Heeft een bedrijf staatssteun nodig? Dan geen bonussen en dividend uitkeren, zegt Kamer

Kamerdebat Nu de coronacrisis een andere fase is ingegaan, ging het debat in de Tweede Kamer plotseling meer over de economie dan over tekorten aan IC-bedden en mondkapjes.

Van links naar rechts: Tweede Kamerlid Geert Wilders (PVV), minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) en premier Rutte tijdens het wekelijkse debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Foto Bart Maat / ANP
Van links naar rechts: Tweede Kamerlid Geert Wilders (PVV), minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) en premier Rutte tijdens het wekelijkse debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Foto Bart Maat / ANP

Het ging nu eens niet in hoofdzaak over tekorten aan IC-bedden, tekorten aan testcapaciteit, tekorten aan mondkapjes. Natuurlijk kwamen deze onderwerpen in het achtste Kamerdebat over de coronacrisis wel voorbij, maar deze keer domineerde er een ander thema: de economie.

Specifiek ging het woensdag in de Tweede Kamer bijvoorbeeld over de voorwaarden die er aan bedrijven moeten worden gesteld in ruil voor staatssteun. Bij partijen als GroenLinks, D66, SP en PvdA laaide de kritiek op uitwassen van het kapitalisme weer op. Zij noemden het ongewenst dat bedrijven die staatssteun aanvragen vanwege de coronacrisis, dividend uitkeren. Of bonussen uitdelen aan de top. Of eigen aandelen opkopen. Mensen ontslaan. SP-leider Lilian Marijnissen uitte haar verontwaardiging over reissite Booking.com, dat „miljarden heeft overgemaakt aan de aandeelhouders, maar nu wel de hand ophoudt bij de overheid”. Financiële steun mag niet gebruikt worden om „straks weer feest te vieren”, zei PvdA-leider Lodewijk Asscher.

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff beaamde desgevraagd dat er voorwaarden kunnen worden gesteld in ruil voor staatssteun, „in het kader van wederkerigheid”. Hij sprak over „ongepaste gedragingen”, „die niet bij zo’n steunpakket horen”. Als een bedrijf aan het eind van het jaar winst maakt, zei Dijkhoff, zou je kunnen zeggen: „Dan had je het [de financiële steun] niet nodig.”

Andere fase

De veranderende thematiek van het debat van woensdag laat zien hoe de coronacrisis ook politiek een andere fase ingaat. Eerst was het vooral een medische crisis, nu ontstaat er meer ruimte voor de maatschappelijke vraag: wat nu?

Ook is er het besef dat de crisis niet snel voorbij is. Ondernemers en bedrijven zullen veel langer steun nodig hebben. Om die reden had minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) op woensdag bekendgemaakt dat hij de looncompensatieregeling voor bedrijven uitbreidt, onder de voorwaarde dat bedrijven die er gebruik van willen maken dit jaar geen bonussen of dividend uitkeren. Volgens premier Rutte ligt het voor de hand dat die aanvullende eisen ook in de looncompensatieregeling van „steunpakket 2.0” komen.

Marijnissen miste de harde eis dat bedrijven hun personeel in dienst houden, zei ze. In algemene zin is Rutte het daarmee eens, zei hij. „Maar je moet wel ruimte laten voor specifieke afwegingen bij specifieke bedrijven.” Als een bedrijf direct omvalt zodra de lonen niet meer worden gecompenseerd, zei de premier, dan kan een onderneming beter alvast beginnen met herstructureren – lees: reorganiseren, wat eventueel gepaard kan gaan met ontslagen.

Rutte wees het idee af om ook nog duurzaamheidseisen te stellen aan een nieuw steunpakket. Dat vindt de premier „te ver gaan”. „Alle bedrijven moeten zich al houden aan het Klimaatakkoord.”

Experimenten in de horeca

In de Tweede Kamer bestaat een breed gedeeld verlangen om meer sectoren in de economie weer te laten opstarten. Premier Rutte snapt die wens, zei hij. „We zouden allemaal zo veel meer willen. Maar de ruimte is nog steeds minimaal.” Rutte vreest dat bij een te snelle versoepeling de druk op de gezondheidszorg weer te groot wordt. Dat blijft zijn belangrijkste zorg. „We moeten eerst focussen op de gezondheid, daarna op alle andere zaken.”

Een aantal partijen, waaronder de VVD en de PVV, drong er bij Rutte op aan om de horeca te laten experimenteren met de ‘anderhalvemetereconomie’. „Er moeten toch proefopstellingen te maken zijn”, drong Dijkhoff aan.

Rutte zei dat het voor de horeca „ingewikkeld” ligt. „Bij het openen van de horeca weet je één ding zeker: er gaan dan veel meer mensen de straat op om naar de terrassen te gaan, met het risico dat ze in steegjes tegen elkaar opbotsen.” Rutte verwacht dat het aantal besmettingen daardoor te snel zal stijgen. Hij ziet het niet gebeuren dat er voor cafés en restaurants al vóór 20 mei een herstart mogelijk is.

Wel beloofde de premier apart met de horecasector in gesprek te gaan over het perspectief voor de komende tijd. Rutte leek te suggereren dat het einde van de sluiting van de horeca in zicht komt. „We kunnen vanzelfsprekend de horeca niet héél lang dichthouden, ook economisch gezien.”

Mondkapjes voor kappers

Voor de zogenoemde contactberoepen – denk aan kappers, masseurs en nagelstudio’s – is er mogelijk wél snel goed nieuws te melden. Bijvoorbeeld als volgende week uit een advies van het Outbreak Management Team (OMT) blijkt dat mondkapjes voor die beroepen voldoende bescherming bieden. „Als het daar eerder kan, doen we het eerder.”

Dat de crisis niet langer uitsluitend medisch van aard is, blijkt ook uit de vraag van een aantal partijen om los van het OMT een ander team met deskundigen samen te stellen, dat het kabinet kan adviseren over het opnieuw opstarten van de samenleving. Rutte was over dit voorstel, dat met name van Asscher kwam, positiever dan vorige week in het debat. Een deskundigenteam met alleen economen zou de premier echter „onverstandig” vinden. Hoe Rutte het wel gaat invullen, laat hij binnenkort aan de Tweede Kamer weten. „Pin me niet vast op een structuur”, vroeg hij het parlement. „Geef mij even de kans om na te denken hoe we dit het best kunnen doen.”