Gelogen, dus geen uitkering van de levensverzekering

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht.

Foto Yolshin Konstantin

Op het aanmeldformulier voor de levensverzekering van 500.000 euro schrijft de man dat hij wil dat zijn kinderen kunnen studeren, mocht hij komen te overlijden. De verzekering wordt in juni 2014 afgesloten met een looptijd van dertig jaar. In oktober 2015 overlijdt de man.

Zijn drie minderjarige kinderen en hun moeder vragen uitbetaling. De levensverzekeraar weigert. De man heeft het aanvraagformulier namelijk niet naar waarheid ingevuld. Dat is een schending van de mededelingsplicht die dwingt feiten te melden die relevant zijn voor het besluit iemand als verzekerde aan te nemen. De man noteerde als beroep „manager restaurant” en gaf recente jaarsalarissen van 45.000 en 47.000 euro op. Na zijn dood ontdekt de levensverzekeraar echter in de media dat de man „door criminele activiteiten in zijn levensonderhoud voorzag”. De man overlijdt tijdens een criminele transactie.

De verzekeraar weigert daarop uitbetaling met het argument dat het aanmeldformulier niet klopte en de man nooit als cliënt was geaccepteerd als het wél naar waarheid was ingevuld. De rechtbank en het gerechtshof geven de verzekeraar gelijk. De buitenlandse loonstrookjes die de erfgenamen tonen ten spijt. Het gerechtshof acht het „onwaarschijnlijk” dat de man in 2013 47.000 in een restaurant verdiende, aangezien hij vanaf september „gedetineerd was”.