Asielzoeker Saied Al-Karim zat ruim een jaar vast in een detentiecentrum op Schiphol

Migratie Een asielzoeker uit Egypte zat ruim een jaar vast in detentiecentrum Schiphol. De graphic novel Alle dagen ui vertelt zijn verhaal.

Fragmenten uit Alle dagen ui van Saied Al-Karim, over zijn tijd in het detentiecentrum in Schiphol.
Fragmenten uit Alle dagen ui van Saied Al-Karim, over zijn tijd in het detentiecentrum in Schiphol. Illustraties B. Carrot

De reactie is altijd hetzelfde: ‘In Nederland? Welnee. Dat kan toch niet?’ Veel mensen kunnen het verhaal van Saied Al-Karim* (37) uit Egypte eerst niet geloven. Dat hij, toen hij asiel wilde aanvragen, meer dan een jaar vastzat in het detentiecentrum op Schiphol. Zonder dat hij een strafbaar feit had gepleegd.

Drie jaar geleden ontvluchtte Saied Al-Karim zijn thuisland omdat hij gevaar liep: als aanhanger van de Moslimbroederschap had hij geprotesteerd tegen het regime van president Sisi. Hij kwam naar Nederland omdat hij op zoek was naar een veilig land om politiek asiel aan te vragen. Maar na aankomst op het vliegveld werd hij overgebracht naar het detentiecentrum op Schiphol. Daar zou hij meer dan een jaar vast blijven zitten [die termijn bedraagt tegenwoordig maximaal enkele weken, red.], zonder uitzicht op vrijlating, zonder dat hij wist waarom. Een traumatiserende periode, waarin hij houvast zocht in het bijhouden van een dagboek.

Zijn verhaal is nu uitgebracht in de vorm van de graphic novel Alle dagen ui van kunstenaar B. Carrot (haar echte naam is Anat Segal), die met het project cum laude afstudeerde aan de Luca School of Arts in Brussel. Carrot ontmoette Saied via een gemeenschappelijke kennis, nadat hij was vrijgekomen. De van oorsprong Israëlische Carrot richt zich in haar grafische werk vaker op politieke en sociale thema’s. Zo maakte ze eerder het stripverhaal Friday, over de Palestijnse kwestie. Toen ze Saied ontmoette, was ze op zoek naar een verhaal waarmee ze naar eigen zeggen de onmenselijke kanten van het asielbeleid voor het voetlicht zou kunnen brengen.

Uitgelachen

Ze interviewde Saied en met tekeningen in sobere tinten grijs en roestrood maakte ze van Alle dagen ui een beklemmende beeldroman over het verhaal van Saied. Op de eerste pagina’s is te zien hoe hij aankomt op Schiphol. Hoe vreemde handen door zijn schaarse persoonlijke bezittingen gaan. Hoe hij gestript wordt tot zijn ondergoed. Gefouilleerd en ondervraagd. Hoe hij na uren wachten te horen krijgt dat hij naar een plek gebracht wordt waar hij kan eten en kan slapen. Hoe hij plotseling in het fletse licht van een cel staat. Zijn ontreddering als hij hoort dat de deur achter hem op slot wordt gedraaid. De paniek van die eerste nacht. De eenzaamheid die volgt. Het wachten.

De tijd in het detentiecentrum ervaarde hij als een hel, vertelt hij aan de telefoon. „In mijn thuisland liep ik gevaar, maar daar was ik nog wel vrij. Hier zat ik in een cel en werd als een crimineel behandeld, terwijl ik nooit een misdaad heb begaan. Als ik vroeg waarom ik zo lang vastzat, kreeg ik geen antwoord. Als ik me kwaad maakte, werd ik door bewakers uitgelachen. Er waren ook goede bewakers. Maar het was alsof sommige mensen die daar werkten er plezier aan beleefden om mensen zoals ik te zien lijden.”

Illustratie B. Carrot

Over vreemdenlingenbewaring in Nederland zijn kritische rapporten verschenen van onder andere Amnesty International en Vluchtelingenwerk. De belangrijkste kritiek luidt dat het opsluiten van mensen zonder veroordeling in een gevangenisomgeving inhumaan is en alleen als uiterste middel en voor korte tijd zou moeten worden ingezet. De Nationale Ombudsman deed in februari na onderzoek naar detentiecentrum Rotterdam een dringend beroep op de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om vluchtelingen in humaner omstandigheden vast te houden.

