Recensie

Recensie Muziek

Aangenaam kennismaken met de knappe broer bas

Wat bromt er nog dieper, buikiger en weemoediger dan een cello? Een contrabas. Hoewel de solistische kant van het instrument relatief weinig belicht wordt, zou „de zingende contrabas” prima de ondertitel kunnen zijn van de cd Bass as libitum die Olivier Thiery maakte met pianist Martijn Willers. Het openingsstuk, de Elegy in D van de 19de-eeuwse basvirtuoos Bottesini, is een lied-zonder-woorden. Aangevuld met werken van Glière heeft Thiery daarmee een fiks stuk ijzeren bas-repertoire gedekt.

De uniciteit van het album zit hem dan ook vooral in de speler en diens benadering en klank. Thiery realiseert op zijn bas een zeldzaam zoet, lenig en lyrisch geluid en tovert daarbij een kleurenrijkdom tevoorschijn die je niet direct met zo’n diep timbre associeert. Zijn basklank is nergens gruizig, ruig of grondig – veel meer is het hier de knappe, nog grotere broer van de cello met wie je aangenaam kennismaakt. Het Bottesini-duet met klarinettist Olvier Patey is een salonfähige, lekker loom gespeelde uitsmijter.