‘Als we langer dicht moeten, red ons dan’

Horeca De horeca is boos op het kabinet. Volgens de brancheorganisatie is de financiële steun voor de sector veel te laag.

Ronduit „boos” is Koninklijke Horeca Nederland (KHN) na de persconferentie van premier Rutte. „Over de sector die van de ene op de andere dag dicht moest, de horeca, hoorden we niets”, zegt Dirk Beljaarts, algemeen directeur van KHN. Hij krijgt „huilende leden” aan de lijn. 10 procent van de horecaondernemers heeft geen enkele buffer meer, zo blijkt uit onderzoek van KHN.

Volgens Beljaarts zijn ondernemers verbolgen over de in hun ogen ontoereikende financiële steun van het kabinet. De vergoeding van loonkosten (maximaal 90 procent van de loonsom) valt in de praktijk een stuk lager uit: maximaal 65 procent, meent KHN. Dit onder meer omdat bruto-loonkosten te laag zouden worden berekend.

Khalid Oubaha, eigenaar van 21 horecazaken in Arnhem, Nijmegen en Enschede, spreekt van „een drama”. Hij wil zich niet mengen in de discussie over de maatregelen zelf. „Daar hebben wij niet de deskundigheid voor.” Maar, zo wil hij het kabinet meegeven, „als we langer dicht moeten, red dan wel de branche”. Oubaha is mede-initiatiefnemer van de online petitie horecazorg.nl , die deze week 11.000 keer is ondertekend. Daarin wordt gepleit voor een noodfonds voor de horeca. „Het gaat niet alleen om personeelskosten, maar ook om de huur, en andere vaste kosten. De 4.000 euro die ondernemers eenmalig kregen, is een peulenschil.”

Dick Koerselman, voorzitter van de FNV Horecabond, noemt dit een „vreselijke situatie voor werknemers, die niets liever willen dan gewoon weer aan het werk gaan”. Hij dringt aan op voortzetting van de noodwet NOW voor doorbetaling van salarissen, maar dan wel „op een manier dat dingen als de vakantietoeslag óók kunnen worden doorbetaald”. Werkgevers zeggen hier nu geen ruimte voor te hebben.