Met papieren kroon op je stoel staan

Ewoud Sanders

Woordhoek

Een waarschuwing vooraf: in deze aflevering van Woordhoek ontbreekt een bepaald woord dat talen wereldwijd op een ongekende manier, nee zoals nooit eerder vertoond, is gaan domineren. Dan weet u dat vast.

In de derde week van maart verscheen bij een tentoonstelling in het ‘Huis van het boek’ in Den Haag: Songbook van Ruud de Wild. Reis door de geschiedenis van het Nederlandse lied (Walburg Pers, 192 blz. €19,99). Om redenen die ik hier niet zal noemen is de opening van de expositie uitgesteld tot begin oktober, maar het boek is er en het is alleszins de moeite waard.

In de inleiding, gedagtekend januari 2020, schrijft radiopresentator en oud-dj De Wild onder meer: „Het is natuurlijk prachtig dat het Eurovisie Songfestival dankzij Duncan Laurence dit jaar (2020) in Nederland zal plaatsvinden.” Doet dat nu gedateerd aan, de rest van het boek is gelukkig tijdloos. Dat is voornamelijk te danken aan het voortreffelijke werk van de coauteurs: Martine de Bruin en Garrelt Verhoeven.

De Bruin is verbonden aan het Meertens Instituut en een van de grootste lieddeskundigen van Nederland. Verhoeven is eveneens een erudiet. Hij was, toen De Wild hem leerde kennen, hoofdconservator bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Het Songbook bevat tien thematische hoofdstukken over verschillende soorten liederen, van liefdesliedjes tot straatliederen. Ieder hoofdstuk eindigt met De Wilds toptien van de betreffende categorie. Het grootste deel van het boek is echter gewijd aan de interessante geschiedenis van de Nederlandse liedcultuur, met veel voorbeelden, goede anekdotes en allerlei taalweetjes.

Zo lezen we bijvoorbeeld dat amoureuze liedboekjes in de zeventiende eeuw een rage waren. In die liederen gaat het vaak over pijlen die in harten worden geschoten en over vurig verlangen, toen ook wel minnebrand genoemd. „Andere elementen uit de oude liefdesliedjes herkennen we nu veel minder”, aldus De Bruin en Verhoeven. „Van het verlangen naar de geliefde werd gedacht dat het het fysieke evenwicht verstoorde en kon uitlopen in een dodelijke ziekte.”

Vooral mannen gebruikten dit als argument om hun geliefde te bewegen tot wederliefde op minimale afstand, maar vrouwen hadden een goed tegenargument: hun eer stond op het spel.

Over zeemansliederen zeggen de auteurs: „We kennen er honderden en samen geven ze een prachtig beeld van hoe het er aan toe kon gaan aan boord onderweg naar Oost-Indië of tijdens het vissen dichtbij huis. Dat was niet altijd even leuk. Stormen, kapers (piraten), vijandige oorlogsschepen en ziektes teisterden de bemanning en er wordt dan ook wat afgeklaagd en gebeden in tijden van nood.”

Bij de feest-, drank- en carnavalsliederen lezen we onder meer over het liedboekje de Vermakelijcke bruylofts-kroon (1659). Én over de klassieke zegenwens Lang zal hij leven, die in de huidige vorm dateert uit de negentiende eeuw.

In zijn toptien zegt De Wild hierover: „Je zou dit lied bijna vergeten, maar het is toch ons meest bekende feestlied! Speciaal voor verjaardagen op school, als je met je papieren kroon op een stoel mocht gaan staan.”

Hij voegt hier deze taalobservatie aan toe: „Vaak wordt trouwens de vrouwelijke versie gezongen, ook als er jarige mannen zijn: ‘Lang zal ze leven’.”

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.