Nederland heeft diplomatiek ‘filter’ nu hard nodig

Europabeleid Donderdag is de volgende ronde in ‘Nederland tegen Europa’. Wie betaalt wat? Zal het Rutte lukken tijdens het topoverleg van de EU-regeringsleiders het geschonden imago van Nederland te herstellen?

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) tijdens een videoconferentie met Europese collega’s over de economische gevolgen van de coronacrisis.
Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) tijdens een videoconferentie met Europese collega’s over de economische gevolgen van de coronacrisis. Foto Bart Maat/ANP

De hoogste Europa-ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Thijs van der Plas, waarschuwde er anderhalf jaar geleden nog nadrukkelijk voor. „Langs de zijlijn staan en alleen maar nee zeggen kan niet meer. Dat is het oude Nederland”, zei hij in een toespraak in Den Haag.

Voor het in sociëteit De Witte bijeengekomen internationaal gezelschap schetste de toenmalige directeur-generaal Europese samenwerking – ‘DGES’ in het jargon van Buitenlandse Zaken – de contouren van het nieuwe Nederlandse buitenlandbeleid na de Brexit. Hét moment voor Nederland om een prominentere rol binnen de Europese Unie te spelen, analyseerde Van der Plas. „De groep landen die traditioneel naar de Britten keek, is nu op zoek naar leiderschap, en wij zijn bereid dat te bieden.”

De Brexit is sinds 1 februari een feit. En waar staat het ambitieuze Nederland? Alleen, met een zwaar gehavend imago. Nederland zegt niet alleen ‘nee’, het schreeuwt het ‘nee’ uit. En de andere Europese landen kijken er verbijsterd naar. Het gebeurde twee weken geleden tijdens het Europese ministeriële topoverleg over de vraag hoe de eurolanden die het zwaarst zijn getroffen door de coronacris te hulp kunnen worden geschoten. Het nee van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) klonk zo hard en zo gedecideerd dat de Portugese premier António Costa zich zelfs hardop afvroeg of Nederland nog wel in de EU thuishoort.

Lees ook: hoe Nederland in de coronacrisis de boeman van Europa werd

Hij was niet de enige Europese politicus die de Nederlandse loyaliteit in twijfel trok. Ook uit andere landen klonk felle kritiek. Dat Nederland graag hamert op financiële discipline is algemeen bekend, maar hiermee doorgaan middenin een dodelijke pandemie wordt onkies gevonden, zelfs „walgelijk”. Zelfs bij traditionele bondgenoot Duitsland viel Nederland even uit de gratie. En dan is de vraag: hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen? Waar was het subtiele manoeuvreren tussen gelijk hebben en gelijk krijgen? Waar was de plooien-recht-strijkende-diplomatie toen minister Hoekstra heel Europa op de kast joeg? Waar was het ministerie van Buitenlandse Zaken dat het beheren en bewaken van goede internationale betrekkingen als belangrijkste taak heeft?

BZ-kenner René Cuperus – hij was een jaar lang op het departement ingekwartierd als ‘meedenkend buitenstaander’ – spreekt van een „totale diplomatieke blunder”. Volgens het lid van de Commissie Europese Integratie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) is daar een eenvoudige verklaring voor: als het om geld en Europa gaat, speelt Buitenlandse Zaken nauwelijks een rol. „Het ministerie van Financiën rules the euro.” Die gemeenschappelijke Europese munt wordt in de Haagse bureaucratie niet als een politiek of diplomatiek project gezien – zoals ze dat in Duitsland wel doen – maar als een zuiver economische kwestie. Cuperus ziet dat als „het grote probleem”, waardoor Hoekstra zo kon „ontsporen” tegenover zijn collega’s van de eurozone.

Hoekstra erkent achteraf „te weinig empathisch” te zijn geweest, maar feliciteert zichzelf ook met het tot nu toe bereikte resultaat. Hij benadrukt dat de strategie steeds zorgvuldig wordt afgestemd in wat hij „de driehoek” noemt: hijzelf, premier Rutte (VVD) en minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD). En Nederlanders waarderen het doorgaans ook wel als hun minister van Financiën voet bij stuk houdt in Europa. „Nederland wint Europese strijd”, kopte De Telegraaf, tot grote tevredenheid van Financiën.

Inhoudelijk kan Cuperus best begrip opbrengen voor de Nederlandse huiver om schulden van anderen over te nemen. Maar grote vraagtekens plaatst hij bij manier waarop. „Er had natuurlijk vooraf zwaar overleg met Buitenlandse Zaken gevoerd moeten worden om te voorkomen dat Nederland in de blame game het slachtoffer zou worden. Als je zo’n storm oogst heb je iets verkeerd gedaan.”

Haagse pikorde

Dat Financiën in de Haagse pikorde al jaren boven Buitenlandse Zaken uittorent, komt door het dominante ‘begrotingsdenken’. In Den Haag is het huishoudboekje niet het middel om doelen te verwezenlijken, het is het doel zelf: als het boekje maar op orde is, komt het vanzelf goed met onderwijs, wetenschap of infrastructuur.

Een Nederlandse diplomaat spreekt van „een bijna-dogma dat diep in de genen zit van de Nederlandse politiek”. Of zoals oud-minister Laurens-Jan Brinkhorst (D66) het uitdrukt: „In de kern heeft het ermee te maken dat Nederland nooit een politiek Europa heeft gewild. Het calvinisme heeft nooit wat gehad met de geopolitieke dimensie van Europa.” Samen met een andere ex-minister, Ben Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) en oud Europees topambtenaar Carlo Trojan schreef hij een boze bijdrage voor de opiniepagina van NRC. „Dit is niet de tijd andere landen de les te lezen over binnenlands begrotingsbeleid en structurele hervormingen.”

