Zeelieden stranden op hun eigen schip

Mini-quarantaine Tienduizenden zeelieden zitten door corona vast. Internationale organisaties zoeken een manier om hen te kunnen aflossen.

Om wisselen van bemanningen makkelijker te maken, wil de Europese Commissie het beroep van zeevarende overal ter wereld als vitaal bestempelen.
Om wisselen van bemanningen makkelijker te maken, wil de Europese Commissie het beroep van zeevarende overal ter wereld als vitaal bestempelen. Foto Krisztian Bocsi/Bloomberg

Gerhard Drenth, directeur van rederij Nescos Shipping in Hoogezand, maakt zich grote zorgen. Zijn zeelieden varen doorgaans zo’n vier maanden achtereen op koopvaardijschepen tussen Amerika, West-Afrika en Noord-Europa. Maar veel van hen zitten al veel langer op hun schip en kunnen niet weg – een gevolg van de coronapandemie. „Ze missen hun familie nu ze veel langer van huis zijn dan gepland”, zegt Drenth. „En de vermoeidheid begint toe te slaan.”

Zeevarenden in een haven van boord halen, is niet zozeer het probleem. De vraag is vooral hoe je hen naar huis krijgt. Koopvaardijschepen varen met personeel uit allerlei landen, met name de Filippijnen, Indonesië, Oekraïne en Rusland. Veel landen hebben een totale lockdown afgekondigd, waardoor het internationale luchtverkeer stilligt.

Door Covid-19 is het wisselen van bemanningen een logistiek drama. Wereldwijd eindigt maandelijks voor zo’n honderdduizend zeelieden hun dienst, maar vervanging blijft al weken uit. Reders en luchtvaartmaatschappijen zoeken met de Verenigde Naties naar oplossingen.

Lees ook de reportage: Het land wil de zeelui niet hebben. Het schip wil hen niet laten gaan

Niet langer houdbaar

Volgens Sascha Meijer, vicevoorzitter van zeeliedenvakbond Nautilus International, is de situatie niet langer houdbaar. Het gebrek aan perspectief voor zeelieden die op aflossing wachten begint hun op te breken, zegt ze. „Zeevarenden zijn stoere, nuchtere mensen. Die piepen niet meteen als aflossen even niet lukt; als je weet dat je over een week naar huis kunt, zal veel spanning wegvallen. Maar nu weet niemand wanneer het stopt.”

De wereldeconomie krijgt een extra klap als bemanningen niet snel worden gewisseld, waarschuwt Annet Koster, directeur van redersvereniging KVNR. Ze wijst erop dat het overgrote deel van het mondiale goederentransport over zee gaat, en op het appèl van de Internationale Maritieme Organisatie en de Werelddouaneorganisatie om dat soepel te laten verlopen. „Een duidelijke oproep”, aldus Koster. Van belang voor de wereldwijde voedselvoorziening, en de bevoorrading met medische apparatuur, zegt ze, maar ook om de economie in bredere zin „nog enigszins draaiende te houden”.

Daarvoor is afwisseling van bemanningen noodzaak. „Maar dan moet je zeker weten dat mensen die van boord stappen, niet vast komen te zitten in de middle of nowhere”, benadrukt Koster. „Nu zijn er vaak geen vluchten naar het thuisland, en in sommige landen lopen zeevarenden het risico onder erbarmelijke omstandigheden in quarantaine te worden geplaatst.”

Niet het schip, maar de buitenwereld vormt het grootste besmettingsgevaar

Annet Koster redersvereniging KVNR

Om wisselen van bemanningen makkelijker te maken, dringt de Europese Commissie erop aan het beroep van zeevarende overal ter wereld als vitaal te bestempelen. Dan zouden ze toch grenzen kunnen passeren die wegens een lockdown zijn gesloten. De koepel van luchtvaartmaatschappijen IATA en de internationale redersorganisatie ICS hebben plannen vliegvelden in de buurt van wereldhavens aan te wijzen waarop vluchten specifiek voor zeevarenden kunnen worden uitgevoerd. De organisaties doen een dringend beroep op nationale overheden hieraan mee te werken. Betrokkenen noemen Rotterdam, Manila en Singapore al voorzichtig als wereldhavens die kunnen fungeren als corridor voor massa-aflossingen.

Maar hoe waarborg je de medische veiligheid bij zo’n grootschalige operatie? Onder meer de Europese Commissie en de Wereldgezondheidsorganisatie hameren op de noodzaak van goed test- en quarantainebeleid. Dat is voor ‘verse’ bemanningen misschien nog wel belangrijker dan voor hun collega’s die naar huis gaan. Want een zeeman die met het coronavirus aan boord stapt, is een groot risico voor andere opvarenden. „Als je de oversteek maakt van Afrika naar Amerika en er breekt midden op de oceaan ziekte uit, dan is er geen hulp”, zegt Drenth van Nescos Shipping. „Je zit in dat geval op een besmet schip dat nergens meer kan aanmeren.”

Gevaar komt van buiten

Annet Koster van de redersvereniging beaamt dat: „Niet het schip, maar de buitenwereld vormt het grootste besmettingsgevaar.” Zeelieden die al wekenlang op zee zitten hebben al die tijd in een ‘mini-quarantaine’ gezeten, zegt ze. Dan weet je wel of er iemand ziek is.

Volgens Drenth is het zaak dat dit besmettingsrisico ‘van buitenaf’ snel wordt ondervangen. „We moeten ook naar de menselijke kant kijken. Inmiddels zitten overal bemanningen op een gevangenis die vrij rondvaart, maar waar ze niet vanaf kunnen.”

Koster zegt dat de kans groot is dat de zeelieden nog minstens een maand op hun schip moeten blijven. „Ik hoop dat er half mei iets van de grond kan komen”, zegt ze voorzichtig. „Maar ik benadruk het woord ‘hoop’.”