Recensie

Recensie Boeken

De alliantie tussen de VS en de SU die gedoemd was te mislukken

Koude Oorlog In zijn nieuwe lezenswaardige boek legt Harvard-hoogleraar Serhii Plokhy de kiemen van de Koude Oorlog bloot.

Briefing van Amerikaanse piloten over hun missie op de luchtmachtbasis in Poltava.
Briefing van Amerikaanse piloten over hun missie op de luchtmachtbasis in Poltava. Foto Sputnik/AFP

De dictator was klein van stuk, had donkergrijs haar en ‘een vriendelijke uitdrukking op zijn doorgroefde, bleke gelaat’. Dat is wat generaal-majoor John Russell Deane bijbleef van zijn eerste ontmoeting met Jozef Stalin op 30 oktober 1943. De hoge Amerikaanse militair was in Moskou als lid van een Amerikaans-Britse delegatie die met de Russen kwam praten over militaire samenwerking in de strijd tegen nazi-Duitsland. Stalin begroette zijn gasten lopend door de eetzaal, ‘zelden iemand recht in de ogen kijkend, licht voorovergebogen en zonder ook maar iets te zeggen’.

De Russen wilden graag dat de Britten en Amerikanen zo snel mogelijk zouden besluiten tot een landing in Europa. Zo’n ‘tweede front’, in het Westen, zou de Duitsers dwingen troepen te onttrekken aan het Oostfront. Die landing zou er ook komen – D-day.

Veel minder bekend is het onderwerp dat óók ter sprake kwam in Moskou en waarover de Amerikaans-Oekraïense historicus Serhii Plokhy een boek schreef: De Alliantie van wantrouwen. De Amerikanen wilden graag luchtmachtbases openen achter het Russische front, om vliegtuigen die waren opgestegen in Groot-Brittannië en Italië te laten landen. Zo zouden bommenwerpers doelen kunnen bestoken die buiten bereik bleven als vliegtuigen direct moesten terugkeren naar hun thuisbasis. In Rusland zouden ze kunnen bijtanken om met een verse lading bommen terug te vliegen. Deze ‘pendelbombardementen’ moesten de luchtoorlog een nieuwe impuls geven.

Ongelooflijke sensatie

Plokhy, hoogleraar aan Harvard en een geprezen auteur van boeken over Rusland en Oekraïne, wil met De Alliantie van wantrouwen de kiemen van de Koude Oorlog blootleggen. Die worden vaak gezocht in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog, schrijft hij, of daarna: de inspanningen van Stalin om communistische regimes te installeren in Oost-Europa, het inzetten van een atoomwapen door de Amerikanen in augustus 1945. In plaats daarvan richt Plokhy zijn aandacht op ‘de enige plaats waar Russen en Amerikanen feitelijk de kans kregen om met elkaar samen te leven en zij aan zij te strijden: de drie Amerikaanse luchtmachtbases die in april 1944 op door de Sovjet-Unie beheerst grondgebied waren gevestigd.’ Want die pendelbombardementen kwamen er – ze begonnen op 2 juni 1944, dus net voor D-day. Op die dag landde een luchtvloot van B-17 bommenwerpers – Flying Fortresses – op de belangrijkste basis, in Poltava, in Oekraïne, na doelen bij de Hongaarse stad Debrecen te hebben bestookt. ‘De toch al forse toestellen leken zelfs nog groter met hun enorme zilverkleurige vleugels die scherp afstaken tegen de donkere lucht’, schreef John Russell Deane later. ‘Voor een Amerikaan die op het vliegveld stond, was het een onbeschrijfelijke sensatie.’

Was er bij de Amerikanen aanvankelijk sprake van enthousiasme, bij de Russen overheerste vanaf dag één het wantrouwen. De Sovjets waren nog niet vergeten dat de westerse mogendheden na de Oktoberrevolutie expeditielegers hun kant op stuurden om antibolsjewistische troepen te ondersteunen.

Dood aan de spionnen

Dat gebeurde onder leiding van de Amerikaanse staatssecretaris voor Marinezaken Franklin Delano Roosevelt (1913-1920) en de Britse minister van Munitie (1917-1919) en Oorlog (1919-1921) Winston Churchill. In Poltava kregen Oekraïense vrouwen die contact hadden met Amerikaanse soldaten steevast te maken met de contraspionagedienst SMERSJ (Smertj Sjponam), oftewel ‘Dood aan de spionnen’.

Militair was de betekenis van de operatie gering – uiteindelijk vonden er zeven pendelvluchten plaats. Het selecteren van doelen bleek lastig, ook omdat het Rode Leger snel optrok naar het Westen. Poltava veranderde daardoor ook voor de Amerikanen van functie. Het werd een uitkijkpost: een plek om informatie te verzamelen over de Russen. De geschiedenis die Plokhy beschrijft geeft niet echt een alternatieve verklaring voor het ontstaan van de Koude Oorlog – daarvoor waren die Oekraïense bases niet belangrijk genoeg. Wel laat hij zien dat de ideologische verschillen eigenlijk vanaf het prilste begin al onoverbrugbaar waren.

Plokhy ging grondig te werk voor zijn zeer lezenswaardige boek – hij deed onderzoek in Amerikaanse archieven én KGB-bronnen die tot voor kort ontoegankelijk waren. Soms is hij wel erg uitputtend: in de tweede helft komen er zoveel namen voorbij dat het lijkt alsof élke Amerikaanse militair een paar regels verdiende.

Op 23 juni 1944 vertrokken de laatste Amerikanen uit Poltava. Maar inmiddels zijn er weer Amerikaanse soldaten in Oekraïne, merkt Plokhy op. Om Oekraïense militairen te trainen die in het oosten van het land vechten tegen pro-Russische separatisten.