Opinie

Help bedrijven alleen als zij er ook iets voor terugdoen

Monetair beleid Laat de overheid eisen stellen aan steun, bijvoorbeeld verduurzaming van product en productie, zegt En als er weer winst wordt gemaakt: belasting betalen.
Actievoerders op het Beursplein in Amsterdam van de protestbeweging Occupy in 2011.
Actievoerders op het Beursplein in Amsterdam van de protestbeweging Occupy in 2011. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

De coronacrisis heeft geleid tot ongekende maatregelen van centrale banken en overheden. De economische rampspoed die volgt op de gezondheidscrisis is dan ook aanzienlijk, met grote delen van de wereldeconomie die tijdelijk buiten werking zijn gesteld. Dat de economische problemen vragen om direct en grootscheeps ingrijpen, wordt door weinigen betwist.

Wat daarbij onderbelicht blijft, is dat dit grootscheepse ingrijpen een nog grootscheepsere bailout is van bedrijven die voor de coronacrisis veel winst hebben gemaakt en weinig hebben gedaan hun balans te verstevigen. Dan doel ik vooral op het internationale grootbedrijf en niet op mkb-bedrijven of zzp’ers.

Als het goed gaat, is de upside voor het bedrijf zelf en wordt niet gedeeld. Maar als het slecht gaat, mag de overheid in de bres springen en is de downside uiteindelijk voor het collectief. Daar moeten we maar eens van af.

Meeprofiteren van winst

Laat de overheid eisen stellen aan steun, bijvoorbeeld verduurzaming van product en productie. Maar ook meeprofiteren van de winst als het weer goed gaat, bijvoorbeeld door op z’n minst gewoon belasting te betalen. Voor wat hoort wat.

De duizenden miljarden die centrale bankiers en overheden in economie en maatschappij pompen, halen nauwelijks het nieuws. Dat wordt, begrijpelijkerwijs, gedomineerd door onze acute gezondheidsproblemen en maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

Tijdens de financiële crisis van 2008 was dat heel anders. De persconferenties van het kabinet gingen toen enkel en alleen over de miljarden staatssteun die werden uitgegeven. Banken die moesten worden gered door overheden konden op woede en hoon rekenen van de gemiddelde burger. De bankiers hadden de enorme winsten uit de jaren van voorspoed vooral gebruikt voor hoge bonussen aan zichzelf en hoge dividenden aan aandeelhouders. Toen het mis ging, bleken er nauwelijks buffers en was de belastingbetaler de pineut.

Lees ook: IMF schetst gitzwarte toekomst voor economie

‘Too big to fail’

Want, zo was het verhaal, het financiële systeem was too big to fail. Overheden kregen er zeggenschap voor terug zolang ze een financiële vinger in de pap hadden. Zo’n tien jaar later zijn ‘we’ nog steeds deels of helemaal eigenaar van een aantal financiële instellingen.

Eenzelfde verhaal met de eurocrisis: die ging alleen over geld en solidariteit, of juist het gebrek daaraan. En omdat de Europese leiders er niet uitkwamen, moest de Europese Centrale Bank ongekende maatregelen nemen (Mario Draghi’s gevleugelde „Whatever it takes”) om de financiële markten tot rust te brengen.

De coronacrisis heeft een heel andere oorzaak. Dit keer gaat het niet om problemen in het financiële systeem, maar om een wereldwijde gezondheidscrisis. Deze gezondheidscrisis leidt echter ook tot een enorme economische crisis. Hoewel we de precieze omvang ervan nog niet kennen, mogen we wel aannemen dat die aanzienlijk groter zal zijn dan die van de financiële crisis, gezien de laatste voorspellingen van internationale instanties, zoals het IMF.

Het is daarom logisch dat beleidsmakers er alles aan doen om de ergste economische schade te beperken door massaal in te grijpen.

