‘Wiskunde is een groot deel van mijn leven geworden’

Wiskundewedstrijd voor meisjes Veel scholieren zitten thuis. Juist daarom is de Europese wiskundeolympiade voor meisjes niet afgeblazen.

Ana Maria Mekerishvili, van het Nederlandse team: „Wiskunde is al vanaf mijn eerste jaren op de basisschool mijn lievelingsvak.”
Ana Maria Mekerishvili, van het Nederlandse team: „Wiskunde is al vanaf mijn eerste jaren op de basisschool mijn lievelingsvak.” Foto Andreas Terlaak

Hotels in de hele wereld zijn uitgestorven. Zo ook Zuiderduin in Egmond aan Zee. Zonder corona zou het daar de afgelopen dagen hebben gebruist van wiskundige bedrijvigheid. Ruim tweehonderd middelbare scholieren uit meer dan vijftig landen, allemaal meisjes, zouden van 15 tot 21 april aan de negende editie van de European Girls’ Mathematical Olympiad (EGMO) hebben meegedaan.

Toen duidelijk werd dat het evenement niet kon doorgaan, wilde de organisatie de deelnemers toch de wedstrijd bieden waarop ze zich zo lang hadden voorbereid. Onder de naam ‘EGMO2020 Virtual’ ging de wedstrijd door. Maar zonder reisje, zonder samenkomst.

Creativiteit gebruiken

Een van de vier leden van het Nederlandse team is Ana Maria Mekerishvili. Zij komt uit Georgië en woont sinds drieënhalf jaar in Nederland. Ze zit in de zesde klas van het Edith Stein College in Den Haag en deed dit jaar voor de tweede keer mee aan de EGMO. Via FaceTime vertelt ze in perfect Nederlands: „Wiskunde is al vanaf mijn eerste jaren op de basisschool mijn lievelingsvak. Voordat ik naar Nederland kwam, deed ik al mee aan wiskundewedstrijden in Georgië. Meer dan bij schoolwiskunde moet ik daarbij mijn creativiteit gebruiken. Door die wedstrijden is wiskunde een groot deel van mijn leven geworden.”

Wiskunde op olympiade-niveau is topsport. Met alléén talent kom je er niet. Net als bij voetbal moet je veel oefenen om beter te worden. Ana Maria had het daardoor best druk. „De trainingen bestaan normaal uit fysieke bijeenkomsten. Elke maand was er wel een trainingsdag of -weekend. Daarnaast moest ik wekelijks oplossingen sturen naar de trainers, die daarop feedback gaven.”

Girls only

De EGMO is het zusje van de International Mathematical Olympiad (IMO), die al sinds 1959 jaarlijks wordt georganiseerd om jongeren te enthousiasmeren voor uitdagende wiskunde en talent op te sporen. Het principe van beide wedstrijden is hetzelfde: op twee dagen krijgen leerlingen, die zich na een paar zware kwalificatierondes hebben geplaatst, zes wiskundeopgaven voorgeschoteld. Het belangrijkste verschil: bij de EGMO zijn jongens van deelname uitgesloten.

Een wiskundeolympiade speciaal voor meisjes. Waarom eigenlijk? Organisator en juryvoorzitter Birgit van Dalen: „In de praktijk is bij de IMO slechts 10 procent van de deelnemers een meisje.” En dat terwijl uit allerlei onderzoeken blijkt dat meisjes niet slechter zijn in wiskunde dan jongens. Van Dalen: „Blijkbaar zijn er blokkades voor meisjes. Meisjes zijn vaak plichtsgetrouwer. Zij vinden het bijvoorbeeld belangrijker om al hun schoolvakken serieuze aandacht te geven dan te excelleren in één vak.”

Meisjes geven eerder op

Ook blijkt dat meisjes bij competities eerder opgeven dan jongens. Daarover verscheen vorig jaar een studie van Thomas Buser en Huaiping Yuan, twee economen van de Universiteit van Amsterdam en het Tinbergen Instituut. Zij onderzochten data van de Nederlandse Wiskunde Olympiade, de landelijke wedstrijd die voorafgaat aan internationale edities als de EGMO en de IMO. Hun conclusie: meisjes geven eerder op als ze verliezen. Veel meisjes die aan de Nederlandse Wiskunde Olympiade meededen en niet tot de topduizend behoorden, zagen het jaar erop af van deelname. Jongens proberen het een jaar later gewoon nog eens.

Buser voegt nog toe: „Van experimenten weten we dat meisjes en vrouwen vaker voor competitie kiezen als álle tegenstanders vrouwelijk zijn.” Voor Ana Maria voelt de EGMO echter niet heel anders dan een gewone olympiade. Eigenlijk ervaart ze het überhaupt niet als een wedstrijd waarbij je het tegen elkaar opneemt: „Je speelt vooral tegen jezelf.”

In 2012 vond de EGMO voor het eerst plaats. Om de reistijden te beperken en het voor gastlanden overzichtelijk te houden, is de olympiade opgezet als een Europese wedstrijd. Maar veel landen van buiten Europa vonden het direct interessant. Inmiddels doen bijvoorbeeld ook Australië, Brazilië en Costa Rica mee.

Zweden doet niet mee

Opvallend: Zweden was er maar één keer bij, in 2013. Van Dalen: „In Zweden zit een olympiadebestuur dat faliekant tegen een aparte olympiade voor meisjes is.” De Zweden zien het als een tweederangs competitie die de genderkloof zeker niet verkleint. Een meisjesolympiade zou suggereren dat meisjes niet goed genoeg zijn voor de ‘gewone’ olympiade. Maar met deze opvatting is Zweden zo’n beetje het enige land in Europa dat bij de EGMO aan de zijlijn staat.

Normaal gesproken bestaat de olympiade uit veel meer dan moeilijke wiskundeproblemen om twee keer vierenhalf uur de tanden in te zetten. Met dik tweehonderd wiskunde-enthousiastelingen bij elkaar in Egmond aan Zee zouden ervaringen zijn uitgewisseld tijdens een strandwandeling. Tijdens het avondbuffet zouden internationale vriendschappen ontstaan. Er was een excursie gepland naar de Zaanse Schans.

Het viel allemaal weg. In de weken voorafgaand aan de wedstrijd zijn alle zeilen bijgezet om er toch een virtueel feestje van te maken. De openings- en sluitingsceremonie waren via een livestream te volgen. Er was een EGMO-app, een pubquiz, een discussieforum, én een virtuele excursie naar de Keukenhof.

Met pen en papier

In landen met een complete lockdown deden de scholieren vanuit huis mee. De opgaven werden gewoon met pen en papier gemaakt, zonder rekenmachine en internet. En de controle op vals spelen? Die verantwoordelijkheid lag bij de teamleiders, die hun groepen bijvoorbeeld per videochat in de gaten konden houden.

Het is traditie dat de helft van alle deelnemers een medaille krijgt: goud, zilver of brons, in de verhouding 1:2:3. Ana Maria was goed genoeg voor een bronzen medaille, net als Kati Overbeeke uit Eindhoven en Hanne Snijders uit Rotterdam. De beste van allemaal was Amina Abu Shanab uit Roemenië. Zij haalde 39 van de 42 punten.