VS zagen grote risico’s van bombardement Hawija

Luchtaanval Hawija Het kabinet meldde niet dat anti-IS-coalitie na de fatale aanval op Hawija de procedure voor dergelijke bombardementen aanpaste.

Fabriek in Hawija was doel bombardement
Fabriek in Hawija was

doel bombardement

De VS wisten bij voorbaat dat de luchtaanval van Nederlandse F-16’s op een bommenfabriek van IS in Hawija veel risico’s inhield voor de burgerbevolking. Het doelwit in de Noord-Iraakse stad viel in de hoogste risicocategorie, blijkt uit nu vrijgegeven Amerikaanse stukken. Het kabinet heeft dit echter nooit aan de Kamer gemeld. Ook geheime dienst CIA waarschuwde voor de kans op burgerslachtoffers omdat er woongebieden in de nabijheid waren. Bij het bombardement in de nacht van 2 op 3 juni 2015 vielen naar schatting 70 burgerdoden.

Een en ander blijkt uit stukken die de Amerikaanse krijgsmacht ter beschikking heeft gesteld aan NOS en NRC. Beide media hadden om de stukken gevraagd met een beroep op de Amerikaanse Freedom of Information Act (FOIA).

Uit de stukken blijkt dat het kabinet de Kamer onvolledig heeft geinformeerd. Naast de Amerikaanse inschatting van de aanval is ook nooit aan het parlement gemeld dat de internationale coalitie na de dramatisch verlopen aanval de procedure voor aanvallen op bomfabrieken van IS heeft aangescherpt. Dit om herhaling van een bloedbad zoals in Hawija te voorkomen. Het parlement heeft herhaaldelijk om deze informatie gevraagd. Het ministerie beschikt over deze stukken, maar heeft nog niet besloten of die naar de Kamer worden gestuurd.

Lees ook het onderzoeksverhaal van NRC: De Nederlandse ‘precisiebom’ op een wapendepot van IS

Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) stelde steeds dat er „geen fouten” waren gemaakt en dat „de procedures correct zijn doorlopen”. Uit de stukken blijkt echter dat de commandant van de coalitie in 2015, generaal Sean MacFarland, concludeerde dat de geldende regels wel waren nageleefd, maar dat die tekortkomingen kenden. In september 2015 werden de procedures aangescherpt. Voortaan moest van te voren „meer onderzoek worden gedaan naar doelen die zich in dichtbevolkte gebieden bevinden en die het risico van secundaire explosies kennen”.

Vier CIA-informanten

Minister Bijleveld schreef aan de Tweede Kamer dat de enorme schade door de aanval niet had kunnen worden voorzien. Door „onvolledige” informatie was volgens het kabinet onbekend dat de hoeveelheid explosieven veel groter was dan „kon worden aangenomen”.

Maar ook op grond van toen bekende informatie had een aanval op het doel risico’s, schrijft de commandant van de afdeling die de berekeningen van nevenschade uitvoerde.

Hij schrijft op 18 augustus 2015, verwijzend naar de inlichtingen van de CIA, die vier informanten in het gebied had: „Daardoor had men redelijkerwijs kunnen concluderen dat er burgerslachtoffers hadden kunnen vallen als gevolg van de aanval.”

Dezelfde hoge legerofficier stelt vast dat zijn afdeling „uren” werk heeft gestopt in het naar nul brengen van de kans op burgerslachtoffers. Zo werden meerdere kleine precisiebommen gebruikt en de aanval werd ‘s nachts uitgevoerd. Daardoor zouden er geen burgerslachtoffers vallen, zoals de officiële doelstelling was, en zou alleen „een schuur” in de buurt van de bommenfabriek beschadigd worden. Al deze berekeningen waren volledig irrelevant in het licht van hetgeen er daarna gebeurde” schrijft de officier.

Een andere hoge Amerikaanse militair wijst op 7 augustus 2015 op het feit dat vooraf niet is ingeschat hoeveel explosieven lagen opgeslagen in de bommenfabriek van IS. Om de mogelijke effecten van de aanval te meten was er tijdens de voorbereidingen alleen een vergelijking gemaakt met eerdere aanvallen op bommenfabrieken. „Als er geen rapporten zijn over de hoeveelheid opgeslagen explosieven, kan ook geen analyse worden gemaakt van de verwachten hoeveelheid explosies”, aldus de hoge Amerikaanse officier uit Camp Arifjan in Koeweit waar de aanval werd voorbereid.

Lees ook: Slachtoffer Nederlandse luchtaanval eist 2,3 miljoen dollar