In uitbraakgebied is 7 tot 9 procent mensen immuun

Steekproef Landelijk heeft 3 procent antistoffen tegen het nieuwe coronavirus.

Sanquin doet testen op immuniteit voor het Coronavirus bij hun Bloedbank in Amsterdam.
Sanquin doet testen op immuniteit voor het Coronavirus bij hun Bloedbank in Amsterdam. Foto Marco Okhuizen

De opgebouwde immuniteit tegen Covid-19 verschilt sterk per regio. In een steekproef in de eerste week van april onder 4.000 bloeddonoren van Sanquin bleek dat in de GGD-regio’s Brabant-Zuidoost en Limburg-Noord de percentages van mensen met antistoffen lagen tussen de 7 en 9 procent. Dat maakte RIVM-directeur Jaap van Dissel woensdag bekend tijdens zijn wekelijke briefing aan de Tweede Kamer over de coronacrisis. Een week eerder had hij al gemeld dat het landelijk gemiddelde van mensen met antistoffen tegen het nieuwe coronavirus uitkwam op 3 procent.

Omdat het enige tijd duurt voordat iemand na een infectie weerstand tegen het virus opbouwt, geven de getallen een beeld van het begin van de epidemie in Nederland, begin maart. Het onderzoek onder bloeddonoren wordt binnenkort herhaald om te zien in hoeverre de weerstand tegen het coronavirus in de loop van de epidemie verder is uitgebreid.

Deskundigen gaan ervan uit dat voor een goede groepsbescherming 60 procent van de bevolking immuun moet zijn voor het virus. Op dat niveau is het nog lang niet. Daarnaast is het ook nog de vraag hoe goed en hoe lang antistoffen bescherming blijven bieden tegen herbesmetting.

Groepsimmuniteit ontwikkelt zich gradueel: naarmate er meer mensen komen die de infectie hebben doorgemaakt zal er een steeds grotere demping zijn op de verspreiding van het virus, ook zonder maatregelen als ‘intelligente lockdowns’.