Analyse

Bezuinigingsopties voor de crisistijd

Overheidsfinanciën In aanloop naar de verkiezingen hebben ambtenaren mogelijke bezuinigingen en investeringen geïnventariseerd. Het advies hield nog geen rekening met coronacrisis – maar post-corona zullen ze niet geheel zinloos zijn.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat/ANP
Minister Wopke Hoekstra van Financiën tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Foto Bart Maat/ANP

De timing is even ongelukkig als saillant. Een adviescommissie van hoge Haagse ambtenaren die midden in de diepste maatschappelijke en economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog doodleuk voorstelt voor miljarden op gezondheidszorg te bezuinigen, uitkeringen te verlagen en schoolklassen te vergroten.

In Den Haag verschenen woensdag de langverwachte Brede maatschappelijke heroverwegingen. Dit is een ambtelijk onderzoek van diverse ministeries, dat voor de komende kabinetsperiode op tal van terreinen beleidsopties in kaart brengt, investeringen én bezuinigingen.

Want terwijl het kabinet de corona-uitbraak probeert in te dammen, zorginstellingen crisisroosters draaien en onderwijs en economie stilliggen, maalt de ambtelijke molen gewoon door. Niet omdat de rijksoverheid geen flauw benul heeft van de buitenwereld, maar omdat er altíjd bestuurlijke en sociaal-economische kwesties zijn waarover goed moet worden nagedacht.

De volgende crisis

In dit geval gaat het om een vurige wens vanuit de politiek. Eind 2018 nam de Tweede Kamer een breed gesteunde motie van D66-Kamerlid Joost Sneller aan die het kabinet opriep om „effectieve beleidsopties en hervormingen in kaart te brengen, ter voorbereiding op een volgende neergaande conjunctuur of economische crisis”. Dat die volgende crisis zich nú al en in deze ernst aandient, konden Kamerleden noch de aan het werk gezette ambtenaren toen vermoeden.

Dat Nederland aan de vooravond van een diepe recessie staat, is evident. De bestrijding van de corona-uitbraak zorgt voor een forse extra toename van de overheidsuitgaven. Los van alle medische kosten heeft het kabinet vele tientallen miljarden uitgetrokken voor steunmaatregelen. De economie is voor een groot deel tot stilstand gekomen en de staatsschuld loopt snel en hoog op. Hoe langer de verlammende coronamaatregelen duren, hoe heviger de recessie straks zal zijn, rekende het Centraal Planbureau eind maart al voor.

Het verzoek van de Kamer was een reactie op de eerdere ‘Brede heroverwegingen’ die het demissionaire kabinet-Balkenende IV in april 2010 presenteerde. Dat was een inventarisatie van besparings- en hervormingsmogelijkheden die nodig waren om uit de financiële crisis van toen te komen.

Deze adviezen leidden in latere kabinetten tot een immense bezuinigingsoperatie en forse lastenverzwaringen. Denk aan: de decentralisatie van bepaalde zorgtaken, verhoging van de pensioenleeftijd, beperking van de hypotheekrenteaftrek en invoering van het leenstelsel voor studenten.

Lees ook: De kritische blik van het CPB over de toekomstige begrotingsruimte

‘Kapotbezuinigd’

In een paar jaar tijd slaagden de eerste twee kabinetten van premier Rutte erin de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen. Maar er kwam toenemende kritiek op de bezuinigingsdrift in sectoren als zorg, onderwijs en politie. Er zou een ‘kaalslag’ van de publieke sector hebben plaatsgevonden en de economie zou zijn ‘kapotbezuinigd’. De ‘Brede maatschappelijke heroverwegingen’ van Balkenende kregen in Den Haag de cynische bijnaam ‘Bezuinigingsbijbel’.

Waar de vorige ambtelijke inventarisatie als nadrukkelijke opdracht had meegekregen de overheidsuitgaven met 20 procent te beperken, vroeg de motie-Sneller om dit keer óók te kijken naar investeringsmogelijkheden om bij een neergaande conjunctuur de economie te kunnen stimuleren en de koopkracht op peil te houden.

In de zestien rapporten die woensdag door minister Hoekstra (Financiën, CDA) naar de Kamer zijn gestuurd, is daarom ook veel aandacht voor investeringen in de collectieve sector. Zo overtreffen in het rapport over basis- en voortgezet onderwijs de voorgestelde investeringen (ruim 10 miljard euro) de geïnventariseerde besparingen (4 miljard).

De Brede maatschappelijke heroverwegingen zijn beslist geen beleidsvoorstellen voor het huidige kabinet. Ze zijn juist gericht op de volgende kabinetsformatie, of eerder nog: voor de programma’s van de verschillende politieke partijen op weg naar de Tweede Kamerverkiezingen van volgend jaar maart. Veel ervan hebben inmiddels een programmacommissie geïnstalleerd – ook daar blijft de agenda natuurlijk gewoon van kracht. De honderden geïnventariseerde maatregelen op zestien grote beleidsterreinen (van arbeidsmarkt tot wonen, van zorg tot defensie, van klimaat tot migratie) vormen zo een praktische menukaart voor politieke partijen.

Niet geheel zinloos

De komende maanden verschijnen nog meer programmaopties voor politieke partijen, van onder meer het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en de Studiegroep Begrotingsruimte. Het kabinet, schrijft Hoekstra aan de Kamer, overweegt daarbij aanvullende opties in beeld te brengen, waarbij wél rekening wordt gehouden met „de ontwikkelingen rond het coronavirus en de lessen die we leren in deze periode”.

Lees ook dit verhaal over de enonomische gevolgen van het coronavirus: Van mild tot hels: de vier coronasmaken van het CPB

In zijn toelichting zegt Hoekstra zich te realiseren dat de timing van het ambtelijk advies merkwaardig kan overkomen. Hij benadrukt dat de beschreven beleidsopties over „de doelmatigheid en houdbaarheid van de collectieve uitgaven” gaan. „Een belangrijk vraagstuk voor Nederland op de lange termijn”. Op de korte termijn is het kabinet vooral bezig met het bestrijden van de coronacrisis. „Daarbij worden soms onorthodoxe werkwijzen gehanteerd en wordt ook in financiële zin maximale ruimte gecreëerd om de huidige situatie het hoofd te bieden.”

Dat betekent ook dat de ambtelijke adviezen, pre-corona, straks post-corona niet geheel zinloos zullen zijn. Want de diepe gaten die nu in de overheidsfinanciën worden geslagen, kunnen niet eeuwig open blijven. Op enig moment zal de politiek lastige keuzes moeten maken om de economie en de staatshuishouding weer gezond te krijgen. Maar welke politieke partij durft nu in zijn verkiezingsprogramma op te schrijven dat op de gezondheidszorg wel even 6 tot 11 miljard euro bespaard kan worden?