Het kabinet wilde wc-papier en pasta rantsoeneren

Hamsterwoede Om het hamsteren tegen te gaan wilde het kabinet een aankooplimiet instellen voor gewilde producten. Het plan sneuvelde pas op het laatste moment, na tussenkomst van de supermarkten.

De lege schappen in de supermarkten boezemden zowel kabinetsleden als topambtenaren angst in: dreigde hier langdurige ontregeling van de voedselketen?
De lege schappen in de supermarkten boezemden zowel kabinetsleden als topambtenaren angst in: dreigde hier langdurige ontregeling van de voedselketen? Foto Michel van Bergen/ANP

Het had niet veel gescheeld of de Nederlandse bevolking had het hamstergedrag van de eerste coronaweken moeten bekopen met strenge rantsoenering van populaire producten als wc-papier, blikgroenten, pasta en andere levensmiddelen.

Uit vrees voor lege schappen oefende het kabinet half maart druk uit op supermarkten om mee te werken aan limieten op massaal gehamsterde producten, vertellen betrokkenen bij het overleg aan NRC. Een van hen vertelt hoe ambtenaren al bezig waren in kaart te brengen welke producten ‘op rantsoen’ moesten. Door klanten strikt aan zo’n limiet te houden, hoopte het kabinet het hamstergedrag drastisch in te dammen.

Het plan sneuvelde op het laatste moment, na tussenkomst van de supermarktbranche. Toen het kabinet in het weekend van 14 en 15 maart voorbereidingen trof om scholen en horeca te sluiten, werd ook gesproken over rantsoenering van levensmiddelen.

Lees ook: Nederlanders slaan vooral extra wc-papier in

In de sprekersnotities voor ministers Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) en Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) stond die zondag een uur voor hun persconferentie nog een verwijzing naar mogelijke limitering van bepaalde producten door supermarkten. Na aandringen van de branche werd die passage verwijderd. Uiteindelijk deed Bruins alleen een vrijblijvende oproep aan burgers „om niet te gaan hamsteren”.

De episode illustreert hoe bezorgd het kabinet was in de eerste dagen van de coronacrisis de controle te verliezen – en hoe diep het bereid was in te grijpen in het bedrijfsleven en in de samenleving. Tot nu toe benadrukt het kabinet, premier Mark Rutte voorop, dat het veel liever vertrouwt op de eigen verantwoordelijkheid van burgers dan op dwingende maatregelen. „Wat in Nederland niet werkt, is een regering die zegt: je mot dit en je moet zus, etcetera”, zei Rutte eind maart.

De hamsterwet uit 1962

Donderdag 12 maart, enkele uren nadat premier Rutte alle Nederlanders had opgeroepen om thuis te gaan werken, vlogen de pasta, de peulvruchten, de knakworst en de soepen in rap tempo de winkels uit. Het was een beeld dat zowel kabinetsleden als topambtenaren angst inboezemde: lege schappen in de supermarkten, overal in het land. Dreigde hier langdurige ontregeling van de voedselketen? En ontstond zo het beeld van een regering die de grip op de situatie aan te verliezen was?

Op dat moment werd al meer dan een week gepraat over mogelijke problemen in de supermarktschappen. Begin maart, ruim voordat de hamsterwoede toesloeg, was volgens een bij het overleg betrokken bron al contact over de voedselzekerheid tussen de supermarktbranche, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) – dat is als eerste verantwoordelijk voor de voedselvoorziening – en het ministerie van Economische Zaken. Steeds was de boodschap dat er „absoluut geen tekort aan voedsel” was, zoals directeur van brancheorganisatie CBL Marc Jansen ook aan media vertelde.

Er is genoeg, zegt Rutte. Maar waarom zijn de schappen dan leeg?

De onrust bij de ministeries verdween er niet door, en het hamstergedrag van consumenten evenmin. Ook niet nadat Rutte een dag na zijn thuiswerkoproep een nieuwe, dringende oproep had gedaan om niet te gaan hamsteren: „Stop daarmee! Het is niet nodig.” Integendeel: de supermarkten verkochten vanaf donderdag in enkele dagen zoveel dat de weekomzet 35 procent hoger uitviel dan gewoonlijk, hoger zelfs dan in de week voor Kerst.

