Hendrik Schmidt/DPA via AP

Honderd nieuwe regels voor op de werkvloer. Wie de grootste fabriek van Europa runt terwijl een virus over het continent waart, neemt wel wat meer maatregelen dan anderhalve meter afstand houden. Wanneer de iconische Volkswagen-fabriek in het Duitse Wolfsburg (60.000 medewerkers) komende maandag weer opengaat, zullen de productielijnen onherkenbaar zijn veranderd.

De onderdelen bijvoorbeeld: die worden straks niet meer van hand tot hand doorgegeven. Iemand zet ze in dozen op de grond voordat een volgende ze oppakt. De kantines blijven dicht, iedereen moet zijn lunch meenemen van huis. Gereedschap wordt aan het einde van de dienst gedesinfecteerd. En waar geen anderhalve meter afstand is te houden, moeten werknemers mondkapjes dragen.

Die maatregelen verklaren mede waarom de Volkswagen-fabrieken voorlopig op 30 procent van hun capaciteit draaien. Het is maar de vraag hoe problematisch dat is: de afzet van auto’s is de afgelopen weken in Europa en veel andere plekken in de wereld ingestort. Vorige maand werden in Nederland een kwart minder auto’s geregistreerd dan een jaar eerder, aldus cijfers van de RAI Vereniging.

De auto- en truckindustrie is wereldwijd een van de hardst getroffen sectoren in de coronacrisis. Fabrieken werden de afgelopen weken geconfronteerd met een drietal dramatische problemen: het risico van besmetting op de fabrieksvloer, instortende vraag en door lockdowns vastlopende toelevering. Dat laatste is in de voertuigindustrie een complex proces, gebaseerd op korte levertijden. Daardoor kan elke verstoring in de keten snel heftige effecten veroorzaken.

Lees ook: De ene na de andere autofabriek valt stil

Half maart ging 90 procent van de Europese autofabrieken dicht, de Amerikaanse volgden wat later. Alle grote namen hielden het voor gezien, waaronder in Nederland truckfabrikanten Scania en DAF, en VDL Nedcar (5.000 medewerkers) in Born, de enige Nederlandse personenautofabriek.

De maatregelen raakten volgens brancheorganisatie ACEA in Europa 1,1 miljoen werknemers – nog los van de toeleveranciers. Tot nog toe zijn 2 miljoen auto’s en trucks minder gemaakt dan wanneer de fabrieken ‘normaal’ zouden hebben gefunctioneerd. De productie in Nederland nam met 27.000 stuks af.

Het effect is zichtbaar in de financiële cijfers: Volkswagen meldde half april een winst in het eerste kwartaal van 900 miljoen, terwijl die een jaar eerder nog 3,9 miljard bedroeg.

Weer in beweging

Autofabrikanten in Europa en de VS tasten nu af hoe ze met een sterk verminderde capaciteit de machinerie weer in beweging kunnen krijgen. Productielijnen zijn heringericht, fabrikanten hopen dat de vraag wat aantrekt. Nu lockdowns hier en daar worden afgezwakt, gaan veel dealerbedrijven bijvoorbeeld weer open.

Ook aanvoerlijnen tonen hier en daar wat verbetering. Autofabrikanten anticiperen erop dat onderdelenleveranciers in Spanje en Italië de komende tijd weer aan de slag gaan. Grote automakers als Daimler en Renault starten nu al enkele Europese productielocaties op, zodat bijvoorbeeld motoren klaar liggen wanneer de onderdelentoevoer op gang komt, en assemblagefabrieken vanaf mei weer geleidelijk opengaan.

Een goed voorbeeld vormen de fabrieken in Meppel en Zwolle van de Zweedse truckfabrikant Scania. Topman Henrik Henriksson zei eind maart tegen de Financial Times dat er problemen waren met „zestig tot zeventig” toeleveranciers in Frankrijk, Spanje en Italië. Volgens een woordvoerder van Scania in Nederland beginnen die bedrijven weer te denken aan opstarten. „We draaien zelf nu eerst een lager volume. Dan kunnen we nog even vooruit met wat we aan voorraden hebben liggen. Tegen de tijd dat we nieuwe aanvoer nodig hebben, verwachten we dat de leveranciers het ook aankunnen.” Het gaat volgens de woordvoerder de eerste dagen goeddeels om het ‘testen’ van de nieuwe veiligheidsmaatregelen in de fabrieksomgeving.

Bij Volkswagen – dat volgens het Duitse Handelsblatt doorgaans 800 soorten onderdelen uit Italië en Spanje afneemt – lijkt de situatie niet veel anders. Topman Herbert Diess zei half april te verwachten dat het nog wel een paar weken duurt voor alle toeleveranciers normaal functioneren. Wel kon er al langzaam begonnen worden met de assemblage.

Europese coördinatie

Het probleem voor de sector is dat ieder land in een ander tempo de maatregelen versoepelt. Daardoor kan de autoindustrie moeite ondervinden om echt goed op gang te komen. Als uit Italië wel de stoelen komen, maar de achteruitkijkspiegelfabriek in Spanje is nog dicht, kan er geen complete auto worden gebouwd.

De sector lobbyt daarom de laatste tijd intensief om meer coördinatie vanuit ‘Europa’. „Als we één veiligheidsstandaard [voor coronamaatregelen op de werkvloer] in de EU kunnen opstellen, en zeggen dat fabrieken mogen produceren als ze daaraan voldoen, geeft dat ons planningszekerheid”, zei Volkswagen-inkoopmanager Stefan Sommer tegen de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) zou het onderwerp inmiddels geagendeerd hebben voor het overleg van Europese transportministers komende woensdag.

Volgens analisten draait het lang-leve-Europa-gevoel van de autobouwers vermoedelijk ook om herstellen van de consumentenvraag. Samen de lockdownmaatregelen afschalen betekent immers ook: samen weer naar de dealer. Volkswagen-topman Diess pleit niet voor niets voor minder terughoudendheid tegenover Europese schuldendeling via coronabonds. Als de Italiaanse economie instort, geldt dat ook voor de vraag naar auto’s in dat land.

Dan is er nog een tweede langetermijnzorg: welke toeleveranciers gaan deze crisis niet overleven? Begin april hielden Duitse autotopmannen een videogesprek met bondskanselier Angela Merkel, waarin ze hun zorg uitten over het netwerk van duizenden kleinere bedrijven die onderdelen leveren.

In Nederland telt die sector ook enkele honderden bedrijven die lijden onder de stilstand. Zo was de fabriek van schuifdakenproducent Inalfa in Venray onlangs een week dicht, net als andere wereldwijde locaties van het – tegenwoordig Chinese – concern.

De grote autobedrijven hebben forse financiële reserves en houden voorlopig wel toegang tot krediet, maar bij toeleveranciers is dat minder zeker. Het lijkt een kwestie van tijd voordat de eerste faillissementen zich hier aandienen. Uit een enquête van de RAI-vereniging onder leden in de mobiliteitsbranche bleek dat de meesten de grootste klap verwachten in het tweede en derde kwartaal van dit jaar.

Kenners van de branche die NRC in maart sprak, voorspelden dat de grote fabrikanten belangrijke toeleveranciers straks gaan helpen met kredieten of door overnames. Zoiets is niet ongewoon in de autosector – want ook Volkswagen kost het uiteindelijk flink wat tijd en geld een nieuwe leverancier van ruitenwissers goed te keuren en te certificeren.