Meer scholen voldoen niet aan eisen voor basiskwaliteit

De staat van het onderwijs In alle sectoren zijn er dit jaar meer scholen onvoldoende of zeer zwak dan een jaar geleden, zo staat in het rapport van de Inspectie van het Onderwijs.
Het verschil tussen het presteren van jongens en meisjes op school is verder gegroeid.
Het verschil tussen het presteren van jongens en meisjes op school is verder gegroeid. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het aantal scholen dat niet voldoet aan de wettelijke eisen van de basiskwaliteit is toegenomen. Dat staat in het rapport De staat van het onderwijs 2020 dat woensdag werd gepresenteerd. Volgens de Inspectie is het nodig om rekening te houden met verschillen in achtergrond van de leerlingen op een school.

Op 1 januari 2020 scoorde ruim 2 procent van de scholen in het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs onvoldoende of zeer zwak. In het voortgezet onderwijs geldt dit voor meer dan 2,5 procent. In alle onderwijssectoren zijn er dit jaar meer scholen onvoldoende of zeer zwak dan een jaar geleden, zo staat in het rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

Op zeer zwakke scholen is sprake van „onvoldoende resultaten en cruciale tekortkomingen in het onderwijsleerproces of schoolklimaat”. Op 1 januari 2020 betrof dat 38 basisscholen, 4 scholen in het (voortgezet) speciaal onderwijs, 18 afdelingen in het voortgezet onderwijs en 2 opleidingen in het mbo.

Daarnaast laat het rapport zien dat de schoolverschillen onveranderd groot zijn gebleven sinds 2017, toen de Inspectie dit probleem al aankaartte. Scholen met leerlingen met een relatief gunstige achtergrond halen meestal hogere resultaten dan scholen met veel kwetsbare leerlingen.

In het voorwoord van het rapport schrijft de inspecteur-generaal Monique Vogelzang dat gezien de coronacrisis „dit niet het moment is om het gesprek te voeren over wat de inhoud van deze publicatie betekent voor het onderwijs”. Scholen hebben volgens haar op dit moment hun „handen overvol aan het uitvoeren van de kerntaken in haast onmogelijke omstandigheden”.

Kwart 15-jarigen onvoldoende geletterd

Ook blijkt uit het rapport dat het aantal leerlingen dat moeite heeft met lezen sterk is gegroeid. Bijna een kwart van de 15-jarigen is volgens de richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) onvoldoende geletterd om mee te kunnen komen in de maatschappij.

Volgens het rapport is 24 procent van de 15-jarige leerlingen niet in staat „om de hoofdgedachte uit een tekst te halen of een simpele verbinding met alledaagse kennis te maken”. In 2003 gold dit nog voor 11 procent van de leerlingen. Dit betekent bijvoorbeeld dat ze een bijsluiter, een brief van de overheid of van school niet goed kunnen begrijpen.

Vooral vmbo-leerlingen en leerlingen met lager opgeleide ouders vallen onder de laaggeletterden. Maar de afname van de leesvaardigheid speelt volgens het rapport op bijna alle niveaus in het onderwijs. Ook de groep excellente lezers wordt steeds kleiner, schrijft de Inspectie. De leerlingen hebben vooral moeite met het evalueren van en reflecteren op teksten. Een van de verklaringen zou het gebrek aan aandacht hiervoor in het curriculum kunnen zijn.

Laagste van alle OESO-landen

De ontwikkeling van de leesvaardigheid hangt samen met leesplezier. Het plezier waarmee 15-jarige leerlingen lezen in Nederland is het laagst van alle OESO-landen. In 2015 scoorde Nederland al slecht op leesplezier en nu is dat nog verder gedaald. Ongeveer 60 procent van de leerlingen leest alleen als het moet of om informatie op te zoeken en 40 procent vindt lezen tijdverspilling. Van de 15-jarigen vindt één op de drie zichzelf geen goede lezer.

Meisjes zijn volgens het onderzoek beter in begrijpend lezen dan jongens, maar de prestaties van zowel jongens als meisjes dalen. Ook op andere vlakken doen meisjes het over het algemeen beter dan jongens in het voortgezet onderwijs. Jongens verlaten vaker dan meisjes school zonder startkwalificatie, blijven vaker zitten en halen minder vaak een havo- of vwo-diploma. Deze verschillen worden de laatste jaren groter, stelt de Inspectie.