Opinie

Wie musea online bezoekt, gaat later naar het echte werk

Cultuur Musea verbeteren in de crisis hun digitale presentatie. Niet om fysiek bezoek te vervangen, schrijft . Online en origineel vullen elkaar aan.
Oranjevaasje van beeldend kunstenaar Willem Noyons uit het Nationaal Glasmuseum in Leerdam, dat de collectie al in 2004 op zijn website presenteerde én sindsdien meer bezoekers trok.
Oranjevaasje van beeldend kunstenaar Willem Noyons uit het Nationaal Glasmuseum in Leerdam, dat de collectie al in 2004 op zijn website presenteerde én sindsdien meer bezoekers trok. Foto Lex van Lieshout/ANP

Bezoekers komen graag in musea en musea hebben bezoekers nodig. Sinds de gedwongen sluiting van half maart zijn honderdduizenden bezoeken niet doorgegaan tot wederzijdse spijt. Een van de bezoekers die musea node mist is Mariëtte Haveman. Ze ziet digitale filmpjes van musea en verlangt naar het echte werk, schreef ze in NRC. Dat doen wij ook! (Doe niet alsof onlinemuseum het origineel kan vervangen, 18/4)

Toen het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam half maart moest sluiten, hebben wij met pijn in het hart de vintage werken uit onze tentoonstellingen van zaal gehaald en in het depot gezet om ze te beschermen tegen licht. In de hoop ze zo snel mogelijk weer te laten zien aan het publiek. Intussen bereiden we ons voor op het ‘museum 1.5’, waar de veiligheid van onze bezoekers zo goed mogelijk wordt gegarandeerd met 1,5 meter afstand en andere maatregelen. We kunnen niet wachten weer open te gaan; onze werken te kunnen delen.

Lees hier het opiniestuk van Mariëtte Haveman: Doe niet alsof onlinemuseum het origineel kan vervangen

We kunnen niet zonder origineel

Bij kunst en cultuur kun je niet zonder the real thing. Geen museum zou dat beweren. Toch zijn we sinds half maart in verhevigde vorm digitaal verder gegaan waar we noodgedwongen fysiek moesten stoppen. In het Stedelijk Museum Amsterdam geven directeur en curatoren video-rondleidingen door de tentoonstellingen, waarbij je als kijker met een vraag mag ‘inbreken’. Bij het Van Abbemuseum in Eindhoven kun je de ruim 2.800 kunstwerken uit de collectie online bekijken en struin je met Google Street View door het collectiegebouw. Het Groninger Museum geeft intussen tips om de quarantaine door te komen, zoals „maak een fotoverhaal van objecten en kledingstukken, dat zo absurd is dat je je afvraagt ‘wat zullen de buren zeggen?’”

Het Nederlands Fotomuseum roept op deel te nemen aan het crowdsourcingsproject ‘Captions for Cas’. Vijftien extra vrijwilligers hebben zich de afgelopen weken gestort op het beschrijven van beelden van onze collectiefotograaf Cas Oorthuys. Met het tempo dat er nu in zit kan het project eind dit jaar worden afgesloten en is alles beschreven. En alles – dat zijn veel foto’s! Cas Oorthuys was een gretig fotograaf. Honderdduizenden beelden maakte hij; tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna. Hij legde de wederopbouw van Nederland vast en reisde over de hele wereld. Dankzij de vrijwillige bijdragen hebben we deze beelden straks allemaal van informatie kunnen voorzien; van het bekende portret van de vrouw met broodkorst uit de Hongerwinter tot en met mannen in Zuid-Bevelandse klederdracht op een bankje bij Kruiningen.

Musea willen kortom transparant zijn, ook online, en het publiek betrekken. Doen ze dit met een te grote opgewektheid, zoals Mariëtte Haveman constateert? Misschien wel. Maar niet omdat we denken dat digitaal een vervanging is van het echte werk. We doen het omdat het in onze genen zit om de verhalen over het erfgoed waarover we waken aan te bieden aan het publiek. Musea hebben vele gezichten. Digitale kanalen zijn, en ook al wat langer dan dit voorjaar, een aanvulling op het traditionele museumvertoon; ze bieden andere kansen en ook een mogelijkheid een nieuw publiek te bereiken.

Glasmuseum trok méér bezoekers

Eén van de eerste musea in Nederland die grote online stappen zette was het Nationaal Glasmuseum in Leerdam. Toen het in 2004 zijn complete collectie van 10.000 objecten op internet wilde zetten, werd het gewaarschuwd: wie zou straks nog naar het museum komen als alles al digitaal te zien was? Het museum zette door en plaatste alles op zijn website – van afbeeldingen van oranjevaasjes tot een ontbijtservies ontworpen door H. P. Berlage. De site werd een soort Wikipedia voor glas, waar bezoekers informatie konden opzoeken én aanvullen. Intussen steeg het bezoekersaantal van het museum van 14.000 in 2004 tot 90.000 in 2012. „De angst: ze zien het op de site dus ze komen niet meer, heb ik nooit gehad”, zei toenmalig directeur Arnoud Odding, toen ik hem ernaar vroeg. „Ze denken juist: die foto’s van objecten zijn prachtig, we gaan er eens kijken. Een museum moet transparant zijn, genereus zijn kennis delen.”

De huidige crisis zorgt ervoor dat musea in versneld tempo onderzoeken hoe ze online kunnen doorgaan waar ze fysiek tijdelijk moeten stoppen. De volgende stap is een naadloos geïntegreerde aanpak, waarbij online en fysiek in elkaar overlopen en in elkaars verlengde liggen. Het is tenslotte geen kwestie van of-of maar en-en.

We hopen u dan ook binnenkort weer in persoon in ons museum te mogen verwelkomen. Wij kunnen niet zonder u. En u niet zonder ons.

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond de naam van de maker van het Oranjevaasje op de foto niet vermeld. Dat is 28/4 aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.