Schattigheid is suiker voor de ziel

Schattige kunst Schattigheid biedt altijd het snelst soelaas, het is het fastfood onder de troostgevers. We hebben het nodig, ook in de kunsten en zeker in tijden als de onze. Van duizend jaar oude Japanse meloenbaby’s tot Baby Yoda.

Figuren in Japanse kawaii-stijl, in dat land is schattigheid nog groter dan in het Westen.
Figuren in Japanse kawaii-stijl, in dat land is schattigheid nog groter dan in het Westen. Foto Getty Images/iStockphoto

Duizend jaar geleden (ja, echt!) maakte de Japanse hofdame Sei Shonagon een lijstje van schattige dingen. Er staan dingen op die wij nu nog steeds schattig vinden, zoals baby’s, kuikens, vogeltjes en „eigenlijk alle kleine dingen”. Er staan ook dingen op die ik nog nooit omschreven had gezien, maar waarvan de schattigheid meteen te begrijpen is. Zoals die van een kind met lang haar dat om het uit zijn ogen te halen als het ergens naar kijkt niet zijn hand gebruikt, maar zijn hoofd schuin houdt. Talloze keren gezien, alleen in de tiende eeuw beschreven. Zo schattig!

Met stip op 1 bij staat bij Shonagon het gezicht van een kind getekend op een meloen. Wat schattig! Het wordt nog schattiger als je dankzij een voetnoot bij de Engelse vertaling van Shonagons dagboek door Ivan Morris (The Pillow Book, Columbia University Press, 1991) weet dat het in die tijd in Japan aan het hof een hobby was om gezichten op meloenen te tekenen. Het gezicht van een kind… zouden niet alle op meloenen getekende gezichten op kindergezichten lijken? En als je dan toch nog duidelijk weet te maken dat het door jou getekende gezicht echt een kindergezicht is. De bolheid van de vrucht en de bolheid van babywangen gaan vast verrukkelijk samen. Té schattig. (Jos Vos noemt in zijn in 2018 verschenen Nederlandse vertaling de vrucht overigens een kalebas.)

Niet schoonheid, maar schattigheid lijkt tegenwoordig de meeste troost te bieden

Het reservoir aan schattigheid groeit nog steeds, en nu, in coronatijden, wordt het misschien meer benut dan ooit tevoren. Zoek op internet maar naar kattenfilmpjes (2,4 miljard resultaten). Niet schoonheid, maar schattigheid lijkt tegenwoordig de meeste troost te bieden. In ieder geval biedt schattigheid het snelst soelaas, het is het fastfood onder de troostgevers. Suiker voor de ziel.

Een paar dagen geleden zag ik een foto van baby Helge. Geen meloen of kalebas nodig. De wangen van dit kind waren zo dik dat ze overdreven leken, zelfs voor een baby. Dit was een baby in de overtreffende trap. Zo schattig!

Schattigheid staat zeker in de westerse cultuur niet hoog aangeschreven. Het beste wat kunst tegenwoordig kan doen is wringen of schuren; dat doe je niet met iets wat zacht en knuffelig en aandoenlijk is, en zeker niet met een teddybeer of een muis met een jurkje aan. Rudy Kousbroek brak er een lans voor in De aaibaarheidsfactor, maar dat is ook al weer een essaybundel uit 1969. Er is op dit gebied nog echt een groot verschil tussen de populaire en de elitaire cultuur. In de vier Toy Story-films mogen we ons laven aan schattigheid, in het Stedelijk Museum aan het vernietigen ervan: in Colored Sculpture (2016) martelt de Amerikaanse kunstenaar Jordan Wolfson een jongenspop.

Arnon Grunberg

Zou er dan echt niets waarderends over schattigheid zitten tussen de tiende en de twintigste eeuw? Een zoektocht op de woorden ‘schattig’ en ‘schattigheid’ in de digitale bibliotheek der Nederlandse letteren levert slechts één treffer op: een essay van Arnon Grunberg over autobiografische stripboeken voor Hollands Maandblad uit 2010. Grunberg meldt dat hij schattigheid hinderlijk vindt. Ik kijk weer even naar de foto van baby Helge. Die wangen… zó schattig. Hoe kun je je daaraan ergeren?

