Infectieziektebestrijder GGD is aan zet, maar die twijfelt

Contactonderzoek Grootschalig contactonderzoek kan een uitweg uit de coronacrisis betekenen. De GGD’s moeten dat weer gaan doen. Maar wordt daar dan wel aan gewerkt?

In Hannover worden mensen getest in een ‘coronadrive-in’. In Duitsland wordt veel intensiever op het virus gejaagd dan in Nederland.
In Hannover worden mensen getest in een ‘coronadrive-in’. In Duitsland wordt veel intensiever op het virus gejaagd dan in Nederland. Foto Peter Steffen/Reuters

De vraag leek zo simpel. Zouden mensen niet gewoon een dagboek moeten bijhouden met wie ze allemaal contact hebben gehad? Bij een positief geteste coronapatiënt is het dan stukken makkelijker om eventuele besmettingen op te sporen.

Maar in de technische briefing dinsdag in de Tweede Kamer over een corona-app ging het antwoord hierop ten onder in een brij van opgesomde criteria en functionaliteiten waaraan zo’n app moet voldoen.

Hoe onvoorspelbaar het virus ook is, en hoe weinig er nog steeds over bekend is, alles is erop gericht de samenleving de komende maanden geleidelijk aan te heropenen. Eén van de drie pijlers onder die overgang is een grondige contactopsporing, zo schreef begin deze maand het Outbreak Management Team (OMT), de belangrijkste expertadviesgroep van het kabinet in de coronacrisis.

„Hier zijn we voor opgericht”, zegt Jos Rietveld, directeur GGD Groningen door de telefoon. Zijn regio is een van de weinige in Nederland waar nog volop wordt gepoogd alle contacten van een patiënt op te sporen – mogelijk dankzij het beperkt aantal bekende besmettingen in het noorden. Normaal werken er vier artsen en vier verpleegkundigen op de afdeling infectieziekten. „Dat is nu tijdelijk uitgebreid naar honderd man.” Het Groningse bijplussen kan dankzij interne verschuivingen: schoolartsen hebben niets te doen, jeugdverpleegkundigen hebben tijd over en de reisvaccinaties liggen helemaal stil. Het zit volgens Rietveld in het dna van de GGD. „Wij zijn er op ingesteld om snel op te schalen bij crises.”

Voor het opsporen heb je vooral handjes nodig. Het is wel intensief, maar dit is geen rocket science

Maar in de meeste regio’s in Nederland, in totaal 25, is het opsporen van contacten op een laag pitje gezet. Het is zeer arbeidsintensief. Alleen al het gesprek om een patiënt over zijn infectie te informeren kost snel al twee uur. Wat betekent dit voor mij? Ga ik nu dood? Daar kan je als GGD niet zomaar overheen stappen voordat je kunt inventariseren met wie de besmette persoon contact heeft gehad.

Vervolgens moeten al die contacten opgespoord en gewaarschuwd worden. En mensen die horen dat ze in contact zijn geweest met een patiënt hebben dikwijls ook allerlei angsten en vragen. Daarna moet je als GGD al die mensen in de gaten houden, klachten inventariseren en tussentijds op het virus testen.

Dat is het ideaalplaatje.

En dat kan straks alleen met heel, heel veel mankracht. Of een briljante app.

‘Waar is de urgentie?’

Arnold Bosman, internationaal deskundige infectieziektebestrijding, onder meer als adviseur verbonden aan de Wereldgezondheidsorganisatie, begrijpt niet waarom er zo weinig aandacht is voor die grote taak waar de GGD voor staat. „Waar is de urgentie? Ik zie het niet.”

Bosman zegt dat IC’s in het begin terecht veel aandacht kregen. Diederik Gommers werd het boegbeeld van de intensive cares, waar hij voorzitter van de beroepsvereniging is. „Dat heeft hij geweldig gedaan. Hij doordrong iedereen van de ernst van de situatie. Nu missen we eigenlijk een Gommers-achtig persoon. Want we moeten weer terug naar bronnen- en contactonderzoek. De IC’s waren de dweilen, maar de GGD’s zijn nu de hand aan de kraan.” Volgens Bosman is de huidige aanpak „niet voldoende om het virus onder de knie te krijgen. Dat kan alleen met traditioneel contactonderzoek.Dat is de enige uitweg.”

Veldepidemioloog Amrish Baidjoe mist ook het klassieke handwerk in de Nederlandse aanpak. Hij is als assistent professor verbonden aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine, en heeft veel ervaring met infectieziektebestrijding in kwetsbare omgevingen zoals vluchtelingenkampen. „Kijken we überhaupt naar het buitenland? Zijn we bereid te leren van ontwikkelingslanden? Voor het opsporen heb je vooral handjes nodig. Het is wel intensief, maar dit is geen rocket science.”

Lees ook: Worden de kwetsbaarste mensen wel genoeg beschermd?

