Cabaretier Rayen Panday.

Andreas Terlaak

Interview

‘Mensen vinden me gewoon leuk, maar ik kan duister zijn’

Rayen Panday In zijn nieuwe programma ‘Trigger’ toont hij meer emoties op het podium. Iedereen vindt hem lief en likeable, maar is Rayen Panday dat eigenlijk wel?

Als Rayen Panday begin maart om kwart over een ’s middags brasserie Roezemoes in Zaandam binnenstapt, is hij net vijftig minuten wakker. Panday leeft vooral ’s nachts. „Ik ga het liefst slapen om zes uur ’s nachts tot twee uur ’s middags. ’s Nachts is er een soort rust, ook in mijn eigen lichaam. Misschien komt dat omdat niet veel mensen wakker zijn. Er zijn minder prikkels. Overdag voel ik me altijd gehaast.”

‘De duisternis omarmen’ is direct een mooie metafoor voor dit gesprek en voor zijn voorstelling Trigger. Panday nam zich namelijk voor om „alle emoties die ik heb” meer te laten zien op het toneel. Die show zou eind maart in première gaan maar is opgeschort tot ooit. Tot die tijd is hij zelf te zien op Netflix onder ‘Comedians of the world’. Ook staat zijn eerdere show Niet Verder Vertellen op Videoland en NPO Start.

Als jij het podium opkomt dan denk je eigenlijk direct: wat een lieve man.

„Ja dat hoor ik heel vaak ja. Vroeger vond ik dat vervelend. Want dan dacht ik, dat ben ik helemaal niet. Of, zo wil ik niet per se overkomen. Maar ik snap het inmiddels een beetje, denk ik. Misschien is het mijn toon van spreken. Ik heb een hoge stem. Ik hoor heel vaak dat ik likeable ben.”

Je lacht ook altijd heel vriendelijk.

„Echt? Dat doe ik niet expres. Maar ik kan best botte dingen zeggen. Ik vertel bijvoorbeeld op het podium dat ik zo boos ben op mijn aannemer en dat ik uiteindelijk ga uitzoeken hoeveel het kost om hem te liquideren. En dan lacht de zaal gewoon nog. Zo van, ah joh leuke jongen joh. Ik heb ook een voorbeeld in de voorstelling dat ik in bed beland met een vrouw met een grote tatoeage van haar zoontje op haar rug. Ik vertel hoe dat jongetje mij aankijkt als we seks hebben. Na de voorstelling kwamen er twee vrouwen op leeftijd naar me toe die zeiden: ‘We vinden je zo leuk en zo beschaafd ook. Als jij over die tatoeages praat is het niet plat en seksueel ofzo.’ Blijkbaar kan ik meer zeggen dan iemand anders.”

Is dat goed of slecht?

„Het is allebei denk ik. Aan de ene kant goed omdat mensen denken: we vinden je gewoon leuk. Maar aan de andere kant, als ik het over die liquidatie heb en ik mensen hoor lachen, denk ik wel, ‘het is niet te geloven’. Ik wil me alleen niet anders voordoen om dan niet lief gevonden te worden. En ik hoef me ook niet anders voor te doen want het publiek luistert wel naar me. Alleen reageert het anders dan ik zou verwachten. Hoewel Tim Fransen pas tegen me zei: ‘Toen ik je in het begin leerde kennen, was je een vrolijke leuke gast, maar hoe langer ik je ken, hoe meer ik zie dat er iets duisters is. Je bent ook een beetje gek.”

En klopt dat?

„In gedachtes kan ik inderdaad duister zijn. Ik zit niet altijd even lekker in mijn vel. Ik kan me klote voelen. In bed blijven liggen, niet willen opstaan, mezelf terugtrekken, geen zin hebben in dingen, sporten is zwaar, ergens anders naartoe gaan is zwaar, ik ben geïrriteerd, bots met alles, niets is leuk. Ik heb het vooral tijdens het try-outen, die kunnen zo aan mij knagen.”

Wat gebeurt er dan?

„In het begin ben ik heel blij dat ik materiaal heb. Yes, een uur, wat een feest. Maar daar zit dan nog geen structuur in. Vervolgens proberen we [Panday en zijn regisseur Wimie Wilhelm, red.] die aan te brengen en dan word je je opeens bewust van: dit hebben we, maar dat hebben we nog allemaal niet. Dat is zo verrot. Vooral als je bepaald materiaal dan een avond uitprobeert en het staat niet. Dan denk ik: ik loop hier de boel te belazeren. Ik kan niets en ik weet ook niet of het wel goed gaat komen. Ik ben gewoon hartstikke slecht. Ik wil dit nooit meer doen. Ik ben gewoon niet goed genoeg. Tegelijkertijd, dat is denk ik ook de reden dat ik altijd maar beter wil worden. Er zit natuurlijk ook iets goeds aan.”

Ik loop hier de boel te belazeren. Ik ben gewoon harstikke slecht. Ik wil dit nooit meer doen

Je vertelt in interviews ook vaak dat je streng bent opgevoed. Heeft dat ermee te maken gehad?