Lees ook: oud-ministers hekelen Nederlands EU-beleid in coronacrisis

In elk land is de minister van Buitenlandse Zaken normaal gesproken „degene die zegt dat we geen eiland zijn”, zoals een diplomaat het uitdrukt. Hij moet de altijd hardere toon van binnenlands debat verteerbaar maken voor buitenlandse consumptie en collega-ministers behoeden voor internationale uitglijders. Maar in de Nederlandse situatie ontbreekt dat ‘filter’: VVD’er Stef Blok zit minstens zo hard in de EU-discussie over geld als zijn CDA-collega Hoekstra. Misschien wel harder: in de onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting is het naar verluidt vooral Blok die aanstuurt op een hard ‘nee’ tegen de verhoging daarvan. „De rol van Buitenlandse zaken is een negatieve factor”, zegt Brinkhorst.

En dat terwijl zo’n ‘filter’ juist nu harder nodig is dan ooit. Door Brexit kan Nederland niet meer schuilen achter het VK. Het staat zelf nu vol in de schijnwerpers. Wat Nederland zegt, valt meer dan ooit op.

Terwijl het Europese buitenland zich opwindt over Nederland klinkt uit de Tweede Kamer volop steun voor een harde opstelling in de EU. Een ruime meerderheid schaarde zich onlangs achter een motie waarin Hoekstra wordt opgeroepen om niet toe te geven aan zuidelijke landen. Ministers zeggen vaak hoe vervelend het is als ze weinig ruimte krijgen van de Kamer, helemaal in Europese discussies, waarbij nog 26 andere parlementen meekijken. Zo niet minister Hoekstra, die de motie gretig omarmde. Zo kon hij tegen zijn Europese collega’s zeggen: ik mag niks van mijn parlement. Diplomaten stellen somber vast dat er ook bijna geen middenpartijen meer zijn met „een positief Europa-verhaal”.

Op 1 oktober 2018 was de toon in sociëteit De Witte optimistisch. In aanwezigheid van onder meer de Duitse en Spaanse ambassadeur had toenmalig ‘DGES’ Van der Plas het over de bijzondere – want historisch atypische – „chemie” tussen Rutte en de Franse president Emmanuel Macron. En over het belang van handreikingen: het was, zo werd benadrukt, niet de bedoeling dat Nederland het ‘nieuwe VK’ zou worden. De eeuwige dwarsligger. „Je kunt niet leiden als je zelf niet bereid bent tot compromissen”, zei Van der Plas, inmiddels opgeklommen tot Directeur Generaal Politieke Zaken en nu de hoogste beleidsambtenaar op het departement.

Diplomatiek offensief

Met een diplomatiek offensief zou Nederland op de kaart worden gezet. Rutte hield in 2018 een reeks opvallende Europa-speeches, in het Europees Parlement in Straatsburg, in Berlijn en het jaar daarop in Zürich. „Mijn gedachten over de Europese Unie zijn veranderd”, verklaarde de premier. Europese ambassades werden versterkt met extra personeel. En ook aan het tekort aan Nederlanders in EU-instellingen – al ruim tien jaar een groeiend probleem – zou eindelijk wat worden gedaan, wat inmiddels ook gebeurt.

Maar, zegt een diplomaat: „Alles wat je opbouwt, kan ook weer stuk.” Volgens Laurens-Jan Brinkhorst staat het „als een paal boven water dat Nederland alleen is komen te staan” in de Europese Unie. René Cuperus verwacht dat Nederland op enig moment de rekening gepresenteerd zal krijgen.

Donderdag praat de Europese Unie op het allerhoogste niveau, dat van de 27 regeringsleiders, tijdens een digitale top verder over de Europese noodhulp. Rutte zal op zijn videoscherm ongetwijfeld vriendelijk lachende collega’s aantreffen. Vooral bij een acute crisis is er weinig tijd voor de ruzie van gisteren. En toch zal ook niet alles zomaar terugkeren naar het oude. „Er is iets kapotgegaan, er zit een litteken en dat gaat niet zomaar weg”, zegt een diplomaat. In Brussel draait alles om de ‘gunfactor’: de mate waarin anderen je iets gunnen. Voor Nederland is die gunfactor nu sterk verkleind.

In de aanloop naar het ‘schermberaad’ hebben Frankrijk en Duitsland, nog altijd de twee spelbepalers in de Europese Unie, al van zich laten horen. De Franse president Macron waarschuwde vorige week in een interview met de Financial Times dat Nederland met het strikt vasthouden aan oude begrotingseisen „de toekomst van de Europese Unie op het spel zet”. „We staan voor het moment van de waarheid waarbij we moeten besluiten of de Europese Unie een politiek project is of alleen maar een economisch project”, zei hij. De Duitse bondskanselier Angela Merkel, ook altijd streng in de leer als het om begrotingsdiscipline gaat, liet fijntjes weten dat de zuidelijke landen de financiële problemen niet zelf hebben veroorzaakt.

René Cuperus vat het probleem bondig samen: „Niet langer zit de Hongaarse Victor Orbán in de beklaagdenbank maar Nederland”. En de oplossing? „Veel zal afhangen van de flair van Rutte.”