Christian Hoebe, hoogleraar infectieziektebestrijding, stelt dat er achter de schermen wel degelijk gediscussieerd wordt hoe de GGD zich moet klaarmaken voor de volgende stap. Hij is als arts en hoofd infectieziektebestrijding verbonden aan GGD Zuid-Limburg. Contactonderzoek noemt hij een belangrijke bouwsteen. „Maar het is ook afhankelijk van de app. Wat verwacht de minister van ons?”

Bij het begin van de uitbraak deden ze in Maastricht al snel een beroep op geneeskundestudenten bij het opsporen van contacten. Maar toen de aantallen snel groeiden, gingen ze over op ‘contactonderzoek light’. „We geven iedere geïnfecteerde een brief mee wat hij of zij moet doen, zoals met het gezin thuisblijven. We laten het aan de persoon zelf over om anderen te informeren. Het is een passieve vorm van contactonderzoek.” Hij wijst erop dat de GGD’s in de zuidelijke regio’s met een factor acht tot tien zijn uitgebreid voor het werk rond corona.

Duitsland test meer

Toch is het contrast met een paar kilometer verderop in Duitsland indrukwekkend groot. Daar wordt sinds het begin van de crisis veel intensiever op het virus gejaagd. De Duitsers testen meer, sporen meer bronnen op en pluizen actiever de contacten uit. Er zijn in Duitsland in verhouding aanzienlijk minder doden, maar of dat aan de aanpak ligt, durft niemand te zeggen.

Nu is de volgende fase aangebroken, zei de minister van Volksgezondheid Jens Spahn deze week. Hij presenteerde een tienstappenplan om de besmettingsketen te blijven doorbreken. Straks gaat het aantal geïnfecteerden weer groeien, voorspelde hij. Dus is er meer slagkracht nodig bij de Duitse GGD’s: voor iedere 20.000 inwoners moeten er teams van vijf speurders komen. Dat betekent alleen al voor contactonderzoek een mobilisatie van meer dan 20.000 mensen. Het leger heeft zijn hulp aangeboden.

Nederland wil daar niet aan. Althans, het debat hierover wordt niet gevoerd. In de Verenigde Staten woedt een discussie of 100.000 of 300.000 mensen extra nodig zijn voor contactonderzoek. Hier staan de apps centraal, die moeten beter en effectiever contactonderzoek mogelijk maken. „Dat is de reden van die apps”, zei minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) vorige week in de Tweede Kamer. „Het doel van die apps is namelijk het weer in ere kunnen herstellen van het bronnen- en contactonderzoek van de GGD.” Zonder die applicaties zouden er „honderden en honderden mensen” bij moeten, zei De Jonge.

Waarom wordt dat als zo’n groot probleem gezien? Nederland wijkt zo doelbewust af van de huis-tuin-en-keukenaanpak van infectieziektebestrijding. „Contactopsporing is essentieel bij de aanpak van Covid-19”, stelt het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), een belangrijk EU-orgaan.

„Ook al heb je morgen een app, daarmee ben je niet uit je capaciteitsprobleem met bronnen- en contactonderzoek”, waarschuwt Bosman. Veldepidemioloog Baidjoe benadrukt juist het belang van sociale interactie bij dit soort onderzoeken. „Betrek de gemeenschap erbij. Mensen die horen dat ze besmet zijn, kunnen zich ook schuldig voelen. Ben ik te laconiek geweest? Dat vertel je niet via een app, dit is mensenwerk.”

GGD maakt plannen

Sjaak de Gouw, als portefeuillehouder infectieziekten bij de GGD de verbindingsman tussen het landelijke crisisteam en de regionale GGD’s, noemt de uitbreidingscapaciteit van de Nederlandse GGD’s „eindeloos”, of het nu met uitzendkrachten, studenten of callcenters gebeurt. Ook het Rode Kruis heeft hulp aangeboden, zegt De Gouw.

„Wij hebben het verzoek gekregen van het kabinet om ons voor te bereiden op opschaling. Maar wanneer dat is en met hoeveel mensen, dat weten wij niet. Daarvoor zijn we plannen aan het maken.” Het RIVM is daar al aan toe: directeur van het centrum infectieziektebestrijding Jaap van Dissel liet woensdag in de Kamer weten dat wat hem betreft de GGD met spoed weer het contactonderzoek moet gaan opstarten.

Toch zijn er nog twijfels. De Gouw betwist dat de GGD een cruciale rol speelt en van de Duitse aanpak is hij niet overtuigd. „Wat is de rationale achter de strategie van het vele testen? Besmettingen voorkom je er niet mee.”

In het parlement gaf De Gouw deze week een presentatie waarin „zeer omvangrijk” contactonderzoek wordt aangekondigd in de toekomstige fase van ‘het nieuwe normaal’ waarbij apps een deel van het handwerk overnemen. Tegelijkertijd toont hij zich desgevraagd op dit moment geen groot fan van intensief contactonderzoek, ondanks de nadrukkelijke adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie en de ECDC. „Niemand heeft mij kunnen uitleggen wat het nut is van heel veel contact tracers.”