Baby Yoda veroorzaakte ‘cute agression’: de wens om een schattig wezen dood te knuffelen

Volgens de Oostenrijkse bioloog Konrad Lorenz zijn volwassenen zo geprogrammeerd dat ze alles met grote ogen, groot hoofd en mollige wangen schattig vinden. Beeld Wikipedia

Maar misschien bedoelt Grunberg alleen schattigheid in de kunst. Baby Helge blijft buiten schot. De schattigheid van kinderen en jonge dieren is in zekere zin onbedoeld, ze kunnen het niet helpen dat volwassenen zo geprogrammeerd zijn dat ze, zoals de Oostenrijkse bioloog Konrad Lorenz aantoonde, grote ogen, een groot hoofd, korte ledematen, mollige wangen en mollige handjes (die in het Duits ‘Pausbacken’ en ‘Patschhändchen’ worden genoemd – ook woorden kunnen schattig zijn) schattig vinden, zodat ze de eigenaar van al die schattige kenmerken willen beschermen. Kunstenaars en zakenlui hebben dat instinct vervolgens voor hun karretje gespannen. Miljoenen zijn er verdiend aan Mickey Mouse, Donald Duck (die hun eigen evolutie doormaakten, van tamelijk gemeen tot steeds schattiger, zoals Stephen Jay Gould heeft beschreven), Nijntje en Hello Kitty. Er bestaat zelfs pandadiplomatie (al sinds 685!), die geheel berust op het misverstand dat een volwassen panda een babypanda is. Maar wat kan het schelen. Het misverstand leverde wel dit gedicht van Ogden Nash op:

I love the Baby Giant Panda

I’d welcome one to my veranda.

I never worry, wondering maybe

Whether it isn’t Giant Baby;

I leave such matters to the scientists—

The Giant Baby—and Baby Giantists.

I simply want a veranda, and a

Giant Baby Giant Panda.

Daar is toch helemaal niets tegen in te brengen? Gun ons onze schattigheid.

Baby Yoda

Wat voor de panda op gaat, gaat ook op voor verzonnen karakters, ook al zijn ze groen en kaal, zoals Baby Yoda, het personage uit de Star Wars-serie The Mandalorian, die in december 2019 zijn opwachting maakte en wereldwijd zulke sterke reacties opriep dat er sprake was van het fenomeen ‘cute agression’: de wens om het schattige wezen dood te knuffelen.

Eigenlijk kan alles wat twee ogen krijgt schattig gemaakt worden, tot bergen aan toe. In Japan, waar schattigheid (kawaii) nog groter is dan in het Westen, zijn knuffels van Mount Fuji te koop. Met een berg naar bed. Is dat nog gekker dan met een leeuw of een beer?

Twitter avatar mondomascots Mondo Mascots Quaran, a winged fairy with goggles and a Q on its head, is the quarantine mascot for airports in Japan. https://t.co/vjhcBwBXTQ

En is het eigenlijk niet gek dat zoveel schattigheid vooral op kinderen is gericht, terwijl zij niet degenen zijn in wie het zorginstinct wakker gemaakt moet worden (kinderen hoeven doorgaans niet voor andere kinderen te zorgen). Wordt dat instinct door blootstelling aan schattigheid getraind? Of is al die schattigheid toch op de eerste plaats op volwassenen gericht? Zij kopen de schattigheid. Kinderen worden er mee opgescheept.

Cute karbonaadjes en Trump

De grootste dosis schattigheid die ooit in een keer te genieten was werd bereid door de Britse kunstenares Lucy Sparrow. Zij opende in oktober 2019 een delicatessenwinkel in het Rockefeller Center in New York, waarin alles wat je doorgaans in zo’n winkel kunt kopen van vilt was nagemaakt. Bovendien was alles van oogjes en een mondje voorzien. Aardappelen, oesters en karbonaadjes: 31.000 dingen kregen een cuteness make-over. De winkel was heel snel leeg gekocht.

