Reportage

‘Durven mensen straks weer te komen eten?’

Horeca Nog steeds is niet duidelijk wanneer cafés en restaurants weer open mogen. Financiële problemen worden steeds groter, zegt branchevereniging KHN. En hoe moet de anderhalvemeterhoreca er straks uitzien?

Restaurant In den Doofpot in Leiden is helemaal coronaproof.
Restaurant In den Doofpot in Leiden is helemaal coronaproof. Foto David van Dam

De ronde tafels in het restaurant van Anton Verschelling hebben sinds kort hun eigen besteklaatjes. Voor de privacy van zijn gasten, die zesgangenmenu’s voorgeschoteld krijgen. „Ik vind het zoveel onrust geven, als je steeds aan tafel komt om bestek in te dekken.”

In februari nam hij ze in gebruik in zijn restaurant In den doofpot aan de Leidse Turfmarkt, net voor de horeca vanwege corona dicht moest. Alsof hij in de toekomst kon kijken, zegt Verschelling nu. Want die laatjes komen goed van pas in de ‘anderhalvemetereconomie’ waar hij kortgeleden mee begon te experimenteren. Het kán best, denkt Verschelling, met wat aanpassingen: gasten die zelf hun jas ophangen en wijn uitschenken, personeel met chique witte handschoentjes aan, flesje desinfecterende handgel op de bar, terug van veertien naar acht tafels.

Maar wanneer gaat het gebeuren? De hoop dat de horeca binnen afzienbare tijd weer voorzichtig de deuren zou kunnen openen, vervloog dinsdag na de persconferentie van premier Rutte. De sector, die zondag 15 maart halsoverkop moest sluiten, blijft voorlopig dicht. In ieder geval nog tot en met 19 mei, maar mogelijk nog langer.

Het nieuwe normaal

Verschelling was „enorm teleurgesteld”. Niet dat hij dacht dat hij eind april alweer gasten had kunnen ontvangen, maar hij had in ieder geval gehoopt op versoepeling van de regels in de zogeheten contactberoepen, zoals kappers. „Zodat mensen kunnen wennen aan het nieuwe normaal. Ik maak me wel zorgen namelijk. Durven mensen straks weer te komen eten?”

Lees ook: De kledingvoorraad raakt over datum: straks koopt niemand nog een zomerjas

Branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is ook niet te spreken over Ruttes boodschap van dinsdag. „Teleurgesteld is een understatement”, zegt een woordvoerder. „Wij zijn boos.” De horeca krijgt vanwege de verlenging van de maatregelen nu „een extra klap”, vindt de KHN, terwijl er weinig perspectief geboden wordt. Het werd Rutte ook niet in dank afgenomen dat hij de penibele toestand van de horeca in zijn toespraak niet benoemde.

De sector was de afgelopen dagen juist al aan het voorsorteren op de anderhalvemeterhoreca. Niet iedereen pakte het overigens zo enthousiast op als Verschelling, die zelfs een filmpje maakte van zijn restaurant na een ‘corona-make-over’, waarin hij met zijn gezin als gasten figureert. De KHN diende kort geleden een corona-protocol voor de horeca in bij het ministerie van Economische Zaken waar nog geen reactie op binnen is gekomen, maar de brancheorganisatie stelt ook dat anderhalve meter afstand houden in de praktijk „onwerkbaar” is in veel horecazaken. Vooral in bars en cafés.

Neem biercafé Hoppzak, dat huist in een smalle kelder in Den Haag. Eigenaar Ira Hoppzak had al even zitten puzzelen hoe de anderhalve meter bij hem uit zou vallen. „Ik kan dan vijf tafeltjes, met twee of drie man, kwijt.” Normaal is er zeker plek voor tachtig gasten.

Het zou verder ook nogal een aanpassing vragen. Om te beginnen zou hij dan alleen achter de bar moeten staan. „Mijn drie man personeel moet ik er dan uitgooien. En ik zou eigenlijk alleen op afspraak open kunnen. Mensen moeten dan een tafeltje reserveren en mij een appje sturen als ze er zijn ofzo. Zo wordt het eigenlijk een heel exclusieve bar.”

Extra steun

Hoelang houdt de horeca deze coronamaatregelen nog vol? Volgens de KHN bleek uit een recente enquête dat 10 procent van de ondernemers nu al door zijn of haar buffers heen is. Een kwart zou het nog een maand kunnen uithouden. Vooral ondernemers met een net geopende zaak zijn kwetsbaar. De KHN pleit dan ook voor extra steunmaatregelen. „Het huidige noodpakket van de overheid helpt op verschillende onderdelen, maar dekt bij lange na niet alle doorlopende kosten bij een opgelegde sluiting zonder omzet.”

Verschelling van restaurant In den doofpot in Leiden zingt het nog wel een tijdje uit, zegt hij. Zijn zaak bestaat al 23 jaar, hij heeft buffers op kunnen bouwen. Straks, als hij weer open mag, verwacht hij ook met minder tafels toch nog zo’n 65 procent van zijn normale omzet te halen: gasten besteden bij hem in de zaak zo 75 of 100 euro per persoon.

Maar Verschelling denkt ook dat het in sommige gevallen best uit kan bij een eetcafé, als ze daar de goede keuzes maken. „Zeg dan: die plofkip, daar stop ik mee. Ik doe scharrel of biologisch en vraag niet 9 euro, maar 13,50 voor een caesarsalade.”

Café-eigenaar Ira Hoppzak prijst zich gelukkig met zijn relatief lage kale huur van 1.000 euro per maand. „Ik heb collega’s die het tienvoudige betalen. Maar het is een kelder, hè. En ik heb zelf veel geld in de verbouwing gestoken.”

Lees ook: Het nieuwe horecaleven

Toch zegt hij erg geholpen te zijn met een compensatie waarmee hij zijn vaste lasten kan dekken, of een tijdelijke huurstop. „En eventueel een klein bedrag voor mezelf.” Zijn personeel krijgt doorbetaald, maar hij zelf niet, terwijl zijn vaste lasten wel doorlopen.

Als hij het écht niet meer redt, gaat Hoppzak op zoek naar andere inkomsten. Bijbaantjes zijn altijd te vinden, zegt hij. Lachend: „Ik ben 3,5 jaar koerier geweest bij DHL. Daar is nu sowieso vraag naar.”