„Ik heb inderdaad een strenge opvoeding gehad. Ik kreeg niet veel vrijheid terwijl ik daar enorme behoefte aan heb. Ik weet nog dat mijn vriendjes alleen naar voetbal mochten fietsen en ik niet. Mijn ouders waren altijd extreem voorzichtig. Toen vroeg ik een keer of ik alsjeblieft alleen naar huis mocht komen. Mijn vader zei: ‘Ja is goed’. Maar ik merkte dat hij achter ons reed en mij vanuit de auto in de gaten hield. Dat is wel erg toch?”

Heel voorzichtig is toch iets anders dan streng? Streng is dat als je iets verkeerd hebt gedaan, je enorm op je kop krijgt.

„Dat was het ook. Mijn vader sloeg ons nooit maar er werd veel geschreeuwd en ik verkrampte daardoor heel erg. Ik had het gevoel dat ik continu op mijn tenen moest lopen. En dat er niet naar me werd geluisterd. Het voelde alsof ik mijn bek moest houden. Ik denk ook wel dat ik veel spanning thuis heel erg persoonlijk opvatte. Misschien hoort dat bij mijn gevoeligheid. Als mijn ouders discussies hadden dacht ik heel snel dat het mijn schuld was.

„Ik voelde me ook anders thuis. Ik weet nog, ik weet niet hoe oud ik was, maar dat ik in de spiegel keek en dacht, ik hoor niet bij deze mensen. Ik ben geadopteerd. Er zal vast een familie in India zijn die op dit gezin lijkt en die me heeft laten halen. Ergens op zolder liggen van die adoptiepapieren. Dat heb ik echt jarenlang gedacht.” Hij lacht. „Ja het is gemakkelijk om je ouders de schuld te geven van je problemen.”

Het voelt alsof je je ouders de schuld geeft?

„Misschien wel een beetje. Als ik denk hoe zwaar zij het hebben gehad. Ze hadden het allebei niet breed in Suriname, zijn getrouwd, hierheen gekomen, niet in de beste buurt gaan wonen. Mijn ouders wilden een beter leven voor ons en dat probeerden ze voor elkaar te krijgen met hun opvoeding. Nu kan ik daar heel goed met hen over praten. Mijn ouders zijn fantastisch, ze doen alles voor me en vinden het zelfs goed dat ik openlijk over mijn jeugd spreek omdat ze denken dat mensen daar wat van kunnen leren.”

Later: „Als het te erg werd vroeger, kwam er een oom langs. Om te bemiddelen. Dat deed hij met een lach. Dat is me altijd bijgebleven, hij is daarom ook mijn lievelingsoom. Als hij kwam dacht ik, nu komt het goed. Hij haalde de stress weg. Vervolgens maakte hij veel grapjes waar om werd gelachen.”

Interessant. Veel lachen en grapjes maken, is dat ook jouw manier om harmonie te creëren?

„Toen ik jong was niet, toen was ik bang om überhaupt iets te zeggen, maar later wel. Het werd een soort ontlading als ik dan een grapje maakte. Het werd mijn dingetje.”

Heb je ook het idee dat je grappen moet maken? Je vertelt in je voorstelling een verhaal over je ex en daarbij dacht ik, dit verhaal is goed genoeg, hier onderbreekt een grap eigenlijk een fijne spanning. Maar er zaten wel grappen in.

„Wimie [Wilhelm, regisseur, red.] probeert me te leren dat ik op het podium niet de hele tijd moet denken: lachen, lachen, lachen. Het is niet erg om enkel iets te vertellen. Maar als ik dit interview nu opnieuw aan jou zou vertellen, dan komt er vanzelf een grapje bij. Dat is de aard van het beestje. Dat ik denk, ‘en ook nog even lachen tussendoor’.”

Je regisseur vertelde wel dat ze echt met je op zoek moest naar jouw rafelranden.

„Ja. In deze voorstelling is meer plek voor alle emoties. Ik heb dat schreeuwen namelijk wel geërfd. Ik kan heel snel geïrriteerd raken. Ik had ooit een discussie met mijn ex en ze werd helemaal stil en verdrietig en zei: ‘je schreeuwt zo’. En ik zei: ‘IK BEN HELEMAAL NIET AAN HET SCHREEUWEN’. Later dacht ik, hm, misschien was ik dat wel aan het doen. Maar ik zat op 30 procent van mijn ouders. Dat is toch opvallend, ik had er een hekel aan als mijn ouders schreeuwden, maar het zit blijkbaar in mij.”

Cabaretier Rayen Panday.

Andreas Terlaak

Ik ben toch ook een beetje in verwarring. Een vriend van jou, Alex Ploeg, zei namelijk: Rayen is ook echt heel lief. Hij zegt bijvoorbeeld regelmatig: ik hou gewoon van jou man. Maar jij ontkracht dat beeld toch ook vrij vaak in dit interview. Dus wat is het nou?

„Ik hou heel erg van knuffelen en van mensen vertellen dat ik om ze geef. Maar ik kan er niet tegen als ik het idee heb dat mensen me niet serieus nemen. De eerste twee keer los ik dat op met een lach en een grapje, de derde keer word ik boos en kan ik gaan schreeuwen. Die laatste reactie speel ik nu meer uit in mijn voorstelling. Alleen heeft het publiek dan blijkbaar allang gedacht: wat een lieve jongen.”

‘Trigger’ van Rayen Panday is voorlopig uitgesteld. Inl: rayenpanday.nl