Opinie

Actieve rouw

Ellen Deckwitz

Dus gisteravond had ik een wat sombere zus aan de lijn. „Ik heb net gehoord dat L. zijn relatie uit is”, zei ze. L. is een van haar oudste vrienden. Zijn liefdesleven was altijd wat rommelig, maar de afgelopen jaren was hij samen met een lieve man. „Was het een heftige breuk?”

„Nee, ze staan er beiden achter”, zei ze, „en ze woonden gelukkig niet samen. Maar het probleem is dat L. dus nu bezig is met actieve rouw.”

Oei. In onze vriendengroep gebruiken we die term voor hen die zo boos, verdrietig of teleurgesteld zijn dat ze zichzelf ter vertroosting een morele carte blanche hebben gegeven, wat er in de praktijk op neerkomt dat ze alles doen wat ze maar willen: weer beginnen met blowen, ontbijten met chips, tijdens de lunch al aan de drank, uitgaan tot diep in de nacht, foute scharrels appen.

„Toen ik hem gisterochtend belde, was hij al aangeschoten”, jammerde mijn zus.

„Aangeschoten op maandagochtend?”, zei ik geschokt maar bedacht tegelijkertijd dat dat misschien best een aardig idee is, ook voor hen die niets te verwerken hebben, want wie wil de maandag nou bewust meemaken.

Ook ik heb fases gehad waarin ik mezelf de vernieling in hielp. Toen mijn grootmoeder in 2014 overleed, begon ik, na vijf jaar gestopt te zijn, weer met roken. Mijn toenmalige geliefde, iemand die al sinds zijn kindertijd astma had, durfde er niets van te zeggen, zelfs niet als ik na het ontwaken het slaapkamerraam openzette en de eerste sigaret van de dag uit bed rookte. Bij verdriet geldt een tijdelijke ontoerekeningsvatbaarheid. Niemand zegt er iets van als een kersverse weduwnaar naar de fles grijpt of iemand die net zijn vader verloor zich verliest in online poker.

‘Eigenlijk best vreemd”, zei ik, „dat we de ander op dat soort momenten zelfdestructiviteit toestaan, terwijl hij al beschadigd is.”

„Dat is juist logisch. Zelfbeschadiging biedt de illusie van grip. Je veroorzaakt de pijn zélf, dus kan je ook zelf bepalen wanneer hij stopt. En dat kan in tijden van onmacht een troost zijn.”

„Dus L. mag wat jou betreft blijven ontbijten met een fles Campari en een slof sigaretten?”

„Ik heb besloten om hem een maand de tijd te geven om zichzelf de vernieling in te helpen”, zei mijn zus, „en hem dan een schop onder zijn kont te geven.”

„Lijkt me frustrerend om tot die tijd toe te zien.”

„Nou ja, hoe verder hij afzakt, hoe meer er straks te genezen valt.”

„Dus eigenlijk juich je actieve rouw toe?”

Ze zuchtte diep.

„Hoe dieper het dal, hoe groter de wederopbouw”, zei ze maar.

De rest van de dag deden we onze uiterste best onszelf daarvan te overtuigen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.