Volgens filosoof Simon May is zelfs Donald Trump cute

Een paar jaar eerder maakte Sparrow al eens het assortiment van een seksshop in vilt na. Vibrators en handboeien als knuffels… Ook heel schattig? Of gaat schattigheid hier over in camp, kitsch of the uncanny, bevriende begrippen die door de filosoof Simon May van stal worden gehaald om schattigheid af te bakenen.

Want ja, eindelijk is er dus een kleine (hoe kan het anders) filosofie van de schattigheid. In 2019 verscheen bij Princeton University Press The Power of Cute van Simon May, een filosoof die zich eerder over liefde en over Nietzsche boog. Hij is veel tijd kwijt met definities. Toch breidt hij het domein van schattigheid nogal uit. Volgens May kunnen er nog veel meer dingen schattig zijn dan bergen en vibrators. Hij wijdt een hoofdstuk aan regeringsleiders. Zelfs Donald Trump is volgens May cute. Zijn schattigheid is vaak meer dan schattig: het gaat bij Mays versie om dingen die de traditionele paren als oud-jong, man-vrouw, goed-slecht, wijs-dom verstoren. Trump wordt inderdaad vaak als een baby neergezet in karikaturen. Maar kun je die nog schattig noemen?

Doodlopende ontsnappingsroute

Een van de interessantste observaties van May is dat schattigheid op gespannen voet staat met een heilige graal van de hedendaagse cultuur: authenticiteit. Daar ketst alle schattigheid op af. Schattige dingen hebben geen kern, geen macht, geen doel; ze staan buiten de serieuze wereld van werk en geld. Daardoor kan de gevestigde orde er geen grip op krijgen. Schattigheid is een doodlopende ontsnappingsroute. May gaat in zijn boek zelfs zo ver de kwantummechanica en het onzekerheidsprincipe van Heisenberg erbij te halen. En dan komt ook Nietzsche en zijn streven ‘de onschuld van het worden’ te herstellen opdraven. Hallo Kitty!

May laat de opkomst van schattigheid als culturele categorie in het midden van de negentiende eeuw beginnen, en laat hem parallel lopen met de opkomst van het kind. Kinderen zijn sindsdien economisch steeds waardelozer en emotioneel steeds waardevoller geworden.

Wat zijn boek minder sterk maakt, is dat hij steeds dezelfde voorbeelden blijft geven. E.T., Hello Kitty, werk van Takashi Murakami en de Balloon Dog van Jeff Koons komen in bijna elk hoofdstuk terug. Van de Nederlandse kunstenaar Lily van der Stokker heeft hij vast nooit gehoord. Ook maakt hij vrijwel geen onderscheid tussen natuur en kunst. Zonder bijmenging van het groteske, het monsterlijke of het sadistische: zou het echt niet mogelijk zijn, een uitmuntend kunstwerk dat puur schattig is? Troost én schoonheid?

Lees ook Kunst die kirt en kusjes uitdeelt

In haar hoofdkussenboek laat Sei Shonagon nog eenmaal een schattig kind opkomen. Alleen vindt zij het niet schattig. Op een lijst pijnlijke dingen plaatste zij duizend jaar geleden: „Iemand is weg van een afschuwelijke peuter; ze vindt hem zowat het snoezigste en vertederendste wat er bestaat en herhaalt de dingetjes die hij zegt – met zijn eigen stemmetje!” Misschien is het overtuigendste bewijs voor schattigheid als culturele categorie dat je er een bepaalde smaak in kunt ontwikkelen. Hello Kitty niet, Nijntje wel, Baby Yoda wel, Mickey Mouse niet. Honden niet, katten wel. Baby Trump niet, Baby Helge wel. Die altijd.