Opinie

De implosie van Denk

Lotfi El Hamidi

Wie een blik werpt op de Ottomaanse stamboom vallen meteen de lege zijtakken op. De broers en neven van de Turkse sultan werden na zijn troonsbestijging uit voorzorg geliquideerd. Dat was het lot van mogelijke rivalen aan het Ottomaanse hof. Broedermoord als geïnstitutionaliseerde traditie.

Daar moest ik even aan denken bij het volgen van de perikelen rondom de ruzie binnen Denk. Tunahan Kuzu, tot voor kort fractievoorzitter van Denk, sprak onlangs van een „politieke broedermoord”, gepleegd door partijgenoot Selçuk Öztürk. De link met de legendarische Ottomanen is dan gauw gemaakt.

Kuzu en Öztürk, de oprichters van Denk, maken een karikatuur van zichzelf en brengen daarmee ook de partij naar de rand van afgrond. Een kleine samenvatting: een buitenechtelijke affaire van Kuzu in 2018 leidde tot onrust binnen de partij. Kuzu zou toen om die reden tijdelijk het fractievoorzitterschap zijn ontnomen. Intussen was er intern sprake van een sluimerende breuk tussen Kuzu en Öztürk. Tegenvallende verkiezingsresultaten legden nog meer onvrede bloot in de Denk-fractie. Öztürk leek het onderspit te delven, maar de geslepen politicus gebruikte de affaire uit 2018 om Kuzu te dwingen een stap terug te doen.

Kortom, een ordinaire machtsstrijd.

Het zat er allemaal aan te komen. Denk, dat in 2017 drie zetels wist te bemachtigen, bleef te lang in de campagnemodus hangen. Wees controversieel, dan blijf je als kleine partij zichtbaar, leek de strategie. Maar ze vergaten politiek te bedrijven, wat naast assertiviteit ook zorgvuldigheid en tact vergt. Het moddergooien naar andere partijen ging zolang door totdat niemand ze meer serieus nam. Dus begonnen ze maar naar elkaar modder te gooien.

Hoe nu verder met de partij, die opgericht werd om vooral de stem van Nederlanders met een migratieachtergrond te vertolken, maar nu op net zo amateuristische wijze implodeert als de ter ziele gegane Nederlandse Moslim Omroep?

Uiteindelijk vertolkten de Kamerleden van Denk vooral hun eigen ego’s, en verkwanselden zij daarmee het vertrouwen van veelal jonge Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Die groep zou zich nu moeten afvragen of een partij die vooral op ressentiment teert wel het juiste middel is om hun zorgen en wensen onder de aandacht te brengen.

Interessant is de vraag of andere politieke partijen nog bereid zijn moeite te doen om deze kiezersgroep aan te spreken. Dit is in ieder geval het moment om daar serieus over na te denken. En daar is meer voor nodig dan in verkiezingstijd flyeren op de Haagse markt of rozen uitdelen na het vrijdagmiddaggebed.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.