Zwartste dag

Saied pleegde verzet door zich vast te bijten in de reglementen en de misstanden te documenteren. Hij vertelt: „Ik vroeg reglementen op zodat ik bewakers kon laten zien waar we recht op hadden. Ik diende klachten in. Las in het Engels de hele Vreemdelingenwet. Hield een dagboek bij van alles: van ieder gesprek, iedere onrechtmatigheid en iedere misdraging van het personeel.”

Dat personeel komt er in Alle dagen ui op z’n zachtst gezegd niet best vanaf. De lezer ziet hoe bewakers zijn verzet proberen te breken door hem te treiteren. Hoe ze hem en zijn medegevangenen alleen laten luchten wanneer zij daar zin in lijken te hebben. Hoe hij bij iedere klacht die hij indient wordt gestraft. Met eenzame opsluiting, het afpakken van privileges en volgens hemzelf zelfs een paar rake klappen.

De dag dat hij naar het ziekenhuis wordt gebracht om door een arts te worden behandeld, beschrijft hij als de zwartste dag van zijn leven. „Daar liep ik. Tussen bewakers in. Met mijn handen geboeid, door de gangen van een Nederlands ziekenhuis. Ik zag de mensen naar me kijken. De angst en afkeer in hun ogen. Alsof ik een crimineel was. Niet langer een mens. Die vernedering vergeet ik nooit meer.”

Het liefst zou ik vergeten wat ik heb meegemaakt

Saied Al-Karim

Dat hij juist in Nederland zo behandeld werd, schokte hem. „Ik kwam naar dit land omdat ik dacht dat het hier anders was dan in Egypte. Ik zag het Westen altijd als superieur aan het Midden-Oosten. Omdat ik dacht dat mensenrechten hier werden gerespecteerd. Maar tijdens mijn tijd in de gevangenis heb ik vaak gedacht: in wat voor vreselijk land ben ik beland?”

Aan de kaak stellen

Inmiddels denkt hij daar anders over. Nadat hij drie jaar geleden was vrijgekomen en politiek asiel kreeg, heeft hij opnieuw van Nederland leren houden. Uitleg over of excuus voor de lange tijd dat hij vastzat heeft hij nooit gekregen. Maar verwacht hij ook niet meer. „Toen ik eenmaal buiten was, ontmoette ik veel aardige, behulpzame mensen die zich over mij hebben ontfermd en mij enorm tot steun zijn geweest. En als ik vertelde wat mij hier was overkomen, waren zij altijd net zo geschokt als ik. Daardoor besefte ik: dit is geen vreselijk land met vreselijke mensen. Die gevangenis, dat is een vreselijke plek.”

Hij woont sinds kort in een eigen appartementje. In Egypte behaalde hij een diploma mediastudies en werkte hij als zelfstandig ondernemer. Nu volgt hij drie minors aan de universiteit in Leiden: sociale en organisatiepsychologie, mensenrechten en internationaal recht. Zijn plan is om mensen die verstrikt raken in het justitiële systeem te helpen om voor hun rechten op te komen.

„Het liefst zou ik vergeten wat ik heb meegemaakt. Het helemaal achter me laten. Maar dat kan ik niet. Ik moet mensen vertellen wat mij is overkomen. Ik zie het als mijn plicht om de misstanden in vluchtelingendetentie aan de kaak te stellen. Zodat anderen niet hetzelfde hoeven meemaken als ik.”

Lees ook: Zo is het leven in een azc (2016)

Nu het openbare leven voor een groot deel stilligt, moet hij meer dan anders denken aan zijn tijd in gevangenschap: de isolatie, het nauwelijks naar buiten kunnen. Maar toch is er een belangrijk verschil. „Deze keer weet ik waarom ik niet naar buiten kan. En ik heb zelf de sleutel van de deur. Dat maakt nogal wat uit.”

*Saied El-Karim is niet zijn echte naam, maar een schuilnaam die hij gebruikt voor zijn eigen veiligheid en die van zijn familie die nog in Egypte woont onder het regime van president Sisi. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.

B. Carrot: Alle dagen ui. NBC - Soul Food Comics, 136 blz, € 23,50