Storing in een koelcel vol medicijnen – wie betaalt de schade?

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht.

Foto Mychele Daniau

Bij een medicijngroothandel in Groningen gaat het hartje zomer mis. Door een storing stijgt de temperatuur in een koelcel naar 21,9 graden, terwijl 8 graden als maximum geldt. De medicijnen worden vernietigd en de groothandel zit met een schadepost van 227.000 euro. Het bedrijf klopt aan bij de verzekering.

De verzekeraar – het Duitse Kravag– keert het schadebedrag uit en besluit de schade te verhalen op KlimaatNed: de firma waarmee de groothandel een onderhoudscontract voor de koelcellen sloot. Onderdeel van dat contract is een ‘alarmdienst’ die waarschuwt bij grote temperatuurschommelingen.

Als de zaak in 2018 voor het eerst voor de rechter komt, doet KlimaatNed een beroep op het exoneratiebeding in het contract. Daarin staat dat schade veroorzaakt door storingen niet verhaald kan worden op het onderhoudsbedrijf. Verzekeraar Kravag vindt het onredelijk dat Klimaatned contractueel een schadevergoeding heeft proberen uit te sluiten en wil dat de rechtbank de contractbepaling verwerpt. Daar gaat de rechtbank niet in mee.

De verzekeraar gaat in hoger beroep en verliest. Het gerechtshof stelt dat een exoneratieclausule in een contract niet heilig is. De rechter kan zo’n schulduitsluitingsbepaling negeren als het in een specifieke casus strijdig is met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Als vuistregel geldt dat dan sprake van opzet of bewuste roekeloosheid moet zijn. En die ziet het gerechtshof niet bij koelcelkwestie. Daar komt bij dat KlimaatNed jaarlijks voor zijn diensten 3.189 euro ontving en Kravag ruim 227.000 euro schadevergoeding vordert. Die „wanverhouding” maakt ook dat de schadevergoedingseis onredelijk is.