Onconventionele maatregelen

Centrale banken, de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) voorop hebben daarom hun arsenaal aan zulke maatregelen steeds verder uitgebreid, met als laatste stap, vorige week, het opkopen van risicovolle obligaties door de Fed. Zogeheten Fallen angels, ofwel bedrijfsobligaties die door kredietbeoordelaars worden afgewaardeerd, kunnen op het vangnet van de centrale bank rekenen. Risico’s worden eens te meer collectief genomen.

Maar daarmee gaat ook deze crisis en dus het overheidsbeleid net zozeer over geld en solidariteit. Alleen gaat het deze keer over veel meer geld.

Van de gevestigde belangen zit uiteraard niemand te wachten op dalende aandelenkoersen of olieprijzen. Maar als de verwachte winst van bedrijven door de coronacrisis substantieel naar beneden wordt bijgesteld, zou dat ook terug te zien moeten zijn in de koers.

Hetzelfde geldt voor de olieprijs: als de vraag sterk afneemt door lagere economische activiteit, is een lagere olieprijs het logische gevolg. Zo werd begin deze week de prijs voor Amerikaanse olie voor het eerst negatief omdat er te weinig opslagruimte is voor het olieaanbod.

Karteldeal

Blijkbaar mag dat niet gebeuren. Om de olieprijzen op te krikken, wordt een grotere karteldeal gesloten dan ooit in de historie met als doel de olie-industrie op de been te houden. Ten koste van verduurzaming. Beurskoersen van zowel aandelen als obligaties worden op dit moment nog veel intensiever gesteund dan in 2008 via opkoopprogramma’s van centrale banken. In feite is dit een bailout van het beursgenoteerde grootbedrijf: de gemiddelde beloning van ceo’s is het afgelopen decennium wereldwijd fors toegenomen. De voornaamste verdienste die hier tegenover stond, was het maximaliseren van de kortetermijn-aandeelhouderswaarde door balansen te ‘optimaliseren’, aandelen in te kopen en belasting te ontwijken. Voorzieningen voor slecht weer werden niet of amper getroffen, negatieve effecten van bedrijfsvoering zoals de uitstoot van broeikasgassen werden afgewenteld op de maatschappij. Met als gevolg dat de nu opgestoken economische tegenwind alleen maar harder aankomt.

Socialisme voor de rijken

Ik chargeer wellicht, maar ik noem dit socialisme voor de rijken en kapitalisme voor de armen. Want het grootbedrijf wordt gered als het tegenzit, terwijl gewone werknemers nu op grote schaal werkloos worden. En daarbij betalen ze, met enig uitstel, ook nog eens voor de bailout van het grootbedrijf via belastingen.

De meeste mensen zijn nu druk met de acute gevolgen van de crisis: hun gezondheid, hun inkomen, hun thuiszittende kinderen. Hopen dat deze maatregelen een keer voorbij zijn.

Maar we moeten verder kijken. Op dit moment worden met publiek geld mondiaal via de balansen van centrale banken en overheidsbegrotingen in grote mate de gevestigde belangen behartigd. Die gevestigde belangen lopen echter lang niet altijd synchroon met de maatschappelijke belangen.

Waarom moeten obligaties van oliebedrijven worden opgekocht? Waarom krijgen beursgenoteerde bedrijven die door een zwakke balans in de problemen komen zonder voorwaarden overheidssteun?

En als we dan besluiten te beursgenoteerde bedrijven te hulp te schieten, dan moeten we er als maatschappij iets voor terugkrijgen. Dat kan op tenminste twee manieren.

Ten eerste kunnen eisen worden gesteld aan de maatschappelijke bijdrage van bedrijven. Bijvoorbeeld dat ze minder negatieve effecten hebben, zoals CO2-uitstoot, maar ook dat ze veel meer gaan bijdragen aan de duurzame ontwikkelingsdoelen die we als samenleving willen bereiken.

Ten tweede kan, in navolging van hoe het ging met banken, ook zeggenschap worden geclaimd bij bedrijven die steun krijgen. Mede de strategie bepalen, maar ook als maatschappij profiteren van als het weer beter gaat. Zodat de upside in de toekomst ook voor het collectief is, en niet alleen de downside.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.