Recensie

Recensie Beeldende kunst

‘The Future is Female’ redt het ook zonder man

Expositie De tentoonstelling ‘The Future is Female – Love Letters’ in het Coda Museum in Apeldoorn toont kunst van 41 vrouwelijke kunstenaars. Jammer dat een man alsnog de aandacht opeist.

Lise Sore, Landschappelijk zelfportret, grafiet potlood op ongebleekt kaasdoek, 2020, courtesy the artist
Lise Sore, Landschappelijk zelfportret, grafiet potlood op ongebleekt kaasdoek, 2020, courtesy the artist Foto CODA

Het credo ‘The Future Is Female’ werd tijdens de Tweede Feministische golf op een T-shirt geprint en is sindsdien blijven hangen als dé feministische slogan. Het CODA Museum in Apeldoorn gebruikt de slogan uit de jaren zeventig als kapstok om 41 vrouwelijke kunstenaars te presenteren. In The Future is Female – Love Letters is werk te zien van bekende kunstenaars als Sarah Blokland, Yoko Ono, Anne Atkins en Jenny Holzer. Nu het museum tijdelijk gesloten is, wordt hun werk online getoond. Ook organiseert CODA online workshops samen met de deelnemende kunstenaars.

Het streven van de tentoonstelling is concreet: „Kunst gemaakt door vrouwen onder de aandacht brengen”, aldus curator Francis Boeske. Daarbij wordt „een accent” gelegd op „kunstwerken waarbij twijfel, emotie, een persoonlijke wereld en intuïtie een wezenlijk onderdeel uitmaken van het kunstwerk en daardoor traditioneel door de kunstgeschiedenis als minder interessant zijn gezien.”

Dat uitgangspunt is opmerkelijk. De kunstgeschiedenis is immers rijk aan kunst waarin kenmerken als emotie, vertwijfeling en intuïtie centraal staan. Zie bijvoorbeeld de uitdrukkelijke emoties in de Carravagio-Bernini tentoonstelling in het Rijksmuseum of het beroemde werk I’m Too Sad To Tell You van Bas Jan Ader, waar de tranen vanaf spatten. Daarnaast heeft sinds de Verlichting vrijwel elke kunstenaar een zekere autonomie, waardoor er automatisch een stuk ‘persoonlijke wereld’ in zijn of haar artistieke praktijk zit. Waar de tentoonstellingsmakers wel gelijk in hebben, is dat kunst gemaakt door vrouwen lang onderbelicht is gebleven in de kunstgeschiedenis. De keuze om werk van ‘enkel’ vrouwelijke kunstenaars te tonen voelt dan ook allerminst als een beperking.

Vrij associëren

De tentoonstelling heeft geen strikte indeling en dus kan er vrij associërend doorheen gelopen worden. De cyanotypes die Anna Atkins halverwege de negentiende eeuw maakte van planten hangen tegenover contemporaine houtsneden van (Karin) Mamma Andersson die het Zweedse landschap tonen. Die combinatie, van de ingezoomde natuur in het blauw van Atkins tegenover de pastelkleuren van het uitgezoomde landschap van Andersson, rijmt goed.

Prachtig is ook de video waarin de handen van de Roemeense kunstenaar Geta Bratescu aan het werk te zien zijn. Met een dikke stift zet de kunstenaar in enkele lijnen een tekening neer. Maar dan twijfelt ze en besluit ze binnen luttele seconden of ze het werk toch verscheurt of niet.

Voor de tentoonstelling werkte Boeske samen met kunstenaar Twan Janssen. De twee hebben The Future is Female al eerder als tentoonstellingsconcept gepresenteerd: met dertien andere kunstenaars in 2018 in de particuliere instelling Parts Projects in Den Haag. Net als toen hangen er ook nu door de gehele tentoonstelling zaalteksten van de hand van Twan Janssen. Zijn persoonlijke observaties moeten de toeschouwer „een mogelijke ingang in het werk” bieden. Soms werkt dat goed: bij het werk van Hanne Darboven of Agnes Martin, dat als ontoegankelijk kan worden ervaren, lees je dat Janssen er in eerste instantie ook mee worstelde: „De werken die hier hangen spreken een taal die ik niet ken”, schrijft hij. Vervolgens neemt Janssen de toeschouwer via persoonlijke anekdotes bij hand door „een raampje dat op een kier staat”.

Kiki Kogelnik, War Baby, zeefdruk, 1980, courtesy Ro Gallery Foto CODA

Grote lappen tekst

Maar vaak zijn de teksten te sturend. Zaalteksten hebben van zichzelf een autoriteit en de grote lappen tekst zijn moeilijk te negeren. Het is lastig om een werk an sich te bekijken als een frase als „eenzaamheid doet lichamelijk pijn” op de wand ernaast zweeft. Het klinkt als een slechte grap: een tentoonstelling uitsluitend bestaande uit werk van vrouwelijke kunstenaars wordt uitgelegd aan de hand van de interpretatie van een ‘witte man van middelbare leeftijd’.

Het presenteren van alternatieve zaalteksten is niet uniek. Het Rijksmuseum probeerde het in 2014, door de auteur Alain de Botton stukjes te laten schrijven onder het mom ‘Art is Therapy’. De bezoeker werd toen aan de hand van extra grote Post-It’s verteld welke emotie hij of zij geacht werd te voelen bij een bepaald kunstwerk. Dat voelde geforceerd. Misschien was het ook in het CODA museum passender geweest als de interpretatie van de verschillende kunstwerken aan de bezoekers zelf was overgelaten. Daar is de kunst goed genoeg voor.