Componist Tom America met op de achtergrond een portret van dichter Delphine Lecompte.

Foto Paul Bogaers

Interview

De componist en de onwillige dichteres

Muziek bij poëzie Componist Tom America heeft muziek gemaakt bij veertien gedichten van de Vlaamse dichteres Delphine Lecompte. „Dit is wat ik zocht, nu komt alles samen.”

Een lankmoedige dadaïst. Met die milde omschrijving kreeg de Nederlandse componist Tom America (1949) een plekje in het rauwe poëtisch universum van de Vlaamse dichteres Delphine Lecompte (1978).

America viel zeven jaar geleden als een blok voor Lecomptes poëzie toen zij in zijn woonplaats Tilburg optrad. Haar stem kwam ontzettend bij hem binnen, zegt hij. „Haar serene wijze van voordragen, in contrast met die vaak heftige inhoud. Dat prachtige Vlaams en die onwaarschijnlijke taalbeheersing. Het was helemaal mijn soort poëzie. Prachtig materiaal om als componist mee aan de slag te gaan.”

Ongevraagd besloot America een op YouTube gevonden voordracht van Lecompte – van haar gedicht ‘Freaks en fazanten in De Panne’ – op muziek te zetten. Toen de dichteres enthousiast reageerde op het resultaat, ontstond een zes jaar durende Vlaams-Nederlandse samenwerking, die recent uitmondde in de cd Wonden en brutaliteit. Daarop heeft America veertien gedichten van Lecompte getoonzet.

Voor wie de poëzie van Lecompte niet kent: zij publiceerde negen bundels met lange, verhalende gedichten, waarin ze vat probeert te krijgen op de vele gruwelijkheden uit haar leven. Het is poëzie, zoals de Belgische schrijver en dichteres Carmien Michels constateerde, „op de rand van het ongemakkelijke, het beschamende, het perverse en het absurde”. Zelf dichtte Lecompte in het titelgedicht van de cd: „Ik besta uit wonden en brutaliteit/ En in mijn gedichten worden de wonden soms wonderen.”

Voor overleg met Lecompte reisde America wel veertig keer naar haar woonplaats Brugge. In zijn auto („een fijne opnamestudio”) sprak de dichteres de geselecteerde gedichten in. Met de opnamen ging America thuis in zijn studio aan de slag.

America is een randfiguur in de muziek, hij heeft min of meer zijn eigen genre geschapen. Net zoals de kunstenaars van de kunstbeweging Dada deden – Lecomptes bijnaam ‘de lankmoedige dadaïst’ komt niet uit de lucht vallen – geeft America nieuwe betekenis aan wat er al is, in zijn geval gesproken taal.

Daarmee begon hij halverwege zijn carrière als popmuzikant. Het prille begin was een lied uit 1986, over de eerste boterham met kaas die hij als kind at. Een tweegesprek over die boterham met zijn moeder lag aan de basis van het lied. Later schreef America arrangementen bij een onbegrijpelijke toespraak van minister Elco Brinkman, stemmen die hij in volkswijken had opgenomen, bij fragmenten uit interviews van het radioprogramma Kunststof, om uiteindelijk te gaan componeren bij dichterlijke declamaties, onder anderen van Tonnus Oosterhoff en Remco Campert.

Zijn album met Lecompte is het slotakkoord, zegt America. Alles wat hij de afgelopen veertig jaar is gaan begrijpen over spraakmelodie kon hij in dit album kwijt. „Dit is wat ik zocht, nu komt alles samen”, zegt hij.

Hoe doet u dat, van gesproken taal muziek maken?

„Het concept is eenvoudig: alle muziek zit in de voordracht besloten. Daar reageer ik op. Ik begin altijd met een boekhoudklusje: lettergreep voor lettergreep bepaal ik het tempo, de ritmiek en de toon van een stem. Van daaruit ontstaat al het andere. Als ik de tekst heb opgeknipt in maten, ga ik op zoek naar de harmonieën. Dat is het begin van het creatieve proces.

„Ik maak alle muziek zelf. Ik speel op mijn Fender-piano, mijn gitaar en mijn bas. De percussie sample ik uit bestaande muziek. Ook voeg ik soms sferische geluidsopnamen toe. Als Lecompte dicht over het strand hoor je opnamen van de zee, van golfslag en meeuwen.”

Op ‘Wonden en brutaliteit’ klinken soms ook harde onduidelijke klanken.

„Mijn lawaaigeluiden. In Delphines poëzie zit veel geweld en grimmigheid. Daar ben ik passende geluiden bij gaan maken. Pandeksels tegen elkaar, stukken hout, een omvallende kast. Soms was het echt zoeken naar het juiste geluid en heb ik wel zes keer iets anders geprobeerd.”

In 1997 maakte u de cd ‘tjielp tjielp’, met bewerkingen van de gedichten van Jan Hanlo. Die droeg u deels zelf voor. Is er veel verschil met uw huidige werkwijze?

„Ik denk dat ik toen nog veel dichter bij het normale lied stond. Al was ik wel al afscheid aan het nemen van de conventies van de popsong. Daarna ben ik me steeds meer met readymades gaan bezighouden, met stemgeluiden die ik overal vandaan haalde. Het is een weg die ik strompelend aflegde en die er vanaf 2013 toe leidde dat ik me op de stem en de poëzie van Delphine Lecompte kon richten. Zonder de voortrajecten had ik nooit een complex gedicht als ‘Nu ik eindelijk gelovig ben’, met al die maatwisselingen, kunnen bewerken.

„Neil Young heeft eens een mooi betoogje over songschrijven gehouden. Daarin zei hij dat liedjes net konijnen zijn. Je moet voorzichtig zijn, ze niet bang maken. Als liedjes tevoorschijn komen en je wacht ze met een geweer op, dan vluchten ze direct hun hol weer in. Zo is het maar net.”

Heeft u geen wensen meer na dit ‘slotakkoord’?

Na lang nadenken: „Vijf jaar geleden heb ik Remco Camperts gedicht ‘Licht van mijn leven’ op muziek gezet. Zijn laatst verschenen bundel, Mijn dood en ik, zou ik graag op muziek zetten. Net als Lecompte is Campert een fenomenale voordrachtskunstenaar. En zijn breekbare stem zit zo dicht bij waar het in die gedichten over gaat.”

CD: Wonden en brutaliteit, 14 gedichten van Delphine Lecompte getoonzet door Tom America. Brokkenrecords, €15,00 via tomamerica.nl en brokkenrecords.nl