Ruttes oproep had geen effect gehad, constateerde het kabinet. Sterker nog, zegt een betrokkene aan die zijde, die versterkte misschien juist wel de mismatch tussen woord en beeld: als er volgens de premier voldoende voedsel was, waarom waren die schappen dan leeg?

‘Meest onoverzichtelijke weekend’

Wat volgde was, zo zegt een bron rond het kabinet achteraf, „het meest onoverzichtelijke weekend van allemaal” in de corona-aanpak. De verspreiding van het virus vroeg om nieuwe maatregelen. Een van de opties die Economische Zaken onderzocht, was het inzetten van de zogeheten Hamsterwet. Die wet was in 1962 aangenomen om tekorten in oorlogstijd of andere uitzonderlijke omstandigheden te reguleren. Als Rutte het wilde, kon hij die zonder tussenkomst van de Kamer inzetten. Hij hoefde alleen de koning om toestemming te vragen.

Een mildere optie was er ook: een verzoek doen aan de supermarkten om zélf regels op te stellen. Daar sorteerde het kabinet al op voor. Voor de regering had dat het voordeel dat niet de overheid maar de supermarkt verantwoordelijk zou worden voor de handhaving.

De ministeries troffen volop voorbereidingen. Ambtenaren waren bezig met lijsten van producten die in aanmerking zouden komen, zegt een bron die namens het bedrijfsleven bij het overleg betrokken was. Namens Landbouw belde minister Carola Schouten in het weekend met het CBL om maatregelen af te stemmen.

Maar de supermarkten wilden niet. Omdat ze het niet nodig vonden: limiteren doe je bij schaarste, en die was er niet – hun magazijnen lagen wél vol. Bovendien voorzagen ze grote problemen bij de handhaving van de limieten en waren bang dat minderjarige kassamedewerkers last zouden krijgen van discussies en opstootjes aan de kassa. En ze uitten de zorg dat juist een limiet hamsteren verder zou aanwakkeren, ook bij klanten die het voorheen niet deden: als ik er maximaal drie mee mag nemen, dan néém ik er ook drie.

Lees ook dit interview met Marit van Egmond, de directeur van Albert Heijn: ‘Opeens gingen de kiwi’s heel hard’

Commerciële belangen

Misschien, zo vermoedt een betrokkene aan kabinetszijde, speelden ook commerciële belangen een rol bij de bezwaren van de supermarkten. Die suggestie wijst het CBL van de hand. „Dingen als wc-papier of potgroentes zijn helemaal geen margerijke producten”, zegt CBL-directeur Jansen. „Daar verdienen vooral fabrikanten aan.”

LNV hield vast aan mogelijke limieten. Zondagmiddag 15 maart leverde het ministerie informatie aan voor de toespraak van premier Rutte, die hij een paar uur later diezelfde dag zou houden. Daarin stond dat supermarkten ‘genoodzaakt’ zouden zijn een limiet aan producten te stellen ‘als mensen blijven hamsteren’.

De supermarktbranche kreeg de tekst „om te informeren dat het eraan zat te komen”, zegt een onderhandelaar, „maar blijkbaar bleek het dus ook mogelijk om er nog wat invloed op te hebben”.

Want na contact met het ministerie werd de tekst gewijzigd, zo toont een mailwisseling tussen betrokkenen: een limiet werd nog genoemd, maar niet langer stond erin dat de supermarkten die zouden opleggen. De „minst schadelijke” uitkomst, aldus de onderhandelaar. De branche vond: als het kabinet per se een limiet wil, dan moet ze dat zelf maar regelen, bijvoorbeeld met een beroep op de Hamsterwet. Uiteindelijk sneuvelde het woord limiet helemaal in de persconferentie van 15 maart. Minister Bruins hield het bij een „klemmend beroep” op burgers om niet te hamsteren.

Na het weekend liet de regering de wens tot rantsoeneren varen, zegt een betrokkene vanuit het bedrijfsleven. Alleen de drogisterijen stelden een limiet in, van drie pakjes paracetamol per klant. En de tijden waarop supermarkten mogen laden en lossen werden verruimd, zodat ze meer spullen in de winkels konden krijgen.

Langzaam raakten de schappen weer vol. Een opgeluchte Rutte ging donderdag 19 maart langs bij een Haagse Albert Heijn. „We hebben genoeg wc-papier”, constateerde hij breed lachend, „om tien jaar te kunnen poepen.”